VII. De klassieke boeken der Chineezen.

De Chineezen spreken gewoonlijk van de "vijf Kings" en de "vier

Shu's". De eersten zouden wij de vijf groote, de anderen de vier

kleine klassieken kunnen noemen.

De groote klassieken zijn volgens deze indeeling de volgende:

1. I-king, het boek der veranderingen.

2. Shu-king, het boek der geschiedkundige aanteekeningen.

3. Shi-king, het boek der liederen.

4. Li-ki, het boek der ceremoniën.

5. Chun-chiu, de kroniek van Confucius met het geschiedkundig

verhaal van Tso chiu ming.

De kleine klassieken zijn:

1. Lun-yü, de gesprekken van Confucius.

2. Ta-hio, de groote leer.

3. Chung-yung, het onveranderlijke midden.

4. De werken van Mencius.

Noch het getal der werken, noch de boeken, die tot ieder der

hoofdwerken behooren, noch de bestanddeelen dier kleinere werken of

hun namen zijn altijd dezelfde geweest; er zijn vijf, zes, negen,

tien en dertien "kings" geweest. Deze naam "Kings" is eerst sedert

de dynastie van Han, in de laatste twee eeuwen vóór onze jaartelling

voor alle boeken gebruikelijk geworden, die men als kanoniek en

van onwankelbaar gezag beschouwde. Tegenwoordig, onder de Mandschoe

dynastie, welke sedert 1643 in China heerscht, wordt, behalve van de

"vijf kings" en de "vier shu's" ook dikwijls van de dertien "klassieke

werken" gesproken. Deze zijn dan:

1. Het boek der veranderingen.

2. Het boek der geschiedkundige aanteekeningen.

3. Het boek der liederen.

4. Chau-li, het boek over de staatsinstellingen onder de Chau

dynastie.

5. I-li, het boek der gebruiken.

6. Het boek der ceremoniën.

7. De kroniek van Confucius met het geschiedkundig verhaal van

Tso chiu ming.

8. Dezelfde kroniek met het geschiedkundig verhaal van Kung yang.

9. Dezelfde kroniek met het geschiedkundig verhaal van Ku liang.

10. De gesprekken van Confucius.

11. De geschriften van Mencius.

12. Hsiao-king, het boek van de kinderlijke liefde.

13. Het oude woordenboek Urhya.

Onder die dertien worden niet genoemd de volgende drie werken, die

echter ook als klassiek gelden:

14. Ta-hio, de groote leer.

15. Het onveranderlijke midden (Chung yung).

16. De Bamboeboeken.

Wat het ontstaan, de schrijvers en voor een deel ook den inhoud

dezer werken aangaat; daarover zijn bijna evenveel meeningen,

als er Chineesche critici zijn, die zich met deze vragen hebben

beziggehouden. Dit is niet te verwonderen, daar bijna geen dezer

boeken ons ongeschonden is overgeleverd en de tekst dikwijls

onverstaanbaar is. Wat de een beslist voor waarheid aanneemt,

wordt door den ander met evenveel beslistheid verworpen. Zelfs de

gedurende langen tijd als gezaghebbend erkende verklaringen van Chu

hi en zijne leerlingen in de 12e eeuw, zijn onder de tegenwoordige

dynastie dikwijls bestreden. Evenwel vertegenwoordigen zij nog altijd

de geijkte opvatting, waarvan men bij bekendmakingen van staatswege

uitgaat. De nu volgende opgaven geven de thans vrij algemeen geldende

opvattingen over de klassieke werken weer.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 31 / 78 题