V.

Nog meer, Socrates! Niet eens regtvaardig schijnt mij toe, wat gij

onderneemt, u zelven ten verderve over te geven, terwijl gij u kunt

redden. En gij maakt er uw werk van, dat u iets overkome, wat uwe

vijanden willen bewerken, en reeds bewerkt hebben om u ongelukkig te

maken.--Daarenboven schijnt gij mij althans ook uwe eigene zonen[23]

prijs te geven, welke gij, terwijl het in uwe magt staat hen te

onderhouden en op te voeden, u haast te verlaten; en, voor zoo ver ’t

van u afhangt, zal, wat het toeval aanbrengt, hun lot zijn. Overkomen

zal hun waarschijnlijk, wat gewoonlijk der weezen lot[24] wordt. Of

men moest toch geene kinderen verwekken, óf ten einde toe het leed

mede dragen voor hun onderhoud en opvoeding. Maar gij schijnt mij het

gemakkelijkste te kiezen. Nu moet wat een braaf en moedig man zou

kiezen, de keuze zijn althans van iemand, die juist beweert de deugd

zijn gansche leven door ter harte te hebben genomen.--Zoo ben ik én

over u, én over ons, uwe vrienden, beschaamd en bezorgd, dat het den

schijn zal hebben, als of de geheele zaak met u door zekere lafheid

van onze zijde is voorgevallen; en de ingang van ’t geding voor ’t

gerigt,--hoe gij zijt opgekomen[25], terwijl ’t u vrij stond niet te

verschijnen; en het pleit zelf, zoo als ’t heeft plaats gehad; en dan

juist deze uitslag, gelijk eene belagchelijke ontknooping van het stuk,

dat het uit zekere lafheid en gebrek aan mannenmoed van onzen kant,

zonder dat wij het merkten, zoo schijnt gekomen te zijn, daar wij u

niet hebben gered, evenmin als gij u zelven[26], terwijl het mogelijk

was en uitvoerbaar, indien wij slechts een weinigje waarde bezaten.

Zie derhalve toe, o Socrates, dat dit niet, tegelijk met de schade ook

tot schande worde voor u en voor ons; overleg dan, of liever, er is

geen tijd meer om te overleggen; het besluit moet reeds genomen zijn.

Er is slechts één te nemen: want in den nu volgenden nacht moet alles

geschied zijn. Aarzelen wij nog, dan is ’t onmogelijk en ondoenlijk.

Daarom, om alles bid ik u, Socrates! luister naar mij en doe niet

anders.

Crito: Een dialoog van Plato · 第 15 / 35 题