soortgelijke omstandigheden door den president Lincoln toegepast. Hij
kon evenwel niet bij private of personeele feiten gelden. En dat was
hier toch ten opzichte van de handelingen van Texar het geval.
Dat hij aan de wettige autoriteiten de macht om te regeeren ontwrongen
had en dat hij van die macht gebruik gemaakt had om den tegenstand te
organiseeren, dat was heel eenvoudig eene quaestie, die de Zuidelijken
alleen aanging. Daarmede wilde het federalistische gouvernement
niets te doen hebben. De aanslagen evenwel op de personen, de inval
op Camdless-Bay, welke tegen een man, afkomstig uit het Noorden,
gericht waren, de vernieling van zijn eigendom, de ontvoering van zijne
dochter en van nog eene vrouw behoorende tot zijn dienstpersoneel,
dat waren misdaden, die onder het bereik van het algemeen recht vielen,
zoodat derhalve de gerechtigheid haren gewonen loop moest hebben.
Zoo luidde het advies van den commandant Stevens en zoo ook luidde dat
van den Commodore Dupont, toen de aanklacht van master James Burbank
en de inbeschuldiging-stelling van den Spanjaard ter hunner kennis
waren gekomen.
Den volgenden dag--den 15den Maart--werd dan ook eene ordonnantie
uitgevaardigd, die Texar voor de militaire rechtbank daagde onder de
dubbele beschuldiging van strooperij en van ontvoering.
De beschuldigde zou zich deswege voor den Krijgsraad, die te Sint
Augustijn zitting hield, te verantwoorden hebben.
VI.
SINT AUGUSTIJN.
Sint Augustijn is een der oudste steden van Noord-Amerika en dagteekent
reeds van de vijftiende eeuw.
Zij is de hoofdplaats van het graafschap Sint Jan, hetwelk van luttele
beteekenis is, daar het, hoe uitgestrekt zijn grondgebied ook al is,
geen drie duizend inwoners telt.
Sint Augustijn is van Spaanschen oorsprong en is nagenoeg hetzelfde
gebleven, wat zij weleer was, althans zij heeft er al het uiterlijke
van behouden.
De stad verheft zich op het uiteinde van een der kust-eilanden. De
oorlogsvaartuigen en de koopvaardijschepen vinden in hare haven,
die uitmuntend tegen windvlagen uit volle zee, die zoo veelvuldig
op die gevaarlijke kust van den Staat Florida bulderen, gedekt is,
een veilige toevlucht. Intusschen moet erkend worden, dat om binnen
die haven te komen, de schepen het gevaarlijke vaarwater moeten
doorstevenen, hetwelk door de kolken en wielingen van den golfstroom
bij haren ingang gevormd wordt.
De straten van Sint Augustijn zijn, evenals dat bij andere steden
in de heete zone gelegen en derhalve aan het loodrecht invallen der
zonnestralen blootgesteld, aangetroffen wordt, zeer smal. Door de
richting dier straten en door de zeebries, die er geregeld des ochtends
en des avonds den dampkring komt verfrisschen, bezit deze stad, die
voor de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, wat Nizza of Mentone,
onder den liefelijken hemel van Provence gelegen, voor Frankrijk is,
een uiterst gematigd klimaat.
Het is voornamelijk in het havenkwartier en in de straten die er aan
grenzen, dat de bevolking zich het dichtst saamgepakt heeft.
De voorsteden met hare weinige woningen, die slechts eene dakbedekking
van palmbladeren hebben, met hare ellendige hutten, verkeeren in
een staat van verlatenheid en eenzaamheid die volmaakt zou kunnen
heeten, zonder de honden, de varkens, de koeien en de geiten, die er
voortdurend zwervende aangetroffen worden.
De eigenlijke stad--het werd reeds gezegd--heeft een bepaald Spaansch
uiterlijk, de huizen hebben vensters, die door zwaar traliewerk
verdedigd worden; zij bezitten in hun binnengedeelte de traditioneele
patio. De patio is eene binnenplaats, die door slanke zuilenrijen
omgeven, met grillige luifels en gebeeldhouwde balkons, fraai en
sierlijk alsof zij altaarkasten moeten voorstellen, versierd is.
