worden, drijven een heimelijken handel dan met het eene en dan met het
ander; dit verschilt zo menigmaal als de gelegenheid hun het denkbeeld
doet gebooren worden om te veranderen, maar het is nooit met
vooruitzichten van zich door eerlijke wegen te verrijken; derzelver
vlijt bestaat alleen in eene geduurige schelmerij, ze gaat niet verder
dan om dagelijks de arme Kamschatters te bedriegen, welker
ligtgelovigheid en onverwinlijke neiging tot de dronkenschap hen zonder
onderscheid aan de genade van deeze gevaarlijke roovers overgeeven;
deeze, op het voorbeeld van onze kwakzalvers en andere gaauwdieven van
dat soort, gaan van dorp tot dorp de maar al te onnozele Inboorlingen
verstrikken; zij stellen hun voor om hun brandewijn te verkoopen, dien
zij listiglijk hun ter proef aanbieden; het is bijna onmogelijk voor een
Kamschatter, het zij man of vrouw, om dit aanbod te wederstaan; men
begrijpt dat de eerste proef van veele anderen gevolgt word, welhaast
worden de hoofden verhit, raaken op hol, en de loosheid der verkoopers
weet zich ter zelfder tijd van het overige hunner waar te ontdoen.
Naauwljks hebben zij hun oogmerk bereikt met de koopers dronken te
maaken, of zij weeten van deezen het kostbaare dat ze bezitten in
ruiling te bekomen, namelijk al het bontwerk het geen zij maar hebben,
en dikwils is dit de vrugt van hun arbeid geduurende een geheel
jaargetij, het welk dienen moest om de schatting aan de kroon te
betaalen, of anders door verkoop het bestaan van het huisgezin moest
opleveren, dog geene bedenkingen weerhouden een Kamschatter, die aan het
drinken is; alles is vergeeten, en niets is hem te dierbaar om zijn lust
te voldoen. In deeze redenloosheid laaten deeze ongelukkigen zich in een
oogenblik alles ontneemen, en het voorbijgaande vermaak van eenige
maaten brandewijn te leegen[38] dompelt hen in de uiterste armoede,
zonder dat immer de treurige ondervinding hun leert van in het vervolg
op hunne hoede te zijn tegens hunne eige zwakheid, of tegen de behendige
trouwloosheid van deeze Kooplieden, die wederom op hun beurt al den
winst, die ze door hunne schelmerij verkreegen hebben, verdrinken.
[38] Men weet dat dit de heerschende neiging is bij alle Noordsche
volkeren, dog ik heb meer dan eens gelegenheid gehad om optemerken,
dat de Kamschatters daar in voor geen ander volk onderdoen; ziet hier
onder anderen een trek, dien men mij op de plaats verhaald heeft, om
mij te doen oordeelen van de roofzucht dezer zwervende Koopluiden, en
van de domme milddadigheid der geenen, die door hun bedrogen worden.
Een Kamschatter had een sabelmarter voor een glas brandewijn
afgestaan; brandende van begeerte om nog een ander te drinken,
verzoekt hij den kooper om in zijn huis te komen, deeze bedankt en
zegt haast te hebben, de drinker doet op nieuw aanzoek en staat een
tweeden koop voor, op dit woord laat de ander zich overhaalen. = "Nog
een glas voor deeze marter, ze is fraaijer als de eerste. = Neen ik
moet mijn overigen brandewijn bewaaren, ik heb beloofd ze op die
plaats te verkoopen en ik vertrek. = Nog een oogenblik, ziet daar twee
marters. = Dat lijkt 'er niet na. = Wel nu! ik zal 'er de derde
bijvoegen. = Kom aan drink". Ter zelver tijd wierden de drie marters
opgevat, en de Koopman houd zich op nieuw als of hij gaan wil, zijn
hospes verdubbeld zijne vriendelijkheden om hem te houden; hij vraagt
een derde glas, bij iedere nieuwe weigering een nieuw aanbod, hoe meer
de koopman zijn waar op prijs houd, hoe meer de Kamschatter stout
aanbied; wie zou kunnen gelooven, dat hij eindelijk voor dit laatste
glas zeven Sabelmarters van de grootste schoonheid opoffert? dit was
alles het geen hem nog overbleef.
Koophandel in het algemeen.
