den 16 in die bezigheden door, welke de laatste toebereidzelen tot de
reis noodzaaklyk maakten; wij moesten het overige van onze reis tot aan
Bolcheretsk op de Bolchaïa-reka doen, men had tien kleine schuitjes,
die mij eigentlijk niet anders toescheenen dan uitgeholde boomen in de
gedaante van praauwen, twee aan twee, en den een tegen den anderen
vastgemaakt; men maakte daar van vijf vlotten, om ons en een gedeelte
van onze goederen overtevoeren; wij moesten wel besluiten om het overige
te Natchikin te laaten, uit hoofde van de onmogelijkheid om alles op
deeze vlotten te kunnen laaden, welker getal men ook niet vermeerderen
kon, want men had al de schuitjes of praauwen genomen, die maar in het
dorp te vinden waaren, en zelfs had men 'er van het dorp Apatchin,
werwaards wij ons begeeven moesten, laaten afkomen.
1787. _October._
Den 17.
Vertrek van Natchikin, en bijzonderheden van onze reis.
Op den 17. met het aanbreeken van den dag, begaven wij ons op deeze
vlotten. Vier Kamschatters bestierden met behulp van lange boomen of
stokken onze vaartuigen, dog meesttijds waaren ze genoodzaakt van zich
in het water te begeeven om dezelve voorttetrekken, dewijl de rivier op
sommige plaatzen, op zijn hoogst maar een of twee voet, en op andere nog
geen zes duimen, diepte had; al vrij spoedig brak een van onze vlotten,
en wel juist dat waar op ons goed gelaaden was, alles moest toen
ontlaaden worden om het vlot weder te kunnen maaken; wij wagteden 'er
niet op, maar verkoozen liever het zelve agter te laaten en onze reis
te vervolgen; des middags noodzaakte ons eene andere ramp, die wel zo
treurig was voor luiden wier eetlust opwakkerde, om nogmaals te moeten
vertoeven; het vlot waar op men onze keuken gelaaden had, raakte voor
onze oogen eensklaps aan 't zinken; men kan ligt bevroeden, dat wij met
geene onverschilligheid het verlies, waar mede wij bedreigd wierden,
aanzagen, wij ijverden om 't zeerst en zo goed wij konden om het
overschot van onzen voorraad te behouden, en uit vreeze voor grooter
tegenspoeden, namen wij het voorzichtig besluit van in deeze plaats stil
te houden, ten einde 'er het middagmaal te neemen; dit deed ons
ongevoelig den geleeden schrik vergeeten, en gaf ons meerder moed, om
het water te leegen, het welk onze praauwen overlaade, en om onze reis
voorttezetten. Wij hadden nog geen werst afgelegd, of wij ontmoetteden
twee schuitjes die van Apatchin kwamen om aan onze overvoering te
helpen. Wij zonden ze ter hulp van de beschadigde vlotten, en om de
praauwen die buiten staat waaren van langer dienst te doen, te
vervangen; daar wij altoos aan 't hoofd van alle de vaartuigen
voorwaarts gingen, verlooren wij ze op het laatst geheel uit het
gezicht, dog wij ondervonden tot aan den avond geene verdrietelijkheden
meer.
Ik bemerkte, dat de Bolchaïa-reka in de bogten, die ze geduurig maakt,
ten naasten bij oost-noord-oost, en west-zuid-west loopt; derzelver
stroom is zeer snel, ze scheen mij toe omtrent vijf à zes kronkelingen
in een uur te hebben; echter betwisteden de steenen en de ondieptens,
die men 'er telkens aantreft, ons zodanig den doortogt, dat het werk van
onze geleiders, die ze met groote behendigheid wisten te vermijden, zeer
zwaar wierd; dog naar maate wij den mond van de rivier naderden,
ontdekte ik met vermaak, dat ze wijder en bevaarbaarder wierd. Ik was
niet minder verwonderd, van dezelve, in ik weet niet hoe veel armen,
zich te zien verdeelen, die vervolgens, na verscheiden kleine eilandjes
besproeid te hebben, waar van eenige met hout begroeid zijn, zich weder
vereenigden; de boomen zijn overal zeer klein en zeer digt bewassen, men
vind 'er ook hier en daar een groot getal voorwaarts in de rivier staan,
het welk de moeijelijkheid in het vaaren nog vergroot, en de
onbezorgdheid, ik zou haast zeggen de luiheid deezer volkeren, aantoont.
