Noordelijken met kracht begonnen was en met klem voortgezet werd,
om zich van het vaarwater op den bovenloop van den machtigen stroom
te verzekeren. Op den dag zelf dat Jacksonville door den commandant
Stevens genomen werd, aanvaardde de federalistische artillerie den
geschutstrijd met de kanonneerbooten van den Commodore Hollins,
en beantwoordde ten nadrukkelijkste schot met schot.
De Noordelijken slaagden er in, zich èn van het eiland Tien èn van New
Madrid meester te maken. Toen bezetten zij de Mississippi over eene
lengte van twee honderd kilometers, wel te verstaan wanneer men de
kronkelingen van den stroom, die talrijk en uitgebreid zijn, meetelt.
Intusschen openbaarde zich gedurende dit tijdperk eene groote weifeling
in de gedragslijn die het federalistisch gouvernement volgde.
De Generaal Mac Clellan was genoodzaakt geworden zijne denkbeelden en
plannen aan het oordeel van een krijgsraad te onderwerpen, en hoewel
die door eene overgroote meerderheid goedgekeurd waren, was toch
de heer Lincoln, president der republiek van de Vereenigde Staten,
er toe overgegaan de uitvoering dier plannen te dwarsboomen en te
vertragen, hetgeen zeer te betreuren was. Hij was daartoe aangezet
geworden door mannen zijner omgeving, die zeer kortzichtig waren,
maar toch veel gewicht in de schaal der openbare meening konden leggen.
Dientengevolge werd het Potomac-leger verdeeld, om zoogenaamd voor
de veiligheid van Washington te kunnen zorgen. Gelukkig bevocht de
Monitor de overwinning in zijn roemrijken strijd met de Virginia, welke
laatste bodem genoodzaakt was de vlucht te nemen, en herstelde alzoo
de vrije vaart op de Chesapeake. Dan nog veroorloofde de overhaaste
terugtocht der geconfedereerden na de ontruiming van Manassas, aan
het federalistische leger zijne kantonnementen naar die stad over
te brengen.
Daardoor was de quaestie van het blokkeeren van de Potomac opgelost.
Intusschen zou de politieke tinnegieterij, welker werking zoo nadeelig
is, wanneer zij er in slaagt, zich in zaken te mengen, die slechts door
de sabel uit te maken zijn, [1] nog tot eene zeer betreurenswaardige
beslissing voor de belangen der Noordelijken leiden. Op dit tijdstip
werd de Generaal Mac Clellan beroofd of ontzet van de opperste leiding
van de legerkorpsen der Federalisten. Hij zag zijne macht begrensd
tot het commandement over de troepen, die op de Potomac opereerden,
zoodat de andere leger-afdeelingen onafhankelijk van hem werden en
onder de directe leiding van den president Lincoln bleven.
Dat was eene groote fout. Mac Clellan gevoelde levendig die
beleediging, welke gelegen was in die terugstelling en die
degradeering, mogen wij haar wel noemen, maar die hij in geenen
deele verdiend had. Maar de achtenswaardige krijgsman was soldaat in
zijn hart en kende als zoodanig slechts zijn plicht. Hij berustte,
en overviel hem een oogenblik een bittere gedachte, dan beurden hem
de zoo verheven woorden van Alfred de Vigny in zijne Grandeurs et
Servitudes militaires op:
L'abnégation du guerrier est une croix plus lourde que celle du
martyr. Il faut l'avoir portée longtemps pour en savoir la grandeur
et le poids [2].
Daags na het ondergaan van die krenking zelfs, ontwierp hij een plan,
waarvan het objectief was zijne troepen op het strand van het fort
Monroe te ontschepen. Dat plan, hetwelk door de korpscommandanten en
door de chefs van staven en diensten toegejuicht was, vond genade in
de oogen van den president der republiek en verwierf hoogstdeszelfs
goedkeuring. De minister van oorlog vaardigde de noodige bevelen uit
naar New-York, naar Philadelphia, naar Baltimore, en weldra kwamen
vaartuigen van allerlei charter in de Potomac aan, om het leger van
Mac Clellan met zijn geheele materiëel aan boord te nemen.
