Zo dra ik in staat was zelfs te mennen, had ik voor mij geen ander

rijtuig; uit hoofde der wegen altoos verzeld zijnde, ging ik dan eens

wandelen of rijden, dan eens op de haazen en patrijzen jagt, waar van

wij de spooren in de sneeuw gedrukt zagen[63] en wel in zo eene groote

menigte, dat ze daar van doorprikt scheen even als een zeef: in de

bosschen was ze somtijds zo dik, dat het onmogelijk zou geweest zijn om

een stap te doen zonder 'er in te zinken, onze toevlucht was als dan om

onze sleeden te verlaaten, waar van wij ons niet meer konden bedienen en

wij plaatsten ze over zij. Na deeze voorzorg genomen te hebben, die

voldoende is om de honden tegen te houden, die aanstonds op de sneeuw in

een rei gaan leggen, en daar zonder zich te verroeren, de terugkomst van

hunne geleiders afwachten, wij bonden onder de voeten raketten met

riemen vast, gemaakt van zeer dunne plankjes[64], ieder van zes a agt

duim breed, en van drie a vier voet lengte, welkers eind als een schaats

omgekromt en van onderen bekleed is met zeewolvenvel of rendierenpooten.

Van dit schoeizel voorzien, begonden wij onze jagt. Ik had echter in 't

eerst moeite genoeg om mij aan deeze schaatzen te gewennen, ik viel meer

dan eens op den rug en op den neus, dog het vermaak van een goede

vangst deed mij deeze toevallen vergeeten. Hoe zeer het moeijelijk viel

de haazen en de patrijzen te ontdekken, welkers witheid die der sneeuw

evenaarde, zo miste het mij echter zelden, dank zij mijne oeffening en

de raadgevingen mijner medgezellen, of ik bragt 'er een goed getal mede.

[63] De eerste sneeuw viel te Bolcheretsk op den 5 November, ze was zo

overvloedig dat 'er aanstonds de velden mede bedekt waaren, dog de

vorst langer agterblijvende, en de stormwinden bijna zonder

tusschenpoozen elkander opgevolgt hebbende, kon de sleedevaart geen

volkomen aanvang neemen dan vrij lang daar na, gelijk men in het

vervolg zien zal.

[64] Deeze raketten worden in 't land _ligi_ genaamd. In het noorder

gedeelte van het schier-eiland bediend men zich van een ander soort

van raketten _lapki_ genaamd, deeze zijn minder lang, en van

ineengevlogten leere banden vervaardigt even als het draadwerk van

onze raketten in de Kaatsbaanen; men maakt 'er van onderen twee kleine

punten aan vast, die in de sneeuw dringen en het uitglijden beletten.

Het was een mijner aangenaamste tijdkortingen te Bolcheretsk; het

overige van mijn tijd wierd besteed in verzuchtingen en ongeduldige

aandoeningen over de gedwongen langduurigheid van mijn verblijf. Om

afleiding te hebben, beijverde ik mij om van de weinige mooije dagen die

wij hadden gebruik te maaken, ten einde eenige omleggende streeken te

gaan bezichtigen, die ik zedert bij mijn vertrek wedergezien heb, en

waar van ik spreeken zal, wanneer ik mijn reis zal hervatten.

De zamenstelling van mijne reissleeden[65] gaf mij ook bezigheid, dog

mijne voornaamste vertroosting bestond in het gezelschap van den Heer

Kasloff en de Officieren van zijn gevolg; hunne verkeering en de

aanmerkingen, die ik van tijd tot tijd maakte, stelden mij iederen dag

in staat om aantekeningen te houden, waar van ik reeds een groot

gedeelte afgeschreeven heb, en hier het overige zal laaten volgen.

[65] Een soort van gesloote koets alwaar men zich in leggen kan, en

die aan een sleede vastgemaakt is; dit is dat slag van rijtuig dat men

_verock_ in Rusland noemt, alwaar ze zeer gemeen zijn, de mijne was

van binnen met beerevellen bekleed, en van buiten met vellen van

zeewolven.

1788. _Januarij_ Te Bolcheretsk.

Ziektens.