Het valt hun niet eens op den aandagt om ten minsten deeze boomen
uitteroeijen, en zich daar door een vrijen doortogt te baanen.
Verschillende soorten van water-gevogelte als eenden, pluvieren,
goillands, duikelaars en meer anderen vermaaken zich in deeze rivier,
welker oppervlakte zij dikwils bedekken, dog het is gantsch niet
gemaklijk om ze te naderen en bij gevolg ook niet om ze te schieten, het
wild scheen 'er mij zo overvloedig niet. Zonder het spoor der beeren en
de half verslondene visschen, die zich allerwegen aan ons oog
vertoonden, zou ik gedagt hebben, dat men mij had zoeken te bedriegen,
of ten minsten dat men veel vergroot had, wanneer men mij van de
meenigte deezer dieren, welke deeze velden bewoonen, had gesprooken. Wij
konden er geen een gewaar worden, dog wij zagen verscheide zwarte
arenden, en anderen met witte vleugels, raavens, exters, eenige witte
patrijzen, en een hermelijn, dat langs den oever wandelde.
Bij het aannaderen van den nagt, oordeelde de Heer Kasloff met reden,
dat het voorzichtiger zoude zijn, onze reis te staaken, dan wel dezelve
te vervolgen onder een gestadige vrees van diergelijke hinderpaalen te
zullen ontmoeten als die geenen welke onze vaart geduurende den dag
belemmert hadden. En hoe ze te boven gekomen? wij kenden de rivier niet,
en het minste toeval kan zeer gevaarlijk worden, wanneer het in de
duisterheid van den nagt voorvalt; na onderling deeze bedenkingen
gewisselt te hebben, beslooten wij op den regter oever aan land te gaan,
op den kant van een klein boschje, digt bij de plaats, alwaar de Heer
King en zijn gevolg stil hielden[31]; een goed vuur verwarmde en droogde
ons volk; de Heer Kasloff had de nodige voorzorg gebruikt om op deszelfs
vaartuig zijne tent te kunnen plaatzen, en terwijl men bezig was met ze
op te stellen het geen in een oogenblik geschiedde, hadden wij het
genoegen twee vlotten, die agter gebleeven waaren, te zien aankomen. Het
vermaak, dat ons deeze vereeniging veroorzaakte, de vermoeijenissen van
den dag, de gemaklijkheid der tent, en de voorzigtigheid, die wij gehad
hadden van onze bedden mede te neemen, dit alles liep zamen om ons den
best mogelijken nagt te doen doorbrengen.
[31] Ziet de derde reize van Cook.
1787. _October_ Te Apatchin.
Den 18.
Aankomst te Apatchin, en aanmerkingen over dit dorp.
Den volgenden dag namen wij vroegtijdig en zonder veel zwarigheden de
reis wederom aan. Wij waaren in den tijd van vier uuren te Apatchin, dog
onze vlotten konden ons niet tot aan het dorp brengen, uit hoofde der
ondieptens van de rivier ter dezer plaats; wij ontscheepten ons omtrent
vier honderd passen van het dorp, en leiden deezen weg te voet af.
Dit dorp scheen mij minder groot dan de voorigen, dat is te zeggen, dat
het misschien uit drie of vier wooningen minder bestond; het is in eene
kleine vlakte gelegen, die door een arm van de Bolchaïa-reka besproeid
word, en men ontdekt aan de overzijde van den oever tegen over het dorp,
eene uitgestrektheid van houtgewas, dat mij voorkwam een eiland te zijn,
geformeerd door de verscheidene armen van deeze rivier.