Om dit artikel van den Koophandel te eindigen, zal ik er nog bijvoegen,
dat die geenen, welke denzelven door het geheele schier-eiland
Kamschatka meer in het groot drijven, niet anders zijn, dan de
bediendens der Kooplieden van Totma, Vologda, groot Ustiug, en van
verscheidene steeden uit Siberien, of wel factooren van andere
vermoogende lieden, die tot zoo ver toe hunne uitzichten in den handel
uitstrekken.
Alle de Koopmanschappen en levensbehoeftens, welke de noodzaaklijkheid
hun verplicht opteslaan, worden 'er uitermaaten duur verkogt, en wel
omtrent tien maal boven derzelver vasten prijs te Moscou; voor de
_vedro_[39] fransche brandewijn wordt hier tagtig Roubels betaald; de
verkoop hier van is aan de Kooplieden geoorloft; dog de Koornbrandewijn
die van Okotsk komt, en die welke in het land met _slatkaïa-trava_ of
zoet gras word gemaakt, worden voor rekening van de regeering verkogt,
tegens een-en veertig Roubels en zes en negentig kopecks het vedro; men
kan deeze niet verkoopen dan in de _kabacs_ of herbergen, die daar toe
geschikt zijn; te Okotsk kost het vedro brandewijn uit graan gestookt
maar agttien roubels; waar uit blijkt, dat de kosten van de overvoering
op drie en twintig roubels zes en negentig kopecks kunnen beloopen, het
geen zeer buitenspoorig moet voorkomen. Dat men vervolgens hier uit den
winst beoordeele.
[39] Het _vedro_ is een maat, die op dertig a veertig pints flessen
komt.
De andere ingevoerd wordende waaren[40], namelijk die van Okotsk
gezonden worden, bestaan in Nankins en eenige Chineesche stoffen, en in
een meenigte zaaken uit de Russische en vreemde fabrieken getrokken, als
linten, doeken, koussen, mutzen, schoenen, laarzen en andere artikels
die tot de kleeding der Europeesche volkeren gebezigd worden, en die
hier, wanneer men de uiterste eenvoudigheid der Kamschatters zo in
kleeding als gewoontens in aanmerking neemt, tot overdaad strekken; men
voert ook nog in suijker, thée, een weinig coffij en wijn, beschuit,
ingemaakte of gedroogde vrugten, als pruimen, rosijnen &c, eindelijk
kaarssen, waschkaarssen, buskruid, loot &c.
[40] Boven heb ik verhaald, dat de uitvoer zich alleen tot het
bontwerk bepaalde; ze geschied voornamelijk door de handelaars, van
welken ik zoo even gewaagde.
De zeldzaamheid van alle deeze goederen in een zo afgelegen land, en de
nood-druft, die men 'er aan heeft, of die men 'er zich van maakt,
noodzaaken de bewoonders om ze tot die uitermaate hooge prijzen te
neemen, welke de schraapzucht des verkoopers aan dezelve hegt;
gewoonlijk kan die, zo dra ze aankoomen, dezelve ook kwijt worden; deeze
koopluiden houden winkels, zij bewoonen ieder één van die houten
huizen, die regt tegen over het wagthuis geplaatst zijn; deeze winkels
zijn dagelijks open, uitgenomen de feestdagen.
Leevenswijs der Inwoonders van Bolcheretsk en in het algemeen van de
Kamschatters.
De leevenswijs der Inwoonders van Bolcheretsk verschilt niet van de
Kamschatters; echter schijnen ze minder lust te hebben om in balagans te
woonen, en hunne huizen zijn een weinig zindelijker.
Kleeding.