Het artikel van de ziektens op Kamschatka doet zich het eerste aan mij

voor: welke onaangenaame beschrijvingen dit ook vordert, vermeen ik het

evenwel niet te moeten agterlaaten, het heeft een gedeelte mijner

waarneemingen uitgemaakt, het dient dan ook in mijn dagverhaal geplaatst

te worden.

De Kinderziekte, welker verwoestingen alhier ik reeds vermeld heb,

schijnt aan het land niet eigen te zijn, dezelve is 'er ook niet zeer

gemeen. Sedert de invallen der Russen en de menigvuldige verhuizingen

herwaarts, die daar op gevolgt zijn, heeft deeze besmettelijke ziekte

zich hier niet doen gevoelen dan in de jaaren 1767 en 1768; ze wierd

toen door een Russisch schip derwaarts gebragt, het welk naar de

eilanden, aan den oostkant gelegen, ging om otters, vossen enz. te

vangen. De persoon, die dit noodlottige zaad overbragt, was een matroos

die van Okotsk kwam, alwaar hij zich voor zijn vertrek had doen genezen;

hij bezat nog na men zegt, de versche blijken van deeze vreesselijke

ziekte: naauwlijks ontscheept, deelde hij ze aan de arme Kamschatters

mede, waar van ze het drie vierde gedeelte wegsleepte. Sedert is dezelve

niet weder verscheenen, het welk doet denken, dat deeze volkeren daar

aan niet onderhevig zijn. In het Jaar 1720 wierden de volkeren ten

noorden van Kamschatka daar van bezogt, dog deeze ziekte drong niet tot

in dit schiereiland door, ze had te Anadirskoi een aanvang genomen; en

men weet niet wie ze derwaarts bragt, men is geneigt om 'er insgelijks

de Russen van te beschuldigen.

Men vermeent ook, dat de Kamschatters aan hun de Venusziekte

verschuldigt zijn, die gelukkig niet zeer gemeen onder hen is, het

schijnt dat deeze geessel bij hun van vreemde afkomst is. De geneezing

daar van is alzo zeldzaam als moeijelijk, men neemt zijn toevlugt tot

verschillende wortels en de sublimaat, die in dit land even als elders

treurige gevolgen voortbrengt, te meer daar men 'er hier nog minder goed

gebruik van weet te maken, dan wel elders.

Men vind hier geen scheeve of kreupel geboorne; de eenigste mismaakte

persoonen zijn die geenen, welke zwaare vallen gedaan hebben, het geen

niet zeldzaam onder de Kamschatters is, dewijl zij blootgesteld zijn om

van de hoogte hunner balagans aftevallen; zij zijn weinig aan de

scheurbuik onderhevig, het gebruik dat zij van de wilde knoflook en

verscheiden soorten van beziën of vruchten maaken, brengt veel toe om

'er hen voor te bewaaren; de Russen en die geenen, welke hier pas voet

aan land zetten, worden meer van deeze ziekte aangetast.

De longziektens zijn er vrij menigvuldig, dog bloedzweeren, water en

ettergezwellen en klieren zijn de meest gewoone kwaalen, men weet ze

niet anders te geneezen dan door insnijding en uitrooijing: men bedient

zich tot deeze konstbewerkingen van een mes of eenvoudig van een puntig

gesleepen steen in de plaats van een lancet. Diergelijke werktuigen zijn

niet geschikt om een verheven denkbeeld te geeven van de kundigheden der

wondheelers; en het is gemaklijk optemaaken, dat de heelkunde, zo na

mogelijk tot de volmaaktheid bij ons gebragt, nog in de grootste

duisterheid in Kamschatka begraven ligt.

Toverdoctors.

