2. Shu-king, het boek der geschiedkundige aanteekeningen.

De Shu-king, zooals wij dien thans kennen, bevat de overblijfselen

van een voorheen veel omvangrijker verzameling van geschiedkundige

beschrijvingen en documenten uit de jaren 2357-627 v. C. Aan de

echtheid van de gedeelten welke ongeveer 2197 v. C. en daarna

zijn geschreven, wordt niet getwijfeld, terwijl met betrekking tot

de andere, daaraan voorafgaande stukken wordt aangenomen, dat de

schrijvers uit oudere stukken hebben geput.

De zeer geestvolle en zeker doeltreffende verklaring, door den

geleerden vrijheer von Richthofen over een van deze oudste stukken, de

schatting van Yü gegeven, doet zien, dat er in dit werk nog gewichtige

resultaten zijn te vinden voor diegenen, welke den moed hebben zich

te bevrijden van de boeien der Chineesche verklaarders, wier opvatting

gewoonlijk ook door de meeste vreemde vertalers wordt gevolgd.

Wat de geloofwaardigheid van dit werk betreft: Mencius zegt er van,

dat het veel beter zou zijn, den geheelen Shu-king niet te bezitten,

dan daaraan onbepaald geloof te slaan. Confucius, wien men ook (ten

onrechte) dit werk toeschrijft, haalt het telkens aan.

Een deel van den thans als geldig beschouwden tekst wordt door de

beste critici voor apocrief gehouden. Wat er van over is, bestaat uit

enkele stukken, die bij de vernietiging der boeken gered en toen op

eenigszins wonderbare wijze weer aan den dag zijn gebracht.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 33 / 78 题