Ik vernam in 't voorbijgaan, dat het dorp Apatchin benevens dat van
Natchikin niet altoos ter plaatze gestaan hadden, waar men ze thans
ziet; het is pas zedert eenige jaaren, dat de Inwoonders, waarschijnlijk
derwaarts getrokken door de bekoorlijke gelegenheid der plaats of door
de hoop van een meer overvloedige en gemaklijker vischvangst, hunne
wooningen daar overgebragt hebben, waar ik ze heb gevonden; de nieuwe
grond, dien zij uitgekozen hebben, is volgens 't geen men mij gezegt
heeft, omtrent vier a vijf wersten van den ouden afgelegen, waar van
geen overblijfzelen meer te zien zijn.
Ik vond te Apatchin niets aanmerkelijks; ik verliet het om mij bij onze
vlotten te gaan vervoegen, welke de ondieptens voorbij waren en drie
wersten van het dorp op ons wagtten, juist ter plaatze, alwaar de arm
van de Bolchaïa-reka, na het dorp omgeloopen te hebben, weder in zijn
bedde keert; hoe laager wij kwamen, hoe snelder en dieper wij dezelve
vonden, zodanig dat niets onze reis tot aan Bolcheretsk hinderde,
alwaar wij des avonds ten zeven uuren aankwamen, alleen gevolgt van één
onzer vlotten, zijnde de overige ten agteren gebleeven.
1787. _October_ Te Bolcheretsk.
Aankomst te Bolcheretsk.
Naauwlijks waaren wij ontscheept, of de Heer Commandant geleidde mij
naar zijne wooning, en had de beleeftheid mij huisvesting te geeven,
waar van ik geduurende al den tijd van mijn verblijf te Bolcheretsk
gebruik gemaakt heb. Ik moet erkennen dat 'er geene voorzorgen nog
oplettenheden uit te denken zijn, welke ik niet van zijn kant
ondervonden heb. Niet alleen bezorgde hij mij alle gerieflijkheden en
aangenaamheden, die in zijn vermogen waaren, maar daar en boven
verschafte hij mij alle onderrichtingen, die ik nodig had, en welke zijn
post hem toeliet mij te geeven; zijn beleeftheid ging dikwils zo ver van
mijne begeertens en vraagen voor te komen, en mijne nieuwsgierigheid aan
te wakkeren, met dezelve alles, het geen hij voor haar belangrijk
oordeelde, aantebieden; het was in deeze bedoelingen, dat hij mij al
aanstonds bij onze aankomst voorsloeg, om met hem te gaan ter ontdekking
van de galjoot van Okotsk[32] die op een weinig afstands van
Bolcheretsk ongelukkig schipbreuk had geleden.
[32] Dit schip word jaarlijks op bevel van de regeering afgezonden,
ter overbrenging van alle soorten van levensmiddelen en andere zaaken,
geschikt ter verzorging van de Inwoonders van het schier-eiland.
Schipbreuk van het galjoot van Okotsk.
Wij waaren reeds gedeeltelijk van dit treurig voorval op onze reis
onderricht; men had ons verhaalt, dat het slegte weder[33] het welk dit
galjoot bij het naderen van 't land had ondergaan, het zelve genoodzaakt
had om een uur van de kust ten anker te komen, dog dat het zelve voor
zijn ankers weggedreeven zijnde, de stuurman geen ander middel gezien
had om het scheepsvolk te behouden, dan met het op de kust te zetten,
dat hij derhalven de ankertouwen gekapt had, met dat gevolg, dat zijn
vaartuig verbrijzeld was.
[33] Het woei in der daad eene stijve koelte uit het Noord-westen, en
de lucht was zeer betrokken, wij wierden een streek van deezen wind op
den volgenden dag van de schipbreuk van het galjoot, geduurende onze
reis van Natchikin op Bolcheretsk gewaar, dog dezelve was den nagt van
onze aankomst nog veel geweldiger.