De Geneeskunde schijnt 'er geen grooteren opgang gemaakt te hebben;

echter moet men ten dien opzichte erkennen, dat deeze volkeren reeds

iets voorwaards gekomen zijn, namelijk in geleerd te hebben om derzelver

bedriegers en belagchelijke kwakzalvers te mistrouwen; dit waaren

eertijds de zogenaamde toveraars _Chamans_ genaamt, die gebruik makende

van de ligtgelovigheid der Kamschatters, zich daarenboven tot Doctoren

in de geneeskunde verhieven, en zich dus van een dubbelde aanspraak op

achting en vertrouwen wisten meester te maaken[66]. Hun vreemde opschik

bragt ook nog veel toe om eerbied te verwekken, en kwam wonderbaarlijk

over een met hunne buitenspoorige bedriegerijen, het geen men 'er mij

van gezegt heeft zou alle geloof te boven gaan, indien wij de goede

gelukzeggers en andere tovenaars van dat soort niet kenden.

[66] Ik heb zedert, in een Ostrog op eenigen afstand van Bolcheretsk,

gelegenheid gehad ten hunnen opzichte meer bijzondere ophelderingen te

verkrijgen, die men bij mijn verblijf in dat dorp vinden zal.

Men kan zich geen denkbeeld vormen van de aaperijen deezer kwakzalvers,

nog van de onbeschaamdheden die zij voorgaven omtrent de toebereiding

hunner voorschriften, of omtrent hunne gewaande openbaaringen. Het is

waarschijnlijk, dat hunne geneezingen menigwerf van een kwaaden uitslag

waaren, en dat het getal hunner slagtoffers dat van hunne zieken

evenaarde: dog op den duur word men verdrietig, wanneer men het voorwerp

van bedrog is, vooral wanneer het leeven daar bij in gevaar raakt: als

dan begint men onvergenoegd te worden op de bedriegers, die ongevoelig

het vertrouwen verliezen, en ten laatsten in verachting vallen en

vergeeten worden. Dit is het geen met de Chamans gebeurd is; de weinige

kundigheden, die de handel der Russen in deeze streeken heeft verspreid,

is genoegzaam geweest om de oogen der inwooners te openen. Al aanstonds

hebben zij de ongerijmdheid der toverkunst van hunne geneesheeren leeren

kennen; zo dra ze ophield geëerbiedigt te worden, wierd ze ook welhaast

minder voordeelig, en het voordeel verminderende nam ook spoedig het

getal der tovenaars af. De mannen, afgeschrikt van deeze kostwinning,

verlieten dezelve, en wierden door eenige oude vrouwen vervangen, die

zonder twijffel minder behendig zijn en bij gevolg ook minder neering

hebben[67].

[67] De verandering welke de Chamans in Kamschatka ondergaan hebben,

is deeze niet volmaakt de geschiedenis van onze kwakzalvers? ten

naasten bij dezelfde bedriegerijen, dezelfde beheersching, en dezelfde

val. Welke aanmerkingen zou men niet nog omtrent dit onderwerp kunnen

maaken! bij voorbeeld, dat volkeren even zo eenvoudig als onkundig

gelijk de Kamschatters, eenigen tijd de voorwerpen der bedriegerijen

van hunne tovenaars geweest zijn, kan niet vreemd schijnen en ook zijn

deeze daar omtrent wel te verschoonen, dog dat zij met zo veel

onbekwaamheid en bijgeloof, van hunne dwaaling te rug gekomen zijn en

'er schaamrood over worden, dit is het, zo 't mij voorkomt, welk

verwondering moet verwekken, en waar over men hun geluk moet wenschen;

want eindelijk, ziet men bij de meest verlichte volkeren van Europa

niet nog alle dagen een soort van even trouwlooze, even gevaarlijke

Chamans te voorschijn komen? allen hebben zij nochtans hunne

apostelen, nieuwbekeerden en een groot aantal martelaars.

Sterke gesteldheid der vrouwen.

De vrouwen hebben in dit land zelden meer dan tien kinderen, haar gewoon

getal is vier of vijf; op de veertig jaaren verliezen ze de hoop van

'er meer te krijgen, zij kraamen zeer gemaklijk, en helpen onderling

elkander verlossen, daar zijn echter eenige vroedvrouwen, dog in een

gering getal. De toevallen, de ongelukkige verlossingen, die zo veele

moeders wegsleepen, zijn 'er minder gemeen dan het onverwacht kraamen in

de open lucht, op de wegen, en overal waar de arbeid van haar huishouden

deeze vrouwen roept. Het is waarschijnlijk in deeze gelegenheden, dat

zij zich van derzelver hairen bedienen, volgens 't geen men mij gezegt

heeft, om de navelstreng aftebinden; zij draagen vervolgens zelfs de

kinderen en zoogen ze aanstonds. De tijd der zooging is onbepaald. Ik

heb moeders gezien die aan kinderen van vier en vijf jaaren de borst

gaven. Men oordeele hier uit van de sterke gesteldheid deezer vrouwen.