De kleeding is een en dezelfde; het opperkleed, dat _parque_ genaamd
word, heeft de gedaante der overhembden van de voerlieden in Europa, het
is doorgaans van vellen van rendieren[41], of van andere beesten, die
aan den eenen kant bereid zijn; zij draagen daar onder lange broeken van
diergelijk leder, en op 't lighaam een zeer kort en naauw hemd van
Nankin, of van Catoen, de vrouwen hebben 'er van zijde, en dit is een
zeker soort van weelde onder haar; beide de sexen draagen laarzen, des
zomers zijn die van bereide geiten of honden vellen, en des winters van
zeewolven vellen of rendieren pooten[42]; de mannen draagen altoos
breede gevulde mutsen op het hoofd, in het beste Jaargetij trekken zij
een langer hemd aan van nankin, of van een vel zonder hair, dit is
gemaakt even als het parque, en dient hun ten zelfden gebruike, dat is
te zeggen, dat ze het over de andere kleederen aantrekken; het staatsie
en beste kleed, is een parque omzoomd met bevervel en fluweel, of van
andere diergelijke kostbaare stof en voering; de vrouwen zijn op
dezelfde wijs gekleed als de Russische vrouwen, de kleeding van deeze
laatste is genoeg bekend dan dat ik nodig zou hebben die te beschrijven,
ik zal maar alleen aanmerken, dat door de groote duurte van alle deeze
soorten van stoffen in Kamschatka, het toilet der vrouwen aldaar een
aanmerkelijke uitgaaf vordert; somtijds neemen zij ook de kleeding der
mannen aan.
[41] Zij bekomen deeze kleederen van rendieren vellen uit het land der
Koriaken.
[42] Deeze laarzen worden in de Kamschatsche taal genaamd,
_tor-bassi_.
Voedzel.
Het voornaamste voedzel van deeze volkeren bestaat, gelijk ik reeds
gezegt heb, in gedroogden visch; de mannen verzamelen zelfs den voorraad
van deeze hoofd-spijs, terwijl de vrouwen zich bezig houden met het
verrichten van het huishoudelijke, en het verzamelen der vrugten en
andere gewassen, die, na den gedroogden visch, de begunstigdste geregten
van de Kamschatters en Russen in deeze streeken zijn; wanneer de vrouwen
deeze inzameling voor den winter-voorraad gaan doen, zijn dit voor haar
zo veele feestdagen, ze vieren die met eene luidruchtige en ongebondene
vervoering van vreugde, die somtijds gelegenheid geeven tot klugtige en
meest altoos onbetamelijke voorvallen; zij verspreiden zich in menigte
al zingende door de velden, en geeven zich over aan alle de dwaasheden,
die de verbeelding haar ingeeft, nog vrees, nog schaamte wederhoud haar.
Ik kan deeze buitenspoorige uitzinnigheid niet beter afschilderen, dan
met ze te vergelijken bij de raazende heidensche bacchanten; wee den
man, die bij toeval derwaards komt en als dan in haare handen valt! hoe
kloek en fluks hij ook zijn mag, is het hem echter onmogelijk om zich
aan het lot dat hem bedreigt te onttrekken, het is zeldzaam, dat hij uit
het gevecht komt zonder een goede kastijding met roeden ondergaan te
hebben.
Wat de spijzen betreft, zie hier ten naasten bij hoe de Kamschatters ze
toebereiden, men zal uit dit verhaal kunnen oordeelen, dat men hen niet
kan verdenken van zeer lekker te zijn; ze weeten voor al, zich alles van
den visch te nutte te maaken. Zo dra ze gevangen is[43] haalen ze de
kieuwen uit, die ze met het grootste vermaak uitzuigen. Door eene andere
zuivering, uit zinnelijkheid of gulzigheid ontstaande, snijden ze 'er
dadelijk ook eenige geheel bloedende, en somtijds geheel bevrozene
stukken af, welke zij met greetigheid opslokken, vervolgens gaat men
voort met den visch te snijden, waarvan de graaten voor de honden
geschikt zijn; het overschot word bewaard en voor den winter gedroogt,
als dan eet men ze gekookt, gebraaden, geroostert, en meesttijds geheel
raauw.
[43] Ik zal in meer bijzonderheden over derzelver vischvangst treden,
wanneer ik van hunne manier van jaagen zal spreeken.