De gevaren, die gedurende een zekeren tijd Washington, de hoofdplaats
der Noordelijken, hadden doen sidderen, zouden verdwijnen en naar
Richmond, de hoofdplaats der Zuidelijken, die haar thans ondervinden
zoude, overgebracht worden.
Zoo stond de staat van zaken tusschen de oorlogvoerende partijen op
het tijdstip, toen de Staat Florida zich aan den Generaal Sherman en
aan den Commodore Dupont onderworpen had.
Terzelfder tijd dat het smaldeel der Noordelijken de blokkade der
Floridasche kust voltooide, werd het meester van de Sint John,
hetgeen de inbezitname van het geheele schiereiland verzekerde.
Gilbert Burbank en Mars hadden inmiddels tevergeefs de oeverstreken
en de eilandjes, in den stroom gelegen, tot voorbij Piccolata
doorzocht. Toen bleef niets anders meer over, dan direct op Texar zelf
te werken. Hij was, sedert het oogenblik dat de gevangenisdeuren zich
achter hem gesloten hadden, nauwkeurig buiten iedere gemeenschap met
zijne medeplichtigen gehouden geworden. Daaruit volgt natuurlijk, dat
de kleine Dy en Zermah zich nog op dezelfde plek moesten bevinden,
waar zij waren toen de federalistische scheepsmacht de Sint John
binnendrong en Jacksonville bemachtigde.
De staat van zaken ter hoofdplaats van Florida liet thans toe, dat de
rechtspleging ten opzichte van den Spanjaard geregeld uitgeoefend kon
worden, al weigerde hij ook al te antwoorden. Men mocht intusschen
de hoop koesteren, dat men niet genoodzaakt zoude worden tot strenge
maatregelen zijne toevlucht te nemen, en dat de ellendeling er toe
overgaan zou, om tegen den losprijs van zijn leven en van zijne
vrijheid onthullingen te doen.
Op den 14den werd besloten, die proef met bewilliging der autoriteiten
te wagen.
Mevrouw Burbank was herstellend en had eenigermate hare krachten
teruggevonden. De terugkeer van haren zoon, de hoop dat zij haar
ander kind weldra zou weerzien, het herstel van vrede en orde in het
land, de veiligheid die thans voor de onderneming te Camdless-Bay
gewaarborgd was, dat alles te zamen bracht het zijne er toe bij,
om haar weer ietwat van hare moreele kracht, die zij verloren had,
terug te doen erlangen. Vanwege Texar's partijgangers, die zoolang
de goedgezinden te Jacksonville met schrik en angst vervuld hadden,
was niets meer te duchten. De militie-troepen der stad hadden de wijk
naar de binnenlanden van het graafschap Putnam genomen. Mochten ook
al die van Sint Augustijn er aan denken, na eerst den overtocht der
Sint John bewerkstelligd te hebben, die vluchtelingen van Jacksonville
de hand te reiken, ten einde den een of anderen krijgstocht tegen de
federalistische troepen te ondernemen, dan was dat van latere zorg,
daar zoo iets niet in de eerste tijden kon geschieden en het gevaar
dus nog zeer verwijderd mocht heeten. Dienaangaande behoefde men zich
dus geene muizenissen te maken, vooral zoolang de Commodore Dupont
en de Generaal Sherman zich in Florida zouden bevinden.
Er werd dus na eenige ruggespraak besloten, dat James Burbank
zich dienzelfden dag met zijn zoon Gilbert naar Jacksonville zou
begeven. Maar zij beiden alleen. De heeren Edward Carrol, Walter
Stannard en Mars zouden op de onderneming blijven, terwijl miss
Alice Stannard mevrouw Burbank niet zou verlaten. Daarenboven, de
jeugdige officier en zijn vader rekenden er op, tegen het vallen
van den avond op Castle House terug te zijn en dan de een of andere
gunstige tijding mede te kunnen brengen. Zoodra Texar onthullingen
omtrent de verblijfplaats van de kleine Dy en van Zermah zou doen,
zou men dadelijk een begin maken met het nemen van maatregelen
tot hare bevrijding. Daartoe zouden, zoo hoopte men, weinige uren,
hoogstens een dag voldoende zijn.