Men bespeurt echter, dat de Kamschatters van beide sexen weinig langer

dan de Russen leeven.

Geneesmiddel, dat men aan den beer verschuldigt is.

Ik heb verzuimd van een geneesmiddel te spreeken, waar van de inwoonders

van dit schier-eiland zig gaarne en bijna in alle hunne ziektens

bedienen. Het is een wortel genaamt _beere-wortel_, in brandewijn

geweekt, de naam, welken deeze volkeren aan die plant gegeeven hebben,

duid genoeg aan, wien zij de kennis daar van verschuldigt zijn. Na dat

zij opgemerkt hadden, dat de beer gewoon was om bij voorkeur dit gras te

eeten, en zich wanneer hij gewond was daar over heen te wentelen, zijn

zij in twijffel geraakt, of dit kruid niet eenige goede eigenschappen

mogt bezitten, en hebben beslooten om 'er gebruik van te maaken; dit

beest komt dus de eere toe van hun de eerste lessen in de kruidkunde en

in derzelver toebereiding gegeeven te hebben. Daar en boven heeft men

mij gezegt, dat met deezen wortel de beer alle zijne wonden geneest; het

is mogelijk, dat de mensch 'er zich ook zeer wel bij bevind; dog ik ben

niet in 't geval geweest van 'er zelfs de proef van te neemen, en ik

draag geene verdere kennis van deeze plant.

Godsdienst.

De Christelijke Godsdienst is door de Russen in Kamschatka gebragt, dog

de bewoonders van dit schiereiland zijn, om eigentlijk te spreeken maar

gedoopt, ze zijn 'er verre af om de verplichtingen te vervullen, welke

dit bondzegel hun oplegt. Hebben zij eenige kennis, waarin de eerste

voorschriften van het Christendom bestaan? ik twijffel 'er aan;

overgegeeven aan alle hunne neigingen, volgen zij daar van de goede of

kwaade aandrift; indien zij op den Godsdienst denken, is het alleen om

redenen van welvoeglijkheid of belang, of wel wanneer de omstandigheden

hun derwaarts leiden; dit toont in deeze volkeren een groot gebrek in

het onderwijs aan, en men kan daar van, na 't mij toeschijnt, alleen

hunne priesters beschuldigen, die derzelver onkunde moesten tragten

opteklaaren. Dog hebben deeze priesters of zendelingen daar toe de

nodige begaaftheden? het is waar dat zij niet in de gelegenheid zijn om

zich door wijsgeerige oeffeningen bekwaam te maaken, ook schijnt men die

in hun niet te vorderen, vermits het meenigmaal gebeurt, dat men

Kamschatters tot deezen voortreflijken staat ziet toegelaaten.

Alle deeze Popen zijn aan 't gezag van den Opperpope of Aartspriester

die te Nijenei zijn verblijf houd, onderworpen; hij staat zelf onder den

Aartsbisschop van Irkoutsk, die hun alleen ordent, en de zending geeft,

zo dat alle de Geestlijken verplicht zijn om zich naar deeze stad te

begeeven. Mogelijk word de langduurigheid en de gevaaren van de reis hun

voor een soort van kweekschool toegerekent; mogelijk ontfangen zij de

heilige ordeningen zonder andere verdiensten of ondervraaging, dit

altans is zeeker, dat zij nog braaver nog meer onderweezen te rug komen.

Deeze Geestelijken worden vervolgens naar hunne bijzondere bestemmingen

gezonden; de tijd, dien zij daar blijven, is onbepaald, en hangt

volstrekt van den wil hunner hoofden af.

Kerken.

