III.

Een brave blonde boerenjongen,

Feiko, een vrome, vrije Fries,

Had eens Amanda’s hart gewonnen,

Amanda had haar Feiko lief.

De zaak kreeg vasten vorm, natuurlijk,

Toen beider min bestendig bleek,

En alles was al klaar voor ’t huw’lijk,

Ja zelfs hun uitzet was gereed.

Toen kwam Renaldo. Zacht maar zeker,

Lokt hij het lijsterk’ in zijn net;

Geen kamerspin verstaat het beter

De vlieg te vangen in zijn web.

Renaldo schiet zijn scherpste pijlen,

Dringt d’armen Feiko van zijn plaats,

Hij weet Amanda te verleiden:

Zijn lage list gelukt op ’t laatst......

Ruize-rijmen · 第 154 / 248 题