Dog het geregt, dat de hoofsche kenners het meeste beminnen, en dat mij
het walgelijkste toegescheenen heeft, is een zoort van salm genaamt
_tchaonitcha_; zo dra zij ze gevangen hebben, begraven ze die in een
kuil, zij laaten ze in deeze vreemde eetens-kas leggen, tot dat ze wel
tijd gehad heeft om te verzuuren, of om juister te spreeken, geheel te
verrotten; het is maar alleen op dat punt van bederf, dat ze de gunst
verkrijgt om tot de grootste lekkernij van dit volk te dienen. Na 't mij
voorkomt, is de bedorve lucht, die deeze visch van zich afgeeft,
genoegzaam om den uitgehongerden mensch aftetschrikken, en nogtans
vergast zich een Kamschatter met deezen verrotten visch geheel raauw op
te eeten; wat acht hij zich boven al gelukkig, wanneer hij den kop
heeft, dit is het uitsteekendste beetje, men snijd het in verscheide
stukken. Ik heb dikwils mijn afkeer zoeken te overwinnen, om van dit zo
gezogte geregt even te proeven, dan nimmer kon ik 'er toe besluiten, om
het in den mond te neemen, en zelfs niet om het maar aan den mond te
brengen; iedere reis veroorzaakte de stinkende lucht, die het van verre
verspreidde, mij walgingen, en eenen onweerstaanbaaren tegenzin.
Forellen en Salmen van verschillende soorten zijn de gemeenste visschen
in Kamschatka, men eet 'er ook zeewolven, en het vet van deezen visch is
zeer goed bevonden; men bedient 'er zich van tot het maaken van olie om
te branden.
Onder de verschillende gewassen, die mede tot het voedzel der
Kamschatters in aanmerking komen, maaken zij voornamelijk gebruik van de
saranawortel, wilden knoflook, slatkaïa-trava of zoet gras, en van
eenige planten en andere vrugten die ten naasten bij dezelfde zijn als
in Rusland.
De saranawortel is bij de Kruidkenners bekend[44], deszelfs gedaante,
dikte en couleur zijn in 't breede beschreeven in de derde reize van
Cook, deeze meel-achtige wortel dient in plaats van brood[45], men laat
dien droogen voor dat men ze kookt, dog op welke manier men die ook
toebereid, is ze altoos zeer gezond en zeer voedzaam.
[44] Onder deeze benaaming: LILIUM FLORE ATRO RUBENTE.
[45] De Kosakken gebruiken daarenboven nog roggemeel, ze maaken daar
van zwart brood gelijk aan dat der Russische boeren; de regeering
geeft hun eene zekere hoeveelheid van dat meel, dog zulks is altoos
onvoldoende, en zij zijn genoodzaakt om 'er zich op hunne eige kosten
van te voorzien; sommigen koopen dit op, om vervolgens op den voorkoop
te winnen.
Dranken.
Van den wilden Knoflook[46] maakt men een soort van zuuren en gegisten
drank, die een zeer kwaaden smaak heeft, het word ook nog in verscheide
sausen gebruikt; deeze volkeren houden daar zeer veel van.
[46] Men noemt die in Kamschatka _tscheremtscha_. Gmelin benoemt ze
dus: ALLIUM FOLIIS RADICALIBUS PETIOLATIS, FLORIBUS UMBELLATIS, _Vol.
I. p. 49._
De slatkaïa-trava of zoet gras is vrij aangenaam, wanneer het versch is.
De Engelschen hebben ook veele bijzonderheden van deeze plant
opgegeeven[47] waar van de inboorlingen des lands veel werk maaken,
vooral wanneer het overgehaald is. Weinig tijds na dat ze geplukt is
splijten zij dezelve door midden, en schrapen ze met een schelp af, ten
einde 'er de schil aftehaalen, zij laaten ze vervolgens voor den winter
droogen, en wanneer zij er zich van in derzelver ragouts willen
bedienen, doen zij ze kooken. De slatkaïa-trava of dit zoet gras wordt
ook gebruikt om brandewijn van te maaken[48] en in het land verkogt zo
als ik boven gezegt heb, voor rekening van de regeering, die deeze plant
van de Kamschatters koopt.
[47] SPONDILIUM FOLIOLIS PINNATIFIDIS. Ziet Linnaeus. Het sap het welk
uit het vlies of schil van deeze plant komt, is zo kwaadaartig, dat
men 'er met de hand niet kan aanraaken of deeze zwelt terstond op, ook
is men zeer zorgvuldig om handschoenen aantetrekken, wanneer men ze
plukt.
[48] Deeze brandewijn veroorzaakt nog veeleer dronkenschap als de
Fransche, wie er van drinkt, kan verzekert zijn van des nagts zeer
verhit te weezen, en den volgenden morgen naargeestig en ongerust,
even of hij iets kwaads verrigt had.
Inwoonders van Kamschatka.