Men telt agt voornaame kerken op Kamschatka, als te Paratounka,

Bolcheretsk, Ichinsk, Tiguil, Vercknei, Klutchefskaia, en twee te

Nijenei; men zou 'er zelfs die van Ingiga in het land der Koriaken

kunnen bijvoegen.

Zeven dorpen en de Kourilische eilanden maaken het gebied of de Parochie

van Paratounka uit; te weeten, het dorp van dien naam, St. Pieter &

Paulus, Koriaki, Natchikin, Apatchin, Malkin en Bolcheretsk. Het getal

der Parochiaanen, welke deeze dorpen bevatten, gaat niet boven de vier

honderd, en wanneer men 'er de Kourilische eilanden mede onder begrijpt,

zal het geheele getal maar op zes honderd twintig Christenen beloopen.

De Keizerin geeft aan den Pastoor van Paratounka tagtig roubels

jaargeld, waar bij zij nog doet voegen twintig pouds[68] rogge-meel;

zijne Parochiaanen betaalen hem dus geene tienden, dog hij ontfangt de

aalmoessen en de andere toevallige voordeelen, welke aan zijn Kerk

gehegt zijn; Bij een huwelijk, doop, of begravenis vraagen deeze

Pastooren zo veel geld, of zodanige andere zaaken als zij maar

goedvinden te eischen. Niets is ten deezen opzichte bepaald, en zij

kennen geen andere uitspraak dan hun eigen wil, het welk aanleiding tot

grove misbruiken geeft. Gewoonlijk echter willen zij hunne eisschen wel

afmeeten na het vermogen van hunne Parochiaanen, en men is hun dank

verschuldigd voor deeze soort van bescheidenheid.

[68] Een Russisch gewigt, gelijk staande met iets meer dan drie en

dertig Fransche ponden.

Belastingen of Schattingen.

De Kamschatters zijn vrij; zij zijn alleen onderhevig om aan Rusland een

jaarlijksche schatting te betaalen, die gelijk als ik reeds gezegt heb,

in bontwerk van allerlei soort bestaat, zo dat al het geene hun jagt

opleevert, bijna geheel ten voordeele van de Keizerin komt. Ieder hoofd

des huisgezins is verplicht, om voor hem, en voor elk van zijne

kinderen, zelfs voor die geenen welke nog zeer jong zijn, een zeker

aantal vellen te leveren, evenredig aan het aandeel van zijne belasting;

deeze kan omtrent iets min of meer dan zeven roubels bedraagen, en men

heeft mij gezegt, dat de waardeering van dit bontwerk altoos tegen den

minst mogelijken prijs geschied. Deeze wijze van betaaling van het

hoofdgeld in Kamschatka moet groote inkomsten aan de kroon opleveren,

wanneer men alleen in aanmerking neemt de Sabelmarters, welke dit

landschap jaarlijks opbrengt, en waar van het getal op meer dan vier

duizend begroot word. Ieder Toijon ontfangt de imposten in zijn Ostrog

en steld ze vervolgens aan den schatmeester van de kroon ter hand; dog

voor af is aan ieder Kamschatter een handschrift gegeeven van het beloop

van zijn hoofdgeld, welke ook zorg draagt om met zijn zegel of eenig

ander teeken al het bontwerk, dat hij levert, te merken.

Muntspecien.

De gangbaare munten zijn, de gouden Imperiaal, waardig tien roubels, de

roubel en de halve roubel; men ziet weinig zilveren muntspecien onder

deeze waarde; koperen of papieren munten zijn nog in dit schier-eiland

niet doorgedrongen. Zou dit niet een bewijs opleveren, dat de

goedkoopste waar tot een halve roubel moet verkogt worden? Men vind hier

een groot getal oude zilveren muntspecien geslagen ten tijde van Peter

den I, Catharina de I. en van Elisabeth; men zou daar van zelfs een tak

van Koophandel kunnen maaken, dewijl het zilver veel zuiverder en van

een hooger waarde is dan de gewoone muntspecien.

Bezolding van de Soldaaten

De bezolding der Soldaaten of Kosakken beloopt vijftien roubels in 't

jaar; wat de Officieren betreft, die de regeering in zulke afgeleegen

landen zend, deeze ontfangen dubbelde jaargelden.