Toen James en Gilbert Burbank op het punt waren om te vertrekken,
riep miss Alice den jeugdigen officier ter zijde:
»Gilbert," riep zij.
»Wat is er, waarde Alice?"
»Gilbert," vervolgde het jonge meisje, »gij gaat u tegenover den man
bevinden, die uwe familie zooveel leed berokkend heeft...."
»En wat zou dat, lieve Alice?" vroeg de jongman.
»Van den man," ging het meisje voort, »die uwen vader en u zelven
wilde laten ter dood brengen..."
»Dat zal ik niet vergeten, Alice," siste de jonge officier met verbeten
woede tusschen de tanden.
»Gilbert," hernam miss Alice met aandrang, »Gilbert... belooft gij mij,
dat gij u zelven meester zult blijven tegenover Texar?"
»Mij zelven meester blijven!..." riep Gilbert uit, wien de naam van
den Spanjaard reeds van razende woede deed verbleeken.
»Ja, Gilbert, u zelven meester blijven!" sprak het jonge meisje
vastberaden.
»Dat kan niet, Alice!"
»Dat moet toch, Gilbert," hernam de deern. »Gij zult niets verwerven,
wanneer gij u door uwen toorn zult laten vervoeren... Laat iedere
gedachte aan wraakoefening varen..."
»O, Alice... wat vergt gij!"
»Om slechts aan ééne zaak te denken," vervolgde miss Alice, »aan de
redding van uwe zuster... die weldra ook de mijne zal zijn!"
»Lieve Alice!"
»Daarom moet gij alles opofferen... Alles! hoort ge,
Gilbert? Alles... al zoudt ge ook Texar de verzekering moeten geven,
dat hij van uwe zijde in de toekomst niets meer te duchten zal hebben."
»Niets meer te duchten!" riep Gilbert Burbank uit... »Vergeten,
dat door zijne schuld mijne moeder bijna gestorven is!..."
»Ja, dat moet gij vergeten!"
»Vergeten, dat hij mijn vader wilde laten doodschieten!..."
»Ook dat moet gij vergeten, Gilbert; zelfs dat hij u wilde laten
doodschieten... u, dien ik niet meer dacht weer te zien. Ja, dat alles
heeft hij gedaan; maar gij moet de gedachte daaraan verbannen. Gij
moogt u dat alles niet herinneren."
»Alice!... Alice!..."
»Ik zeide u en herhaal het thans, omdat ik vrees dat master Burbank
zich zelven niet meester zal kunnen blijven... En wanneer gij er nu
niet in zult slagen kalm te blijven, dan zullen uwe pogingen stellig
mislukken. O! waarom heeft men besloten, dat ik hier moet blijven,
dat ik u niet naar Jacksonville mag vergezellen!... Wellicht zou ik
door zachtheid verkrijgen..."
»Maar... wanneer die ellendeling weigert te antwoorden?..." hernam
Gilbert, die de gegrondheid der aanbevelingen van miss Alice maar al
te goed besefte.
»Als hij weigert te antwoorden, dan moet gij de taak aan de magistraten
overlaten, om hem tot antwoorden te nopen."
»Dat alles is goed en wel..." viel Gilbert zijn aanstaande in de rede.
»Het geldt zijn leven," ging miss Alice voort, »en wanneer hij zal
ontwaren, dat hij dat leven met zijne onthullingen kan redden, dan
zal hij wel antwoorden!..."
»Dat zal te bezien staan, Alice."
»Gilbert, gij moet mij beloven, kalm en bedaard te blijven. Ja,
die belofte verg ik van u... In naam onzer liefde smeek ik u, die
belofte te doen."
»Ja, waarde Alice," antwoordde Gilbert. »Ja!... Wat die man ook
uitgevoerd heeft, ik zal alles vergeten, wanneer hij mij mijne zuster
weergeeft!..."
