De bekende geschiedschrijver Sze ma tien schrijft dit werk aan
Confucius toe, doch zijne verzekering is ongeloofwaardig. Immers
reeds lang vóór Confucius werden verschillende der hier voorkomende
liederen met dezelfde namen genoemd, die zij later ook droegen.
Ook de Shi-king ontging in de dagen der Tsin-dynastie de vernietiging
niet. Doch, daar velen de liederen en gezangen daaruit van buiten
kenden, werd het boek spoedig weer hersteld.
In zijn tegenwoordige gedaante bestaat het werk uit 305 stukken,
in vier groote afdeelingen samengevat, van welke de eerste afdeeling
160 liederen: spotliederen, straatliederen, liefdes- en volksgedichten
behelst. In de tweede afdeeling zijn 74 feestgezangen, oorspronkelijk
bestemd voor het keizerlijk hof, doch later ook aan de hoven der
vorsten gezongen. In de derde afdeeling zijn 31 gezangen, die eveneens
aan het keizerlijk hof werden voorgedragen en wel, wanneer er feesten
gegeven werden ter gelegenheid van het bezoek der onderhoorige vorsten,
terwijl de vierde afdeeling 40 gezangen telt, welke gebruikt werden
bij de ceremoniën in de hal der voorouders en bij de offers.
Van de liederen oordeelt men, dat er 108 afkomstig zijn van den tijd
tusschen 1765-1065 v. C., verder 156 van tusschen 1076-696, en de
rest van af 696-585 v. C. Waarschijnlijk zijn deze opgaven niet ver
van de waarheid.
De Shi-king bevat vele stukken, die van groote dichterlijke waarde
zijn. De Chineesche commentatoren hebben echter (evenals ook sommige
vreemde vertalers), al hun best gedaan om den zin van de mooiste
stukken te bederven, door deze namelijk ten onrechte als satyren
op onzedelijke toestanden, of als afschrikwekkende schilderingen te
gaan beschouwen.