DE EZEL.

(_Equus asinus_).

Een ezel is iemand,

Die zich _onos_ laat noemen in Griekenland,

En die hier bij den burgerlijken stand,

Van wege zijn signalement

Ook als mijnheer graauwtje of langoor is bekend.

Buiten zijn weten,

Wordt hij voor dom versleten,

En domme menschen worden ezels geheeten;

Men mag echter niet vergeten,

Dat er onder die 4-voetige ezels, geen,

Zich tweemaal zal stooten aan denzelfden steen,

En hij is op dit punt dus geen breekebeen.

De Natuurlijke geschiedenis,

Leert dat er onder de bimana menigeen dom is,

En zoo men domme menschen en ezels moest tellen in ieder dorp of

stad,

Dan is het zeker dat men meer van de eerste dan van de laatste had.

Zijn ~I-A~, ~I-A~, of stemgeluid,

Munt niet in bevalligheid uit,

En toch is dat gebalk van een ezel,

Nog verre te prefereren dan de praat van een mystieken kwezel.

Onder zijne eigenschappen worden ook begrepen,

Op rug en schouders de zoogenaamde aalstrepen,

Waarvan de eene zich met de andere verbindt

En waardoor men het sijmbool van ezels aardsche loopbaan vindt.

Zijn lange ooren,

Kan hij laten balanceren, zijwaarts, naar achteren en voren,

Natuurlijk dat zoo'n figuur niet mooi bij een mensch moet staan,

Althans koning #Midas# had er 't land aan,

Toen hij zoodanig cadeau,

Gekregen had van Apollo;

Een ezel hoort gaarne, _ho_, _ho_,

Doch met _vort_, _vort_, is dit niet zoo,

En wat betreft een por of een stoot,

Daar heeft hij een broer aan dood,

Trouwens een ezel moet soms nog al hard werken en sjouwen

En wordt verhapzakt, dat het bijna niet is om uit te houën,

Evenwel, blijft hij zich onderscheiden door een geduldig

temperament,

Is in den regel tevreden, en met slecht voedsel content,

Welligt denkt hij aan 't bizakken komt éénmaal toch een end,

Wat helpt 't me toch al het chagrijn,

Er moeten immers zoowel martelaars als apostelen zijn;

Doch hoewel een ezel van nature goed is

Zoo wordt hij koppig en boos, als men hem te veel gebruikt voor een

voetwisch.

Ten slotte:

Muildieren en muilezels hebben met hem een familie-relatie,

Doch omdat ze te groot in de wereld zijn houden ze met hem geen

conversatie,

Schilders houden er van om met ezels om te gaan,

Doch dat zijn voorwerpen, die op 3 pooten staan.

Een acht en twintigtal voorwerpen uit de natuurlijke geschiedenis, geschikt voor rederijkers- & nutsvoordrachten, in den trant van de gedichten van den schoolmeester, met een aanbevelend woord van wijlen Mr. J. Van Lennep · 第 15 / 34 题