47. PRINSEN-RIJM.

(De Duitsche kroonprins dicht in _Ueber Land und Meer_:

„Wir stehen still auf Posten

Im Arme das Gewehr;

Im Westen und im Osten

Viel Feinde und viel Ehr.”)

Dus niet slechts op den zwaarde

Is ’s prinsen oog gericht,

Hij doolt ook in den gaarde

Der Muzen, en hij dicht.

De kloekste Dichter-welle’

Die klotsen klankrijk neer

Van d’ allerhöchsten Stelle

In _Ueber Land und Meer_:

Wij staan als Rijks-suppoosten,

In d’ armen het geweer;

In ’t Westen en in ’t Oosten

Veel vijanden — veel eer.

Wij seinen schoone woorden

In menig telegram,

Naar ’t Zuiden en naar ’t Noorden

Van Pest tot Amsterdam.

De heer vindt Ons het beste

En schenk Ons zijn genâ,

In ’t Oosten en in ’t Weste’ —

Dat weet Ik van Papa.

Wij zullen ’t god beduiden:

Hij vaart er ’t beste bij,

Als hij van ’t Noord tot ’t Zuiden

De Britten haat als wij.

Aan Duitschland blijft de zege,

Van d’ Oeral tot Bordeaux,

Wij winnen allerwege:

Noord, Zuid, Oost, West — O zoo!

Ruize-rijmen · 第 100 / 248 题