Somwijlen, bij voorbeeld des Zondags of bij andere feestelijke
gelegenheden, ontsnapt de inhoud van die huizen en stort zich op de
straten der stad uit. Dan ontwaart het oog een zonderling mengelmoes
van senoras, van negerinnen en mulatinnen, van Indiaansche vrouwen, van
vrouwen met gemengd bloed; van negers, van negerkinderen, van Engelsche
dames, van gentlemen, van eerwaarde predikanten, van monniken en van
Roomsche priesters. En bijna allen hebben een sigarette in den mond,
zelfs als zij zich naar den Calvarieberg begeven. En dit is toch de
naam van de hoofd-parochie-kerk van Sint Augustijn, welker klokkengelui
zich bijna onafgebroken, sedert het midden der zeventiende eeuw,
het tijdperk van de voltooiing van die Godswoning, doet hooren.
Wij mogen hier niet overslaan, maar moeten wel degelijk aan de
vergetelheid ontrukken de marktplaatsen, die zeer rijkelijk voorzien
zijn, van groentewaren, van visch, van pluimvee, van varkens, van
lammeren--die men op verlangen van den kooper, zoo maar zonder
omslag ten aanschouwe van de marktgangers afmaakt, slacht en
vilt--van eieren, van rijst, van gekookte bananen, van »frijolen,"
eene soort kleine boonen, die gekookt gevent worden, eindelijk van
alle keerkringsvruchten als: ananassen, dadels, olijven, manga's,
granaatappelen, goyaven, vijgen, oranjeappelen, citroenen, perziken,
maranons en zoo voort, en dat alles zoo goedkoop als maar mogelijk en
denkbaar is, en waardoor het leven zoo veraangenaamd en vergemakkelijkt
wordt op dit gedeelte van het Floridasche grondgebied.
Wat den dienst der openbare reiniging betreft, deze werd gewoonlijk
niet door benden straatvegers, zooals in onze Nederlandsche steden
geschiedt, maar door geheele vluchten valken verricht, die onder
de bescherming der wet staan; want er worden groote boeten bedreigd
tegen hen, die het durven bestaan, die nuttige vogels te dooden. Deze
verslinden alles, zelfs adders en slangen, en het moet erkend worden,
dat het aantal van dat ongedierte, in weerwil van de vraatzucht dier
valken, nog maar al te aanzienlijk in Florida is.
Het groen ontbreekt niet bij de huizenblokken, die het geheel der
stad uitmaken. Bij de kruispunten der niet al te talrijke straten,
erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld, alwaar
boomgroepen zich verheffen, die met hare breeduitgespreide takken en
hare dichte loofkruinen de daken der woningen beschaduwen en waarin
geheele scharen van veelkleurige wilde papegaaien en lorries bijna
onophoudelijk snateren.
Onder die gewassen zijn de palmboomen het rijkst vertegenwoordigd. Op
hunne hooge en slanke stammen wiegelt hunne bladerenkruin in de
bries, niet ongelijk aan de waaiers in de hand der senora's of aan
de Hindoesche panka's, die heen en weer bewogen worden, teneinde door
een verfrisschenden luchtstroom, koelte en levenslust te verspreiden.
Hier en daar verheffen zich eenige eiken, die door de lianen- en
glycinen-ranken als met festoenen omgeven worden. Hier en daar worden
ook geheele boschjes van die reusachtige cactus-soorten ontwaard,
welker voet en welker stammen als het ware eene ondoordringbare
terreinafscheiding vormen.
Dat alles is vroolijk, opwekkend, verrukkelijk voor het oog, en zou
dat nog meer zijn, wanneer het den valken believen mocht, den openbaren
reinigings-dienst meer nauwgezet waar te nemen en te volbrengen; want
het moet erkend worden, dat die dieren niet met de werktuigkundige
straatveegborstels kunnen vergeleken worden.
Men vindt te Sint Augustijn slechts eene sigarenfabriek en een of
twee houtzaagmolens, en eene fabriek van terpentijn. De stad bezit
meer een handeldrijvend dan een industrieel karakter. Van daar worden
uit- of ingevoerd: melasse of stroopsuiker, granen, katoen, indigo,
harssoorten, timmer- en schrijnwerkershout, gezouten, gerookte en
versche visch, zout, rottan- en gomsoorten.
In gewone tijden heeft de haven een vrij levendig verkeer door
het binnenkomen en uitstevenen der stoombooten, die de kustvaart
uitoefenen, en tot overvoer der koopmanswaren en der reizigers gebezigd
worden, tusschen de verschillende havenplaatsen van den Atlantischen
Oceaan en de Golf van Mexico.
Sint Augustijn is de zetel van een der zes rechtbanken, die in den
staat Florida gevestigd zijn.