»Goed zoo, Gilbert!"
»Alice!"
»Wij hebben vreeselijke beproevingen doorstaan... maar die zijn nu
achter den rug!... God zal die droeve dagen, waarin wij zoo bitter
geleden hebben, door dagen van geluk en voorspoed doen volgen."
Gilbert drukte innig de hand zijner aanstaande, wier schoone oogen
zich met tranen gevuld hadden. Daarna scheidden zij.
Het was omstreeks tien uren, toen master James Burbank en zijn zoon
Gilbert, na afscheid van hunne vrienden en verwanten genomen te hebben,
zich in de kleine havenkom van Camdless Bay inscheepten.
De rivier werd natuurlijk zoo spoedig mogelijk overgestoken. Intusschen
werd het vaartuig, ten gevolge van eene opmerking van Gilbert
Burbank, in stede van naar Jacksonville, naar de kanonneerboot van
den commandant Stevens gestuurd.
Die officier was thans daadwerkelijk de militaire commandant binnen de
muren der stad. Het was dus gepast en ook urgent, dat de maatregel door
James Burbank aan zijn oordeel onderworpen werd. De commandant Stevens
stond in onmiddellijke aanraking met de verschillende autoriteiten, en
de gelegenheden om met hen in aanraking te komen waren veelvuldig. Hij
was ten volle bekend met de rol, die Texar gespeeld had sedert zijne
partijgenooten hem het gezag in handen hadden gespeeld, alsook met
zijne verantwoordelijkheid omtrent de gebeurtenissen, die te Camdless
Bay hadden plaats gegrepen. Hij wist waarom en hoe de Spanjaard
aangehouden en in de gevangenis opgesloten werd, juist op het oogenblik
toen de militie-troepen hunnen terugtocht wilden volbrengen. Hij
was ook volkomen op de hoogte wat aangaat de reactie, die tegen dien
aterling ingetreden was en wel zoodanig, dat het eerlijke gedeelte
van de bevolking van de hoofdplaats Jacksonville er op aandrong,
dat hij wegens zijne veelvuldige misdaden zoude gevonnisd worden.
De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert
op waardige wijze. Hij koesterde toch voor dien jeugdigen officier,
wiens edel karakter en onwrikbaren moed hij had leeren kennen, sedert
de jonge man onder zijne bevelen had gediend, hooge achting en innige
vriendschap. Toen hij bij terugkeer van Mars aan boord der flottilje,
vernam dat Gilbert Burbank in handen der Zuidelijken gevallen was,
zou hij, het koste wat het wilde, alles ondernomen hebben om hem te
redden. Maar helaas, iedere poging was tevergeefs, hij werd weerhouden
door die verwenschte zandbank in de monding der Sint-John! Hoe zou
hij bijtijds te Jacksonville kunnen aankomen?... Maar de lezer weet,
aan welke omstandigheden de jeugdige luitenant en James Burbank hunne
redding te danken hadden.
Gilbert Burbank leverde in weinige woorden en dus zoo beknopt mogelijk
aan den commandant Stevens het verhaal van het gebeurde en bevestigde
daardoor hetgeen deze reeds vernomen had. Uit dat alles bleek dat,
al kon geen twijfel meer gekoesterd worden, dat Texar in persoon de
ontvoering van het dochtertje van James Burbank en hare kindermeid
in de Marino-Kreek geleid had, het even zeker gerekend moest worden,
dat hij alleen de plek in Florida kon aanwijzen, waar de kleine Dy
en Zermah door zijne medeplichtigen opgesloten werden gehouden.