Op de eerste tijding, hadden zich de Inwoonders van Bolcheretsk in
allerijl verzameld om zich ter hulp van dat schip te spoeden, en ons te
beproeven van ten minsten de levensmiddelen te redden, waar mede het
zelve belaaden was.
De Heer Kasloff had bij zijne aankomst alle beveelen gegeeven, die hem
nodig scheenen, dog niet gerust omtrent de uitvoering besloot hij
welhaast om zich in persoon derwaarts te begeeven; hij verzogt mij van
hem te willen vergezellen, het welk ik met blijdschap aannam, dewijl het
mij veel vermaaks verschafte gelegenheid te hebben, van den mond der
Bolchaïa-reka, en de haven welke ze op die plaats formeert, te zien.
Den 20.
Wij begeeven ons op weg ter ontdekking van het verongelukte schip.
Wij vertrokken des morgens ten elf uuren, op twee vlotten, waar van een
(daar wij ons op bevonden) uit drie schuitjes was zamengesteld; onze
geleiders bedienden zich van roeispaanen en zomtijds van hunne stokken,
die hun in de belemmerde en ondiepe plaatzen, het meest te stade kwamen,
om de hevigheid van den stroom te boven te komen, dewijl ze daar door de
schuitjes terug hielden, welke er door weggesleept wierden, en die de
stroom ongetwijffelt zonder dit overleg zou hebben doen verongelukken.
De Bistraïa, eene andere zeer snel vlietende, en breeder rivier als de
Bolchaïa-reka, vereenigt zich met deeze laatste op den afstand van eene
halve werst, en ten westen van Bolcheretsk; ze verliest haar naam bij de
zamenvloeijing, om dien der Bolchaïa-reka mede aanteneemen, die door
deeze bijvoeging van meer aanbelang word, en die vervolgens omtrent
dertig wersten van Bolcheretsk in zee valt.
1787. _October._
Gehugt van Tchekafki.
Wij zetten des avonds ten zeven uuren voet aan land in een klein vlek
genaamd _Tchekafki_; twee isbas, even zo veel balagans en eene bijna
uitgeroeide ijourte waaren de eenigste wooningen, die ik 'er vond. Ik
zag 'er daar en boven een slegte houten bergplaats, aan dewelke men den
naam van magazijn gegeeven heeft, om dat ze aan de kroon behoord en men
'er terstond den voorraad in oplegt, waar mede de galjooten van
_Okotsk_[34] geladen zijn; het is ter bewaaring van dit magazijn, dat
het gehugt daar geplaatst is; wij bragten den nagt in een deezer isbas
door, met voorneemen om ons den volgenden morgen naar het verongelukte
schip te begeeven.
[34] Wanneer deeze galjooten genoodzaakt zijn om te overwinteren,
houden zij zich op in den mond van een naauwer en dieper rivier, die
in de Bolchaïareka valt, omtrent vijftig passen van dit gehugt, als
men de rivier opvaart.
Den 21.
Wij begaven ons met het aanbreeken van den dag op onze vlotten, de zee
was laag, wij voeren een zeer uitgestrekte en droog leggende bank langs;
ze strekt zich na den linker oever van de Bolchaïa-reka, wanneer men die
afvaart, en laat aan het noordelijk gedeelte maar een doortogt van agt
a tien roeden breedte, en twee en een halve sagene[35] of vaam diepte;
de wind die een frissche koelte uit het noordwesten woei, ontstelde
eensklaps de rivier, en liet niet toe, dat wij ons in de kil zouden
waagen; onze vaartuigen waaren daar en boven zo klein, dat ze door
iedere golf half gevuld wierden; twee menschen werkten zonder ophouden
om ze te leegen, en waaren daar toe naauwlijks voldoende; wij voeren dus
zo lang wij maar konden langs deeze bank.
[35] De _sagene_ is eene Russische maat, van gelijke grootte als een
vadem.
Mond van de Bolchaïa-reka.