Wat haar verdedigings-vermogen betreft, tegen eene aanranding van de
landzijde of tegen een aanval van de zeezijde, dat bestaat slechts
uit eene versterking, het fort Marion of Sint Markus genaamd. Dit was
eene militaire inrichting, die van de zeventiende eeuw dagteekende
en geheel en al in Castiliaanschen stijltrant gebouwd was. Vauban,
Cormontaigne, Coehoorn, de Roo van Alderwerelt, of Todtleben zouden
er voorzeker den neus voor opgetrokken hebben, dat is waar; maar van
een anderen kant wekte dat fort met zijnen toren, zijne bastions,
zijne halve manen, zijne courtinen, zijne ravelijnen, zijne reduits,
zijne escarpen en contrescarpen, zijne glacis en zijne in- en
uitspringende wapenplaatsen, zijne machicoulis, zijne verzameling
van antiek wapentuig, zijne oude mortieren en kanonstukken, die
oneindig gevaarlijker waren voor hunne bedieningsmanschappen dan
voor de vijanden, toch de bewondering op van de archeologen en de
zoo dwaze oudheidkundigen.
Het was juist dat fort, hetwelk het garnizoen der geconfedereerden bij
het naderen der federalistische flottilje van den Commodore Dupont in
allerijl ontruimd had, hoewel het Floridasche gouvernement ettelijke
jaren vóór het uitbreken van den oorlog er niet voor teruggedeinsd
was nogal gelden te besteden om het in beter verdedigbaren toestand
te brengen.
Na den aftocht van de militie-troepen hadden de bewoners van Sint
Augustijn niet geaarzeld, om de sterkte aan de zeemacht van den
Commodore Dupont over te geven, die er zoodoende zonder slag of stoot
bezit van nam.
Intusschen had de rechtsvervolging, die tegen den Spanjaard Texar
ingesteld was, nogal opzien in het graafschap Sint Jan gebaard. Het
scheen dat zijne gevangenneming het laatste tafereel zoude zijn in den
strijd tusschen dien kerel van verdachte zeden en verdachten oorsprong,
met de familie Burbank.
De ontvoering van het kleine meisje en van de mestische vrouw Zermah
was wel geschikt voorwaar, om de openbare meening te verontrusten
en hartstochtelijk in beweging te brengen. Daarenboven, diezelfde
openbare meening was zeer ten gunste van de eigenaren van de plantage
Camdless-Bay geneigd.
Niemand twijfelde er aan, dat Texar de ontwerper, zoo niet de
uitvoerder van dien aanslag was. Hij wekte zelfs de nieuwsgierigheid
der meest onverschilligen op, om te vernemen hoe die kerel zich uit
die netelige zaak zou trekken en of hij thans zijne straf niet erlangen
zoude voor al de misdrijven, waarvan men hem sedert lang betichtte.
De ontvoering der bevolking te Sint Augustijn zou dus waarschijnlijk
zeer belangrijk wezen. De eigenaren der rondom gelegen plantages
stroomden er heen. De gerezen quaestie was wel van dien aard, om hen
onmiddellijk belang in te boezemen, daar een der hoofdpunten van de
acte van beschuldiging den overval en de plundering van het domein
van Camdless-Bay gold.
Andere etablissementen waren ook verwoest geworden door gewapende
benden der Zuidelijken, en het zou nu moeten blijken uit welk oogpunt
het federalistische gouvernement die misdaden, tegen het gemeene recht
onder bescherming van de partij der afscheidingsstaatkunde gepleegd,
zoude beschouwen.
In City Hôtel, de voornaamste inrichting van dien aard te Sint
Augustijn, hadden een groot aantal bezoekers, die hunne sympathieke
gevoelens voor de familie Burbank niet onder stoelen of banken
verborgen, hunnen intrek genomen.
Dat hôtel zou een nog grooter aantal gasten hebben kunnen
bevatten. Want inderdaad, er kon niets meer doelmatigs ingericht of
uitgedacht worden, dan dit uitgestrekte huis, gebouwd in den stijl
der zestiende eeuw. Het was de oude woning van den corrégidor en
prijkte nog met hare puerta of voornaamste deur, die rijkelijk met
beeldhouwwerk versierd was, met hare breede »sala," of eersalon,
met hare binnenplaats, door eene colonade omgeven, welker zuilen
met festoenen van passiebloemen omgeven waren, met hare ruime
verandah, waartoe men van uit verschillende smaakvol en degelijk
gemeubileerde kamers toegang erlangde; terwijl die binnenplaats,
welker lambriseeringen onder smaragd en goudgeelkleurige schakeeringen
verdwenen, volgens Spaansche mode met miradoren versierd was, die
tegen de muren aangebracht waren en allerwege springende fonteinen
lieten ontwaren, die frischheid aanbrachten en de fijne graszoden
onderhielden en drenkten en zoo eene patio daarstelde, die eene vrij
uitgestrekte oppervlakte besloeg en rondom door hooge muren omgeven
was. Het was in een woord een soort van caravanserail, die slechts
door vermogende lieden betrokken werd.
