Wàt een aardig vrouwtje, hoor!
Met een hoed met een pleureuse,
Kwam mij vragen: Is U ’r vóór,
Voor de Plaatselijke Keuze?
„Wie niet van een borrel houdt”,
Zei ik, „niet van wijn, chartreuse,
Punch of whisky, warm of koud —
Is voor Plaatselijke Keuze.
Dwingen van de minderheid
Is het; reuze-humbug, reuze — !
Met ’n begrip van recht in strijd,
Dàt is Plaatselijke Keuze.
Braaf zijn _zal_ je! is ’t parool,
Dwingt ze om in te gaan! de leuze.
Self-help is maar apenkool;
Zweert bij Plaatselijke Keuze!
’k Heb mijn vrijheid veel te lief,
In mij stroomt het bloed der Geuze’;
_Dwang_, dàt is mijn grootste grief
Tegen Plaatselijke Keuze.
D’ aard van den gemeenteraad
(’k Ben nog ’s even na gaan neuze’
Hoe het in de grondwet staat),
Duldt geen Plaatselijke Keuze.
Daarbij moet U rekenen:
Slechts savantes en bas bleus (ze
Drinken nooit!) _die_ teekenen
Voor de Plaatselijke Keuze.
Aan de meid en aan de knecht,
Aan de naaister, de coupeuse
Worden lijsten voorgelegd
Van de Plaatselijke Keuze......”
’t Is alles zeer correct gezegd, en juist geredeneerd,
’t Zal èn mensch èn jurist dan ook geheel voldoening schenken,
Maar als je over al het droeve drankwee prakkiseert —
Dan ga je toch van zelf wel weer eens even, even denken......