11. Onderwijst de jeugd, opdat zij verhinderd worde kwaad te doen.

12. Laat alle valsche beschuldigingen achterwege, opdat de onschuldigen

beschermd worden.

13. Waarschuwt allen, geen deserteurs (die het vaandel verlaten)

bij zich op te nemen, opdat zij niet in hun straf deelen.

14. Betaalt uwe belastingen, opdat gij niet dikwijls gemaand behoeft

te worden.

15. Vereenigt u tot tien en honderdtallen, om roof en diefstal uit

te roeien. [156]

16. Weest verdraagzaam jegens elkaar, opdat het leven in achting blijve

(opdat er bij den strijd geen verwondingen en doodslagen voorvallen.)

Het gezond menschenverstand, dat in de aangehaalde plaatsen, welke uit

de geschriften van orthodoxe philosofen getrokken zijn, een zoo groote

plaats beslaat, is, indien men allerlei bluf en versiering, alsmede de

later eerst opgekomen speculaties van Boeddhisme en Taoïsme er buiten

rekent, nog altijd de grondslag van de tegenwoordige philosophie, die

onder den naam van Confucianisme de gansche Chineesche maatschappij,

van de familie tot den staat toe, doortrekt.

Trots alle bijgeloovige uitwassen, die uit Boeddhisme en Taoïsme

zijn voortgekomen, of die zich in aansluiting daaraan uit den ouden

staatsgodsdienst ontwikkelden en die in de hoogste, zoowel als in

de laagste kringen hunnen invloed doen gelden: ja, officieel worden

gehuldigd--trots dat alles ligt er toch in het Staats-confucianisme

een voor familie en staat zeer beschavende macht.

Aan den invloed dezer, zich tegen alle ruwheid en onzedelijkheid

verzettende leer op de omliggende volken heeft China het te danken

gehad, dat zijn philosophie tegenover deze volken een zelfde rol

heeft vervuld, als in Europa de Grieksche en Romeinsche beschaving

en later het Christendom.

Natuurlijk hebben echter die omliggende volken niet alleen de

deugden, maar ook de gebreken dezer beschaving overgenomen. Bij

die gebreken denken wij vooral aan de steeds grootere afsluiting

van andere geestelijke stroomingen en de daaruit voortvloeiende

zelfoverschatting, waaruit zich dan de levenlooze onbewegelijkheid

ontwikkelde, die wij in China, Annam en Korea ontmoeten, en waaraan

slechts Japan zich--zeker ook omdat het Mongoolsche bloed hier niet

onvermengd is--heeft ontworsteld.

Welke verwijten men in dezen echter aan de Chineesche philosophie

moge doen, men mag niet vergeten, dat zij China voor vele droevige

verschijnselen, die wij in de snel voortgaande westersche beschaving

opmerken, bewaard heeft.

Men denke aan de inquisitie en het anarchisme, beiden door zoo talrijke

klassen in het westen verheerlijkt. Voor zulke dingen is China gespaard

gebleven. Nu moge men zeggen, dat ook in China de praktijk soms niet

beantwoordde aan de theorie, wij vragen, waar dat geheel het geval

is en merken op, dat de philosophie van Confucius heeft bereikt,

wat voor andere stelsels onbereikbaar is gebleven, namelijk dat zij

niet slechts het eigendom werd van enkele bevoorrechten, maar van de

geheele volksmassa.

Ook merken wij op, dat het zijn waarde kan hebben om, waar de

tegenwoordige Europeesche philosophie in een alles afbrekend en

vergiftigend pessimisme en cynisme ontaardt, zich in zijn zwartgallige,

onpraktische bespiegeling eens te laten temperen door de wereldwijsheid

der oude Chineezen, al moge zij wat "huisbakken" zijn.

Waar nu de philosophische leeringen van oude tijden af tot nu toe

zulk een grooten invloed uitoefenden op de denk- en handelwijze van

het geheele Chineesche volk en deze zeker ook in de toekomst zullen

uitoefenen, moeten wij, behalve deze leeringen, ook de werken kennen,

waarin zij ons zijn bewaard gebleven.

Wij willen daarom, vooral voor hen, die lust mochten hebben op dit

gebied wat dieper dan de oppervlakte te gaan, een kort overzicht van

namen, schrijvers, inhoud en ouderdom dier werken geven.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 30 / 78 题