Het was daar in dat City Hôtel dat master James Burbank, zijn zoon
Gilbert, master Walter Stannard en zijne dochter Alice hunnen intrek
sedert den vorigen dag genomen hadden.
Het spreekt van zelf, dat de mulat Mars hen vergezelde.
Na hunne vruchtelooze poging bij Texar in de gevangenis te
Jacksonville, waren master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar
Castle-House teruggekeerd.
Toen de familie vernam, dat de Spanjaard hardnekkig weigerde eenige
inlichting te geven met betrekking tot de verdwijning van de kleine
Dy en van Zermah, begreep zij dat de laatste hoop verdwenen was.
Intusschen bracht toch de tijding, dat Texar ter zake van het
voorgevallene op de plantage Camdless-Bay voor eene militaire
rechtbank zoude verschijnen, leniging bij de opgelegde smarten en
angsten aan. Wanneer de aterling zich onder het gewicht van eene
veroordeeling zoude gevoelen--en die kon toch volgens ieders meening
niet uitblijven--dan zou hij zich wel tot spreken genoopt gevoelen,
daar hij dan noodzakelijk zou moeten begrijpen, dat zijne vrijheid,
ja zijn leven van zijne openhartigheid zoude afhangen. Ja, bekennen
zou hij dan wel. Zoo troostte men zich op Castle-House.
Miss Alice Stannard zou in dat geding als de voornaamste bezwarende
getuige voor den Spanjaard optreden.
En inderdaad, zij bevond zich bij de Marino-Kreek juist op het
oogenblik toen Zermah den naam van Texar uitriep. Daarenboven had het
jonge meisje den ellendeling bepaaldelijk in het schuitje, waarmede
de ontvoering plaats had, herkend. Miss Alice Stannard bereidde zich
dan ook voor, om naar Sint Augustijn te vertrekken. Haar vader, master
Walter Stannard, zou haar met zijn vrienden master James Burbank en
den zee-officier Gilbert Burbank, die door den Auditeur militair voor
den krijgsraad gedagvaard waren, derwaarts vergezellen.
Mars had verzocht met hen te mogen gaan. Als echtgenoot van Zermah
wilde hij tegenwoordig zijn, wanneer men den Spanjaard dat geheim
zou ontwringen, dat hem alleen bekend was.
En wanneer dat gelukt zoude zijn, dan zouden master James Burbank,
zijn zoon Gilbert en hij Mars niets anders meer te verrichten hebben,
dan de twee gevangenen in ontvangst te nemen uit de handen van hen,
die hen op bevel van Texar achter slot hielden.
In den namiddag van den 16den Maart vertrokken master James Burbank
met zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard, zijne dochter miss
Alice Stannard en Mars van Castle-House, na afscheid van mevrouw
Burbank en van master Edward Carrol genomen te hebben.
Aan de pier van Camdless-Bay waren zij aan boord van een dier
stoomvaartuigen gegaan, die den dienst op de Sint-Johnrivier
verrichtten, en waren vervolgens bij de aanlegplaats van Piccolata
aan wal gestapt, vandaar waren zij met een »stage", een soort van
tweespannig maar hoogst eenvoudig rijtuig, langs een bochtigen weg,
die voerde door een hoog opgaand woud van eikenboomen, van cypressen
en van plataanboomen, die op dit gedeelte van het grondgebied van
den Staat Florida aangetroffen worden, afgereden. De weg was slecht
onderhouden en veroorloofde dus eene snelle reis niet.
Zij kwamen evenwel vóór het middernachtsuur te Sint Augustijn aan,
alwaar zij eene behoorlijke gastvrijheid in de vertrekken van City
Hôtel vonden.
De lezer mag zich evenwel niet verbeelden, dat Texar door alle zijne
partijgangers verlaten was. In geenen deele. Hij telde nog vele
volgers onder de mindere kolonisten van het graafschap. Deze waren
nog steeds doldriftige en hartstochtelijke slavenhoudersgezinden.