Men telt drie soorten van inwoonders, de inboorlingen of Kamschatters,
de Russen en Kosakken, en de Mesticen of de bijzondere persoonen, welke
uit de vermenging van deeze twee geslagten gebooren zijn.
Inboorlingen.
De Inboorlingen, dat is te zeggen, die geenen, wier bloed niet vermengt
is, zijn weinig in getal; de Kinderziekte heeft 'er wel drie vierde van
weggenoomen, en het overschot is in de dorpen van het schier-eiland
verspreid, dog in Bolcheretsk zou men werk hebben om 'er één of twee te
vinden.
De eigentlijke Kamschatters zijn in het algemeen kleinder dan eene
gewoone lengte, zij zijn van eene dikke en breede gedaante, kleine en
diep ingezonken oogen, hangende uitsteekende wangen, een platten neus,
zwarte hairen, bijna geen baard, en een weinig bruin van couleur; die
van de meeste der vrouwen en derzelver gelaatstrekken, zijn ten naasten
bij het zelfde; men zal ze dus na deeze afbeelding voor geene
verleidelijke voorwerpen beschouwen.
De aart der Kamschatters is zagt en herbergzaam, zij zijn nog bedriegers
nog dieven, zij bezitten zelfs zo weinig geslepenheid, dat 'er niets
gemaklijker is dan om ze te bedriegen, wanneer men, gelijk gezegt is,
van hunne neiging tot de dronkenschap weet gebruik te maaken; zij leeven
onder zich zelfs in de beste eensgezindheid; het schijnt dat ze, naar
maate van derzelver klein getal, des te meer aan elkander verkleeft
zijn, deeze vereeniging doet hun zich onderling de hand bieden in het
verrichten van den arbeid, en het is geen gering blijk van derzelver
ijver, dat zij zich daartoe verpligten, indien men derzelver natuurlijke
luiheid, die uitermaaten groot is, in aanmerking neemt. Een werkzaam
leeven zou hun onverdraaglijk zijn: en het hoogste geluk in hunne oogen
bestaat, na dat van zich dronken te drinken, in niets te doen te hebben,
en te leeven in eene zagte zorgeloosheid; ze is zodanig bij dit volk
ingeworteld, dat ze hen de middelen, om in de noodzaaklijkste behoeftens
van het leven te voorzien, doet verwaarloozen. Men heeft des winters
meer dan eens huisgezinnen tot de vreesselijke uiterstens van
hongersnood gebragt gezien, om dat ze zich de moeite niet hadden willen
geeven van geduurende den zomer derzelver voorraad van visch gereed te
maaken, die nogtans voor hun het noodzakelijkste voedzel is. Indien ze
dus hun eigen bestaan vergeeten, begrijpt men ligtelijk, dat ze nog
minder zorg voor de zindelijkheid hebben, deeze bespeurt men nog aan
hun, nog in hunne wooningen, men zou hun veel eer kunnen verwijten, dat
ze daar omtrent in een tegengesteld uiterste vielen. Niettegenstaande
deeze zorgeloosheid en de andere gebreken der inboorlingen, is het
echter te betreuren, dat hun getal niet aanmerkelijker is, want volgens
het geen ik gezien heb, en het welk mij door verscheide persoonen
bevestigt is, moet men, om verzeekert te zijn van in dit land gevoelens
van eer en menschlievendheid aantetreffen, dezelve bij de eigentlijke
Kamschatters zoeken. Zij hebben derzelver boersche deugden nog niet
tegen de gepolijste ondeugden verwisseld, welke de Europeanen, die
geschikt waren om hen te beschaaven, tot hen overgebragt hebben.
Aanmerkingen over de zeden der Inwooners van Bolcheretsk.
Dog het is te Bolcheretsk, alwaar ik de uitwerkzelen van dien invloed
ben ontwaar geworden. Ik heb daar eeniger maate het spoor der
Europëesche zeden aangetroffen, minder evenwel in de vermenging der
geslagten, taal en de gelijkvormigheid der gelaatstrekken van de
Inwoonders, dan wel in derzelver geneigtheden en manier van bestaan, die
juist niet altoos een grooten trap van deugdzaamheid aanduiden; dit
aanmerkelijk onderscheid tusschen hen en de Inboorlingen komt alleen, na
mijn inzien, van de moeilijke leiding tot de beschaaftheid; en ziet
hier, waar op ik mijne gedagten omtrent dit onderwerp gronde.
