(De Duitsche kroonprins dicht in _Ueber Land und Meer_:
„Wir stehen still auf Posten
Im Arme das Gewehr;
Im Westen und im Osten
Viel Feinde und viel Ehr.”)
Dus niet slechts op den zwaarde
Is ’s prinsen oog gericht,
Hij doolt ook in den gaarde
Der Muzen, en hij dicht.
De kloekste Dichter-welle’
Die klotsen klankrijk neer
Van d’ allerhöchsten Stelle
In _Ueber Land und Meer_:
Wij staan als Rijks-suppoosten,
In d’ armen het geweer;
In ’t Westen en in ’t Oosten
Veel vijanden — veel eer.
Wij seinen schoone woorden
In menig telegram,
Naar ’t Zuiden en naar ’t Noorden
Van Pest tot Amsterdam.
De heer vindt Ons het beste
En schenk Ons zijn genâ,
In ’t Oosten en in ’t Weste’ —
Dat weet Ik van Papa.
Wij zullen ’t god beduiden:
Hij vaart er ’t beste bij,
Als hij van ’t Noord tot ’t Zuiden
De Britten haat als wij.
Aan Duitschland blijft de zege,
Van d’ Oeral tot Bordeaux,
Wij winnen allerwege:
Noord, Zuid, Oost, West — O zoo!