Bestier.

Wanneer de Heer Major Behin te Bolcheretsk het bevel voerde, stond het

Schiereiland Kamschatka onmiddelijk onder het algemeen bewind van

Irkoutsk; na het vertrek van deezen bevelhebber, dien de Engelschen bij

derzelver eerste aanlanding in 1779 bezogten, wierd de Capitein

Schmaleff intusschen met dit bevel belast; hij heeft geduurende een jaar

deeze magt bezeten, en het genoegen gehad om aan de inwoonders wel te

kunnen doen, die voor hem ook zo veel eerbied als erkentenis toonen. De

Heer Rénikin volgde hem op in 1780; hij wierd door hooge order

teruggeroepen in 1784, en wel om oorzaaken, die ik verplicht ben te

zwijgen. Op dit tijdstip, wierd het gebied van Kamschatka met dat van

Okotsk vereenigd. Zedert zijn de hoofden en officieren van de

verschillende ostrogs, steden of dorpen van dit schier-eiland, aan de

bevelen van den Commandant te Okotsk, en aan de uitspraaken der

rechtbanken van die stad onderworpen; deeze zijn wederom zelfs

ondergeschikt en doen rekening aan den algemeenen landvoogd, te Irkoutsk

zijn verblijf houdende. De Officier, die te Bolcheretsk, eertijds de

hoofdplaats van Kamschatka, het bevel voerde, is tegenswoordig maar een

Sergeant; de geen, dien ik 'er liet, was _Rastarganieff_ genaamt; hij

wierd tot deezen post door den Heer Kasloff benoemd.

Ik moet hier nog bijvoegen, dat de bevelhebbers in deeze Ostrogs, zelfs

de Officieren van een minderen rang omtrent derzelver meerderen, zich

onderling geen verantwoording van hun bestuur schuldig zijn; ook breid

ieders gezag zich niet verder uit dan over de inwoonders der plaatzen,

die onder hun opzicht zijn; dit zal zeker de Keizerin bewoogen hebben om

een _capitan ispravnick_, Capitein inspecteur te benoemen, gelast om

ieder jaar alle de dorpen der Kamschatters door te reizen, hunne klagten

te hooren, hunne verschillen te onderzoeken, te beoordeelen; hun die het

verdienen te doen straffen, in een woord, om de goede order en den

vreede onder hun te bewaaren. Ook is het daar en boven zijn zaak om den

Koophandel, de jagt, en de vischvangst aan te moedigen, te waaken op de

naauwkeurige betaaling der schattingen, toezicht te hebben, dat ieder

bijzonder persoon zich van den nodigen voorraad tot zijn voedzel en dat

van zijn gezin voorziet, en verder om acht te geeven op de verbetering

der bruggen en wegen, die ongelukkig maar zo weinig in getal, als slegt

onderhouden zijn. Eindelijk, moet deeze Capitan ispravnick zich in alles

bevlijtigen om onder deeze volkeren de zeden en de gebruiken der Russen

intevoeren. Deeze gewigtige post wierd in 1784. aan den Heer Baron de

Steinheil toevertrouwd, die zijn verblijf te Nijenei nam; andere zaaken

hem elders geroepen hebbende, wierd hij bij mijne komst in Kamschatka

opgevolgt door den Heer Schmaleff, die als toen, terwijl hij ons

vergezelde, het bezoek van zijn departement deed.

Rechtbanken.