Bolcheretsk was sedert korten tijd de hoofdplaats van Kamschatka, voor
al zedert dat de Commandanten het nodig geoordeeld hebben van aldaar hun
verblijf te vestigen. Deeze hoofden en derzelver gevolg bragten de
Europeesche wetenschappen en zeden derwaarts; men weet, dat die
doorgaans bij overlevering vervalscht worden, naar gelang dezelve meer
en meer van haaren oorsprong verwijderen; het is nogtans waarschijnlijk,
dat de Russische regeering zo veel mogelijk haar gezag en de uitvoering
haarer beveelen, niet anders toevertrouwde, dan aan Officieren van
bekende verdiensten, bij aldien ik ten minsten mag oordeelen uit die
geenen, welke daar mede tegenswoordig belast zijn; en dienvolgens moet
men gelooven, dat deeze bevelhebbers en andere officieren in de plaats
van hun verblijf geen andere voorbeelden gaven dan van deugd, kundigheid
en alle de achtingswaardige hoedanigheden der beschaafde volkeren.
Ongelukkig waaren de gegeven lessen niet altoos voldoende, dat is te
zeggen, dat ze niet al dat nut voortbragten, het geen men 'er van wagten
kon, 't zij, dat ze niet anders dan bij gevolgtrekking werkten en
derhalven niet genoeg de zinnen aandeeden, of liever dat ze zich niet in
haare volkomenheid konden verspreiden, en daar door alleen in de
gemoederen voorbijgaande of zelfs gebrekkige indrukzelen overlieten.
1787. _November_ & _December_ Te Bolcheretsk.
Deeze hervormers vonden denzelfden ijver niet in de Kosakken, die de
bezettingen uitmaaken, nog in de Kooplieden en andere Russische
emigranten, die zich in dit schier-eiland neergezet hebben. De neiging
tot ongebondenheid en de zucht tot winst, welke bijna altoos in een
overwonnen land door de volkplantingen der overwinnaars overgebragt
word, dusdanige gesteltheden, verder ontwikkelt door de gemaklijkheid
van luiden te vinden die bedrogen kunnen worden, moesten noodwendig den
voortgang der hervorming stremmen. De rampzalige kiemen van deeze
geneigtheden breidden zich te spoediger uit door de huwelijken, terwijl
de zaaden der gezellige deugden, welke men getragt had aldaar aan te
kweeken, ter naauwer nood vruchten voortbragten.
Hier uit is voortgesprooten, dat de inboorlingen, of eigentlijke
Kamschatters, vrij algemeen hunne onweetende eenvoudigheid en de ruwheid
hunner zeden bewaart hebben, en dat een gedeelte der andere Russische en
vermengde inwoonders, die zich bij voorkeur in het verblijf der hoofden
geplaatst hebben, wel eene flaauwe schemering van de Europëesche zeden
hebben behouden, dog niet het volmaaktste het geen deeze kunnen
opleveren. Men heeft 'er het bewijs reeds van gezien in het geen ik van
hunne grondbeginzels in den Koophandel gezegt heb, en ik ben in de
gelegenheid geweest van 'er nog beter van overtuigd te worden,
geduurende mijn verblijf te Bolcheretsk, door eene meer aanhoudende
bespiegeling van deszelfs inwoonders die, zonder dit bekleedzel, bijna
geheel aan de Inboorlingen zouden gelijken.
Danspartijen, gegeeven aan de Vrouwen te Bolcheretsk, en aanmerkingen
geduurende deeze Bals gemaakt.
De Heer Kasloff, en op zijn voorbeeld, alle de geenen die hem
vergezelden, gaven beurtelings aan de vrouwen van dit Ostrog verscheide
feesten of danspartijen; zij verscheenen 'er allen, telkens met zo veel
lust als genoegen. Ik had gelegenheid om te zien dat men mij niet
bedrogen had, wanneer men mij verzekerde, dat alle deeze vrouwen, de
Kamschatsche zo wel als de Russische, de vermaaken beminnen, zij zijn
'er zo verzot op, dat ze zulks niet kunnen verbergen. De dogters zijn
alle verbaazend vroeg huwbaar, en de koude luchtsgesteldheid schijnt
geen invloed op haar te hebben.