Die ellendige Spanjaard had dus hun lot in zijne handen, dat was
helaas! maar al te zeker, en de commandant Stevens aarzelde dan
ook geen oogenblik dat te erkennen. Hij wenschte daarom de leiding
dier zaak geheel en al over te laten aan James Burbank en aan zijn
zoon Gilbert. Zij zouden kunnen handelen, zooals zij vermeenden dat
doelmatig zoude zijn. Bij voorbaat hechtte hij zijne goedkeuring
aan alles, wat in het belang der mestiesche vrouw en het kind zoude
strekken. Aan alles, zelfs al ging men zoo ver om aan Texar zijne
invrijheidstelling te beloven, in ruil voor die twee dierbare wezens,
dan zou hem de vrijheid geschonken worden. De commandant stelde zich
dienaangaande tegenover de autoriteiten van Jacksonville borg.
Toen James en Gilbert Burbank dien vrijdom van handelen erlangd
hadden, bedankten zij den braven zeeman, die hun eene schriftelijke
toestemming verleende, om met den Spanjaard in aanraking te komen,
en stapten zij naar de haven.
Daar vonden zij master Harvey, die door een briefje van James Burbank
gewaarschuwd was. Met hun drieën gingen zij naar Court-Justice, alwaar
het schriftelijk toestemmingsbewijs van den commandant Stevens als een
bevel gold en de deuren der gevangenis zich derhalve voor hen openden.
Een gelaatkundige zou voorzeker niet zonder belangstelling de
gelaatstrekken alsook de houding van Texar waargenomen hebben,
sedert hij in hechtenis genomen was. Wie onzer lezers zal er aan
twijfelen, dat de Spanjaard verwoed was geweest over de aankomst
der federalistische troepen, die aan zijne kortstondige loopbaan van
eersten magistraat van de Floridasche hoofdplaats een einde gemaakt
had; ook dat hij het ten innigste betreurde, dat hem de macht ontglipt
was, om alles te kunnen doen, wat hem goeddacht, vooral dat hij nu niet
meer zijne persoonlijke gevoelens van haat kon botvieren en dat eene
vertraging van slechts weinige uren hem niet veroorloofd had, master
James Burbank en zijnen zoon Gilbert te kunnen laten doodschieten.
Evenwel, in weerwil van die teleurstellingen, reikte zijn gevoel van
spijt niet veel verder.
Het scheen hem volkomen onverschillig te laten, dat hij in handen
zijner vijanden gevallen was, ook dat hij onder beschuldiging
van de zwaarste misdrijven gevangen genomen was en dat hij de
verantwoordelijkheid droeg van al de gewelddadige handelingen, die
in het laatste tijdperk bedreven waren, en die hem ten rechte konden
verweten worden.
Ja, dat alles liet hem geheel en al onverschillig en volkomen
gevoelloos.
Daaruit volgde zijne voor iedereen zoo vreemde en onverklaarbare
houding.
Nogmaals, hij werd slechts verontrust door de gedachte, dat hij zijne
kuiperijen jegens de familie Burbank niet tot een goed, dat wil zeggen,
tot een voor hem gewenscht einde had kunnen brengen. Wat de gevolgen
van zijne inhechtenisneming betreft, die schenen hem niet te deren. Zou
die tot heden zoo raadselachtige kerel nogmaals aan de pogingen
ontsnappen, om hem te ontmaskeren en zijn verleden te onthullen?
De deur zijner cel ging open en... hij bevond zich in tegenwoordigheid
van den eigenaar van Camdless-Bay en van diens zoon Gilbert. Hij was
een oogenblik verrast; maar dat duurde slechts zeer kort. Spoedig
had hij zich hersteld.
»Ho, ho!" riep hij op zijnen gewonen schaamteloozen toon uit. »Ho,
ho! vader en zoon te zamen! Waarlijk, ik ben de heeren dankbaarheid
verschuldigd voor hun bezoek. Ja, dankbaarheid en nog meer; want het
bezoeken der gevangenen behoort tot de werken van barmhartigheid."
James Burbank keek den aterling met vertoornden blik aan.
»Maar, ik vergis mij," ging Texar steeds op hoonenden toon voort. »Ik
ben der federalistische troepen eigenlijk dankbaarheid verschuldigd;
want zonder hen zou ik de eer van uw bezoek niet hebben. Niet waar?"