Toen die partijgangers daarenboven bemerkten, dat zij ter zake van
de oproerige tooneelen te Jacksonville niet zouden vervolgd worden,
hadden zij weer moed gevat en besloten hun opperhoofd niet in den
steek te laten. Velen hunner hadden dan ook onder elkander afgesproken,
te Sint Augustijn bijeen te komen.
Het is waar, dat men hen in het patio van City Hôtel niet moest gaan
zoeken. Maar het ontbrak in de stad niet aan kroegen, ook niet aan
»tiendas", waar de Spaansche mestiezen en de Creeks zoo wat alles wat
eetbaar, drinkbaar en rookbaar is, te koop aanbieden. Daar schoolden
die lieden, welke het uitschot der bevolking vormden en niet veel aan
achtbaarheid te verliezen hadden, te zamen en brachten den tijd door
met luidruchtige gesprekken ten gunste van Texar te houden.
Op dat tijdstip bevond de Commodore Dupont zich niet te Sint
Augustijn. Hij had waarlijk wel wat anders te doen. Hij hield zich
toch onledig met de toegangs-vaarwaters tot de kust, die voor den
sluikhandel in oorlogsbenoodigdheden gesloten moesten blijven,
te blokkeeren.
De troepen, die hij evenwel na de overgave van het fort Marion
ontscheept had, waren sterk genoeg om de stad nadrukkelijk in bedwang
te houden. Geen aanvallende beweging van den kant der zuidelijke
legermacht of van den kant der militie-troepen van het graafschap,
die op den anderen oever van de Sint John overgegaan en in vollen
aftocht waren, was te duchten.
En wanneer de partijgangers van Texar zouden gepoogd hebben om de
bevolking van Sint Augustijn in opstand te brengen, om de stad aan
de macht der federalistische autoriteiten te ontrukken, dan zou de
beweging in hare geboorte dadelijk gesmoord kunnen worden.
Wat den Spanjaard betreft, deze was aan boord van een der
kanonneerbooten van den commandant Stevens van Jacksonville naar
Piccolata vervoerd geworden.
Van Piccolata was hij onder geleide van een sterke dekking naar Sint
Augustijn overgebracht en daar in een der bomvrije cellen van het
fort opgesloten, waaruit eene ontvluchting tot de onmogelijkheden
moest gerekend worden.
Daarenboven, daar hij zelf verzocht had om terecht te staan, dacht
hij waarschijnlijk niet aan eene ontsnapping. Zijne partijgenooten
waren daaromtrent niet onkundig gelaten.
Wanneer hij evenwel ditmaal veroordeeld mocht worden, dan zouden zij
in overweging nemen, wat zij ten gunste van zijne ontvluchting te
doen hadden.
Tot dien tijd moesten zij zich rustig houden. Daarop kwam het
voorshands op aan. Dat begrepen zij.
Bij afwezigheid van den Commodore Dupont, vervulde de kolonel
Gardner, een oud beproefd krijgsman, de functie van plaatselijken
militairen commandant der stad. Deze was ook aangewezen om den zetel
van voorzitter te bekleeden in den Krijgsraad, die geroepen was recht
over Texar in een der zalen van het fort Marion te spreken.
Die kolonel was toevallig dezelfde chef, die de inname van de
havenplaats Fernandina bestuurde, en hij was het, die de bevelen
uitvaardigde, ten gevolge waarvan de vluchtelingen, die bij den aanval
op den spoortrein door de kanonneerboot Ottawa krijgsgevangen gemaakt
waren, gedurende acht-en-veertig uren van hunne vrijheid beroofd waren
gebleven, alvorens in vrijheid gesteld te worden. Het is noodzakelijk
die bijzonderheid hier in herinnering te brengen.
De zitting van den Krijgsraad begon tegen elf uren in den ochtend.
Eene talrijke menigte had in de gerechtszaal plaats genomen. En
onder dat gedeelte daarvan, dat zich het luidruchtigst betoonde,
kon men de vurigste vrienden en partijgangers van den Spanjaard tellen.
Master James Burbank, de luitenant Gilbert Burbank, master Walter
Stannard, miss Alice Stannard en Mars zaten natuurlijk in de bank
der getuigen.