Het bestier is niet geheel militair; daar zijn eenige rechtbanken

opgericht, om de gedingen en andere zaaken behoorlijk te behandelen

en te beoordeelen, als daar zijn die van Tiguil, Ingiga &

Nijenei-Kamschatka; deeze rechtbanken zijn aan die van Okotsk

onderhoorig, even als in Rusland de gerechten der steeden van den

tweeden rang afhangelijk zijn van die der Hoofdsteden, welke zonder

verder beroep vonnissen. Behalven die is er te Bolcheretsk een soort van

Burgerlijk rechtsgebied of stemgericht; in het Russisch _slovesnoi-soud_

genaamt. De rechters zijn kooplieden, zij neemen kennis van alle

verschillen betrekkelijk tot den koophandel, en hunne vonnissen worden

goedgekeurd of vernietigt door de rechtbank, alwaar de zaaken bij hooger

beroep gebragt zijn. Het is genoeg hier van te zeggen, dat men 'er

alleen de Russische wetten volgt; deeze zijn genoeg bekend om mij te

ontslaan, van in meer bijzonderheden deswegens te treden; ik zou daar

en boven maar herhaalen, het geen verscheidene geschiedschrijvers, of

veel meer verlichte waarneemers dan ik ben, daar omtrent verhaald

hebben.

Gebruiken omtrent de Erffenissen.

Ik meen echter hier te moeten bijvoegen, dat de goederen der

Kamschatters, na hun afsterven, zonder moeijelijkheden wederkeeren aan

derzelver naaste erfgenaamen, of aan die geenen aan wie 't hun behaagt

dezelve te vermaaken; de wil des testateurs word zo goed geëerbiedigt en

na den letter gevolgt, als in Europa bij de meest zorgvuldige volkeren

in geval van erffenissen, zou kunnen geschieden.

Aanmerkingen betreklijk de Huwelijken.

De egtscheiding is onder de Kamschatters nog gebruikelijk nog geoorloft.

De Russen schijnen zich gaarne met hun te verbinden, hoe zeer dit

dezelven geen bijzonder voorrecht aanbrengt. Men kan ligt bevroeden,

welke hunne beweegredenen daar toe zijn; deeze vermenigvuldigen die

huwelijken zodanig, dat het niet onmogelijk zou weezen, dat 'er voor het

uiteinde van het tegenwoordig geslagt, van de inboorlingen des lands

geen overblijfzels meer te vinden zullen zijn.

Strafoeffeningen.

De doodstraf in alle de staaten van de Keizerin vernietigd zijnde, word

insgelijks nooit in Kamschatka uitgeoeffend. In het eerst wierden de

Russen, die men beschuldigde van de Kamschatters mishandeld te hebben,

tot de knout veroordeeld; daar waaren 'er ook onder de laatsten, die om

verscheiden misdaaden deeze wreede straf ondergingen, dog tegenwoordig

maakt men daar van geen gebruik meer; zo dra deeze eenige misslagen, of

zwaare misdaaden begaan, vergenoegt men zich met hun te slaan. Hebben

zij wel veel bij deeze verandering gewonnen? de tegenswoordige manier

van straffen veel eenvoudiger en spoediger verricht zijnde, word ook

veel ligtvaardiger gebruikt en moet dus dikwijls verkeerd uitgeoeffend

worden.

Taal.

De Kamschatsche taal kwam mij voor hard, hol en zeer moeijelijk in de

uitspraak te weezen, de woorden zijn afgebrooken, en de klanken

onaangenaam. Daar zijn om zo te spreeken zo veele tongvallen en

verschillende uitspraaken als er Ostrogs zijn. Bij voorbeeld, men is

zeer verwonderd, wanneer men van St. Pieter en Paulus komt, te

Paratounka een andere brabbeltaal te hooren spreeken; het is in de

dorpen, die het digtst aan elkander gelegen zijn, het zelfde.

Niettegenstaande deeze veranderingen in de taal, heb ik gemeent een

woordenboek te moeten vervaardigen, het welk ik aan het einde van mijn

dagverhaal zal mêedeelen, ik zal 'er dat van de Tchouktchische,

Koriaksche en Lamoutsche taal bijvoegen; ik heb 'er alle oplettenheid

aan besteed, en men heeft mij al die hulp verleend, welke mij van zeer

veel nut is geweest. Ik zal het artikel van mijn verblijf te Bolcheretsk

besluiten, met verscheide waarnemingen, die een ieder in staat zullen

stellen om van de onmogelijkheid te oordeelen, waar in ik mij geduurende

al dien tijd bevonden heb, van wederom mijn reis te kunnen aanneemen.

Aantekeningen over de lugtsgesteldheid.

Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz. · 第 6 / 31 段