Toen wierden wij de mast van het galjoot, beneden eene landengte, die
naar het zuiden loopt, gewaar; dit vaartuig scheen ons twee wersten
zuidwaarts van den mond der Bolchaïa-reka afteleggen. Op de punt van het
zo evengemelde laage land, ontdekten wij de vuur-baak en de hut van hun
die ze bewaaren; ongelukkig konden wij dit alles niet dan van verre
zien, de loop der rivier, ter plaatze waar ze in zee valt, scheen mij
noord-westelijk te zijn; zij vertoont daar eene opening van omtrent een
half werst breedte; ter linkerzijde is dus de vuurbaak geplaatst, en aan
den anderen kant ziet men eene uitgestrektheid laag land, dat de zee bij
slegt weer overstroomt, en het geen zich tot aan het gehugt Tchekafki
uitstrekt; van deeze laatste plaats tot aan den mond der rivier heeft
men zes a agt wersten afstands; hoe meer men dien nadert, hoe snelder de
stroomen zijn.
Er was geen middel om onze vaart voorttezetten, de wind vermeerderde
telkens, en de baaren wierden van tijd tot tijd grooter. Het zou de
uiterste onvoorzigtigheid geweest zijn van de zandbank te verlaaten, om,
door zulk slegt weer en met diergelijke brooze vaartuigen, eene ruimte
van twee wersten door de volle zee overtesteeken, zijnde dit de breedte
van de baaij, welke door den mond van de rivier gemaakt word. De Heer
Commandant, die reeds eenige blijken van mijne geringe kundigheden in de
zeevaart gehad had, wilde als toen wel mijn raad inneemen, en deeze was
om te wenden, ten einde naar de plaats, alwaar wij geslaapen hadden, te
rug te keeren; het geen dan ook dadelijk geschiedde; wij hadden veel
reden om over onze voorzigtigheid te vreden te zijn, want ter naauwer
nood waaren wij te Tchekafki aangekomen, of het wierd nood-wêer.
Aanmerkingen over den mond van de Bolchaïareka.
Ik vertroostte mij deswegens, dewijl ik ten minsten mijn oogmerk bereikt
had, namelijk om dien ingang van de Bolchaïa-reka te zien. Ik durf
verzekeren, dat het voor scheepen van honderd vijftig ton zeer
gevaarlijk en ondoenlijk is om ze aan te doen; de schipbreuken der
Russische vaartuigen zijn al te menigvuldig, om aan de zeevarenden, die
deeze kust zouden willen bezoeken, en aan die volkeren, die hen
derwaarts zouden willen zenden, niet de oogen te openen.
De haven heeft ook daar en boven geen schuilplaats, de laage landen,
waar van ze omringt word, kunnen geene beschutting opleveren tegen de
winden, die van alle kanten 'er op aankomen, daar en boven zijn de
banken, die door den stroom van de rivier veroorzaakt worden, zeer
beweegbaar, en door die zelfde oorzaak is het bijna onmogelijk juist de
kil te kennen, die noodzaaklijk van tijd tot tijd van loop veranderen
moet, en welkers diepte niet te bepaalen is.
Schrikkelijke orcaan.
Wij bleeven het overige van den dag in het gehugt Tchekafki zonder ons
weder op reis te kunnen begeeven, nog, om naar het verongelukte schip te
gaan, nog zelfs, om naar Bolcheretsk te rug te kunnen keeren; de lucht
in plaats van op te klaaren, was van alle kanten met zwarte en dikke
wolken bezet, die haar den gantschen dag aan ons oog onttrokken.
Weinig tijds na onze aankomst, ontstond 'er een vervaarlijke storm en de
Bolchaïa-reka was tot zelfs bij ons gehugt in de grootste beroering;
deeze deining verwonderde mij, uit hoofde der weinige breedte en diepte
van de rivier ter deezer plaats, de noord-oostelijke uithoek van den
mond en het laage land, dat zich bij die windstreek verlengt, maakte
maar eene klip, die door de baaren met een ijsselijk gedruis overstelpt
wierd; de vertooning, welke deeze stormwind opleverde, was niet minder
verschriklijk, dog ik was aan land, en ik meende ze te kunnen braveeren.