En met een spottenden blik keek de Spanjaard de beide mannen, die
hij zoo schandelijk behandeld had, aan.
»En het genadebetoon, dat gij mij niet meer voor u komt afsmeeken,
komt gij mij zeker aanbieden? Dat is edel!"
Toon en gebaren, waarmede die woorden vergezeld gingen, waren zoo
uittartend, zoo vlijmend, hoonend, dat master James Burbank op het
punt stond om in volle woede los te barsten. Zijn zoon weerhield
hem evenwel.
»Vader," zei hij, »laat mij antwoorden..."
»Maar Gilbert!"...
»Ik smeek u er om. Texar tracht ons op een terrein te lokken,
waarop wij hem niet volgen kunnen, namelijk op dat der wederzijdsche
beschuldigingen..."
De aterling grinnikte boosaardig.
»Het is volmaakt onnoodig," ging Gilbert Burbank voort, »om op
het verledene terug te komen. Wij moeten ons met het tegenwoordige
bezighouden, alleen met het tegenwoordige."
»Met het tegenwoordige!" riep Texar verbolgen uit. »Gij wilt zeggen
met den tegenwoordigen toestand, niet waar? Maar mij dunkt dat die
geene bespreking noodig heeft. Die is helder als de dag. Drie dagen
geleden waart gijlieden hier in deze cel opgesloten en scheen het de
wil van het noodlot te zijn, dat gij haar niet verlaten zoudt, dan
om ter dood gebracht te worden. En heden zit ik er in uwe plaats,
en gij kunt overtuigd wezen, dat ik er mij behagelijker in gevoel
dan gij wel zoudt kunnen meenen."
Dat antwoord was wel geschikt om master James Burbank en zijn zoon
Gilbert uit het veld te slaan. Zij waren toch naar Court-Justice
gekomen, om Texar de vrijheid aan te bieden in ruil van het geheim,
betrekking hebbende op de ontvoering van het kind en hare verzorgster.
»Texar," hernam Gilbert, »hoor mij aan."
»Wat hebt ge mij te zeggen?" vroeg de Spanjaard trotsch.
»Luister. Wij komen open en rond met u onderhandelen."
»Zoo, zoo!" grinnikte de aterling.
»Wat gij te Jacksonville uitgevoerd hebt," ging Gilbert voort, »gaat
ons niets aan."
»Om zeer goede redenen," gromde Texar.
»Wat gij te Camdless-Bay misdaan hebt, willen wij ons niet meer
herinneren."
»Nog al edelmoedig, evenwel niet onbaatzuchtig, denk ik."
»Een punt wekt evenwel onze belangstelling in hooge mate op."
»Zoo? Laat hooren!"
»Mijn zusje en hare kindermeid Zermah zijn verdwenen, terwijl
uwe partijgenooten de plantage overmeesterden en Castle-House
belegerden. Het is zeker dat beiden ontvoerd werden..."
»Ontvoerd?" hernam Texar boosaardig. »Welnu, het verheugt mij waarlijk
zulks te vernemen."
»Te vernemen!..." riep master James Burbank toornig uit.
»Ja, te vernemen," antwoordde de Spanjaard hooghartig maar kalm.
»Loochent gij dat, ellendeling! Loochent gij dat?..."
»Vader," kwam de jeugdige officier tusschenbeide, »laten wij onze
koelbloedigheid bewaren... Denk er om, dat is noodig... Ja, Texar, die
dubbele ontvoering heeft gedurende den aanval op de plantage plaats
gegrepen... Moet gij niet erkennen, dat gij daarvan persoonlijk de
bewerker zijt geweest?"
»Daarop heb ik niet te antwoorden."
»Wij zullen zien!" riep James Burbank uit, getergd door de
achteloosheid van die antwoorden.
De Spanjaard trok hoonend de schouders op.
»Bedaar toch, vader," sprak Gilbert met klem, en zich tot Texar
wendende, vervolgde hij:
»Zult gij weigerachtig zijn om ons mede te deelen, waarheen mijn
zusje met Zermah, hare verzorgster, op uwe bevelen gevoerd zijn?"