Wat men toen reeds zag, was dat er aan den kant der verdediging
geene getuigen waren. Het scheen alsof de Spanjaard het der moeite
niet waard geacht had, om tegengetuigen te doen oproepen. Was dat
werkelijk veronachtzaming of nalatigheid van zijn kant? Of had hij
zich in de onmogelijkheid gesteld gezien om een enkelen getuige,
die een woord in zijn voordeel kon doen hooren, te voorschijn te
brengen? Dat zou men weldra vernemen.
In ieder geval, het scheen dat de uitslag van het geding onmogelijk
betwijfeld kon worden.
Toch had een niet te omschrijven voorgevoel in het brein van master
James Burbank post gevat. Had hij niet reeds eenmaal in diezelfde stad
Sint Augustijn, een klacht tegen den Spanjaard Texar ingebracht? En was
het hem toen niet gelukt door het opwerpen van een onverklaarbaar maar
niet te wraken alibi aan het vonnis der gerechtigheid te ontkomen? De
invloed van dat voorval moest zich onmiskenbaar op het aanwezige
publiek doen gevoelen; want het was nog slechts weinige weken geleden,
dat het voorgekomen was.
Texar werd, zoodra de leden van den Krijgsraad in de zaal verschenen
waren en zitting genomen hadden, door agenten binnengebracht. Men
bracht hem naar de bank der beschuldigden, waarop hij zonder trekken
of blozen plaats nam.
Het scheen, dat geen enkele aangelegenheid of bijzonderheid in staat
zoude zijn hem te dwingen zijne gewone onbeschaamdheid en zijne
uittartende houding te laten varen. Hij had slechts een minachtende
glimlach voor zijne rechters over; terwijl hij zijne vrienden, die hij
in de gerechtszaal ontwaarde, met een stoutmoedigen blik begroette
en master James Burbank met een beleedigend gebaar, dat van diepen
haat getuigde, bejegende.
Zoo trad hij binnen, zoo nam hij plaats en zoo bleef hij totdat
kolonel Gardner tot het verhoor overging.
Master James Burbank, zijn zoon Gilbert en Mars konden tegenover
den man, die hen zooveel onheil berokkend had, en die hen nog
zooveel ongeluk en leed kon berokkenen, niet dan met moeite hunne
verontwaardiging bedwingen. Dat is wel te begrijpen, niet waar?
Het verhoor begon met de gebruikelijke vragen volgens het rechterlijk
formulier, om de identiteit van den beklaagde te constateeren.
»Hoe is uw naam?" vroeg kolonel Gardner.
»Texar."
»Hoe oud zijt gij?"
»Vijf en-dertig jaren."
»Waar zijt gij geboren?"
De beschuldigde antwoordde op die vraag niet. Hij scheen zich te
bedenken of zich te beraden.
»Waar zijt gij geboren, Texar?" herhaalde kolonel Gardner met nadruk.
»Dat weet ik niet."
»Weet gij dat niet?"
»Neen."
»Gij kent dus uw vaderland niet?"
»Ik weet alleen, dat ik in Mexico geboren ben. Waar, is mij evenwel
onbekend."
»Waar woont gij?"
»Te Jacksonville."
»Te Jacksonville?"
»Ja, in de tienda van Torillo."
»Ik vraag u waar gij thans woont?"
»Een ander verblijf heb ik niet."
Het zal onzen lezers voorzeker wel begrijpelijk voorkomen, dat master
James Burbank en zijne vrienden het hart in de borstkas voelden
kloppen, toen zij dat antwoord vernamen, dat op een toon gegeven werd,
die genoegzaam aanduidde, dat de beschuldigde vast besloten was,
zich volstrekt niet over de plaats zijns verblijfs uit te laten.
En inderdaad, Texar bleef, in weerwil van het aandringen door den
voorzitter der rechtbank, bij zijne bewering volharden, dat hij
geen vast verblijf had. Hij gaf te verstaan, dat hij een nomaad,
een rondzwerver was, een woudlooper in de onmetelijke bosschen van
het grondgebied van den Staat Florida, een vertrouweling van de
cypressenwouden, die daarin onder het dak der hutten sliep, van het
wild leefde, dat hem zijn geweer en ook zijne valstrikken opleverden,
en nu eens overvloed had en dan weer gebrek leed.
Iets anders was er in waarheid niet uit hem te halen, hoeveel moeite
er ook aangewend werd.
»Het zij zoo," antwoordde kolonel Gardner eindelijk in arrenmoede. »Wat
kan het ons trouwens, alles wel beschouwd, ook schelen."
»Inderdaad, wat kan het u schelen?" antwoordde Texar stoutmoedig
en uittartend.