Ik kreeg in 't hoofd om in de omgelegen streeken te gaan jagen; ik had
nog maar eenige voetstappen gedaan, of door den wind gegreepen raakte ik
aan 't waggelen, ik hield vol en wilde mijn voorneemen en de jagt
volbrengen, dog aan een beek gekomen, die ik met een schuitje moest
oversteeken, liep ik het grootste gevaar, en ik keerde op het oogenblik
te rug, wel betaeld voor mijne snorkerij; deeze schrikkelijke orcaanen
zeer gemeenzaam in dit jaargetij zijnde, zo is het niet te verwonderen,
dat 'er zo veele schipbreuken op deeze kusten voorvallen; de scheepen
zijn zeer klein, en hebben maar eene mast, en het geen nog erger is,
bestaat daar in, dat de zeelieden, die ze bestieren, maar zelden het
vertrouwen waardig zijn, het geen men in hun stelt, indien ik geloven
mag wat men 'er van verhaalt heeft.
Den 22.
Terugkomst te Bolcheretsk, alwaar ik tot den 27 Januarij 1788. gebleeven
ben.
Den volgenden dag hervatteden wij onze reis om naar Bolcheretsk te rug
te keeren, alwaar wij eerst des avonds bij het vallen van den nagt
aankwamen.
Daar ik wel voorzien kan, dat mijn verblijf alhier mogelijk van langen
duur zal weezen, vermits wij genoodzaakt zijn hier den aanvang der
sleedevaart aftewagten, gaa ik den draad mijner beschrijvingen, en het
verhaal van het geen ik gezien, of in mijne gesprekken met de Russen en
Kamschatters vernomen heb, weder opvatten; laat ons met de stad of het
fort van Bolcheretsk beginnen, want dus noemt men het zelve in 't
Russisch (Ostrog of Krepost).
1787. _October_ Te Bolcheretsk.
Beschrijving van Bolcheretsk.
Het is gelegen aan den oever van de Bolchaïa-reka, in een eiland van
weinig uitgestrektheid, dat geformeerd word door de verschillende armen
van deeze rivier, die de stad in drie gedeeltens scheiden, waar van het
eene meer dan het andere bewoond is; het meest afgelegene naar het
oosten is een soort van voorstad genaamt _Paranchine_, het bevat omtrent
tien a twaalf isbas; aan deze zijde, of in het zuid-westen van
Paranchine, dat is te zeggen, in het middelste gedeelte ziet men ook
verscheide isbas, en onder anderen eene rei van kleine houten huisjes,
die tot winkels dienen, daar regt tegen over vind men het Wagthuis, het
geen ter zelver tijd de Kanzelarij of recht-zaal is[36]; dit huis is
veel grooter dan de andere, en het word altoos door een schildwagt
bewaard; Een tweede kleine arm van de Bolchaïa-reka scheid door eene
kleine tusschenruimte nog eens deeze verzameling van wooningen, welke
zonder order en hier en daar verspreid zijn, van het derde gedeelte der
plaats, dewelke in het noord-westen een andere groep van gebouwen
vertoont digter aan de rivier gelegen; deeze stroomt door dat gedeelte
zuid-oost en noord-west, en loopt op een afstand van omtrent vijftig
treden van het huis van den Commandant. Dit huis laat zich gemaklijk van
de anderen onderscheiden, het is meer verheven, grooter, en in den smaak
der houte huizen van St. Petersburg gebouwd. Twee honderd treden ten
noord-oosten van de wooning des Commandants, vind men de kerk, waar van
de bouw-order eenvoudig en gelijk is aan die van alle de kerken der
Russische dorpen. Bij deeze is een houte schuur van twintig voeten hoog,
alleenlijk met een dak bedekt, onder het welk drie klokken hangen; men
ontdekt nog in het noord-westen van het huis van den Commandant, een