»Ik herhaal, dat ik daarop niet te antwoorden heb."
»Ook niet, wanneer wij u de verzekering geven, dat gij uwe vrijheid
tegen uw antwoord kunt inlossen?"
»Ha, ha, ha!"
»Er valt niet te lachen, antwoord ons!" drong Gilbert Burbank met
klem aan.
»Ik heb uwe hulp niet noodig, om mijne vrijheid te
herkrijgen!..." antwoordde Texar trotsch.
»En wie zal de deuren van deze gevangenis voor u openen?" riep master
James Burbank onstuimig uit.
De planter van Camdless-Bay geraakte bij zooveel schaamteloosheid
buiten zich zelven van woede.
»Wie? vraagt gij?" grinnikte Texar.
»Ja, wie, bij God?"
»Welnu, de rechters!... Ik vraag uitdrukkelijk om terechtgesteld
te worden!"
»Terechtgesteld worden!... Rechters!...; maar die zullen u volgens
plicht en geweten zonder mededoogen veroordeelen. Twijfel daaraan
niet."
»Dan zal ik zien, wat mij te doen staat."
»Is dat uw laatste woord?"
»Ja."
»Gij weigert dus stellig te antwoorden?" vroeg Gilbert Burbank voor
de laatste maal, maar met aandrang in zijne stem.
»Ja, ik weiger..."
»Zelfs ten koste van...?"
»Van wat? Spreek ronduit," hernam Texar hoonend.
»Ten koste van de vrijheid, die ik u aanbied."
»Ik begeer die vrijheid niet! Die vrijheid!... Het zou waarachtig
wat moois zijn!"
»Zelfs ten koste van een vermogen?"...
»Van een vermogen?"
»Van een vermogen, dat ik op mij neem, u na overeenkomst toe te
tellen."
»Ik aas op uw vermogen niet..."
Vader en zoon keken elkander aan. Die onverzettelijkheid ontstelde hen.
»En nu, heeren," sprak de Spanjaard, »wensch ik alleen gelaten
te worden."
Het moet ten volle erkend worden, dat master James Burbank en zijn zoon
Gilbert door zulke stoutmoedigheid geheel buiten westen geraakt waren.
Waarop berustte toch dat gevoel van veiligheid, hetwelk die aterling
aan den dag legde?
Hoe durfde Texar zich aan eene rechtsvervolging blootstellen, die
toch niet anders dan met de meest ernstige veroordeeling kon eindigen?
Wie zou op die vragen antwoord kunnen geven?
Zooveel is zeker, dat noch de vrijheid, die hem werd aangeboden,
noch het goud, dat hem voorgespiegeld werd, hem een enkel woord had
kunnen ontlokken.
Spoorde hem een onwrikbare haat aan, om zijne belangen uit het oog
te verliezen?
Hij bleef steeds de raadselachtige persoon, die zelfs bij de meest
te vreezen omstandigheden zijn verleden niet verkoos te logenstraffen.
»Kom, vader, kom," sprak de jeugdige officier. »Wij hebben hier niets
meer te doen."
En hij troonde master James Burbank mede tot buiten de gevangenis.
Bij de deur vonden zij master Harvey weder, en met hun drieën gingen
zij naar den commandant Stevens, om hem de mislukking hunner pogingen
mede te deelen.
Juist in dit oogenblik was aan boord der flottilje-kanonneerbooten
eene proclamatie van den Commodore Dupont ontvangen. Zij was aan de
bewoners van de hoofdplaats Jacksonville gericht en hield in hoofdzaak
in, dat niemand ter zake zijner staatkundige meeningen vervolgd of
ook maar gezocht zoude worden; ook niet ter zake van feitelijkheden,
die den tegenstand van den Staat Florida sedert het uitbreken van
dien noodlottigen burgeroorlog gekenmerkt, ja daaraan het recht van
bestaan ontleend hadden. De onderwerping aan de vlag met de sterren
zou aller verantwoordelijkheid uit een staatsrechtelijk oogpunt dekken.