ander klein gedeelte van de plaats of stad die van dit huis afgescheiden
word door een beemd of moeras van omtrent drie honderd treden
uitgestrektheids, en alleen bestaat uit vijfentwintig of dertig isbas,
en eenige balagans. In 't algemeen zijn 'er weinig van deeze
laatstgemelde wooningen te Bolcheretsk, men telt 'er op zijn hoogst
tien; de overige zijn alle isbas of houten huizen, waar van het getal
vijftig of zestig kan beloopen, zonder 'er de agt winkels, de kanzelarij
en het huis van den Commandant onder te rekenen. Na deeze naauwkeurige
beschrijving van het fort Bolcheretsk, moet het vreemd voorkomen, dat
men die plaats met deezen naam bestempelt; want ik kan verklaaren, dat
'er geen spooren van vestingwerken te vinden zijn, en zelfs dat 'er geen
waarschijnlijkheid is, dat men immer gedagt zou hebben om 'er ter deezer
plaats te vervaardigen; de staat, de gelegenheid van deeze plaats en van
deszelfs haven, alles noodzaakt mij te gelooven, dat men alle de
gevaaren en de tallooze zwaarigheden ingezien heeft, die men zou moeten
te boven komen, indien men wilde beproeven om ze meer welvarende, en er
de algemeene stapelplaats des handels van het geheele schiereiland van
te maaken; de uitzichten van de regeering schijnen, zo als ik reeds
gezegt heb, zich meer na de haven van St. Pieter & Paulus uittestrekken,
welkers nabijgelegenheid, gemaklijke toegang en meerdere zekerheid de
voorkeur verdient.
[36] Dit wagthuis dient ook nog voor een gevangenhuis, en zelfs tot
een school voor de kinderen; de meester van dit school is een
Japonnees die verscheide taalen verstaat, en door het Gouvernement
betaald word, om de kinderen der Inwoonders te onderwijzen.
Aanmerkelijk onderscheid tusschen St. Pieter & Paulus & Bolcheretsk.
Tusschen deeze twee plaatzen is een treffend verschil; het is naamelijk
de trap van beschaaftheid, die ik te Bolcheretsk opgemerkt heb, en die
ik te Pétropaulofska niet gezien heb; deeze merkbaare nabijkoming aan
de Europeesche zeden maakt eene vrij groote tegenoverstelling tusschen
deeze twee plaatzen. Ik zal tragten zulks te doen gewaar worden, en 'er
de oorzaak van aantewijzen in den loop mijner naspooringen over de
Inwoonders van deeze Ostrogs; want het is hier, dat ik de bijzonderheden
moet opgeeven, nopens derzelver bezigheden, gebruiken, smaak,
verlustigingen, voedzel, geestvermogens, aart, en gesteldheden en
eindelijk nopens de grondregels van de regeering, aan welke zij
onderworpen zijn.
Bevolking van Bolcheretsk.
De bevolking te Bolcheretsk bestaat omtrent in twee a drie honderd
persoonen, zo mannen, als vrouwen en kinderen; onder deeze Inwoonders
telt men, de Onderofficiers 'er onder begreepen, zestig a zeventig
Kosakken of Soldaaten, die met alles belast zijn, wat den dienst
betreft[37]; zij betrekken ieder op hun beurt de wagt, maaken de wegen
schoon, herstellen de bruggens; ontlaaden den voorraad, die van Okotsk
gezonden word, en voeren dien over van den mond der Bolchaïa-reka tot
aan Bolcheretsk; de overige inwoonders bestaan alleen uit Kooplieden en
Matroozen.
[37] Derzelver betaaling is zo middelmaatig, dat de ontfangst van een
geheel jaar niet voldoende zou weezen om hen maar een maand te doen
leeven, indien zij niet nog iets genooten van een kleinen sluikhandel,
waar van ik straks nader zal spreeken.
Sluikhandel der Cosakken en anderen.