(_Hirudo medicinalis_).
Een bloedzuiger in 't Latijn hirudo,
Kan meer menschenbloed opdrinken dan een vloo,
En men heeft hem daarom uit willen kiezen,
Als er sprake was, dat de mensch wat van dat vocht moest verliezen.
Bij zoo'n operatie ziet men graag,
Dat mijnheer opzwelt of krijgt een volle maag,
Want hoewel menschenbloed
Een bloedzuiger immer goeddoet,
Zoo wil hij er soms zijn kop niet voor buigen
Om een aanval te doen en door te zuigen.
Aangezien hij op sommige punten zeer _precies_ is,
Dat wil zeggen voor al wat vuil en _vies_ is,
En hieruit volgt dat hij er wel voor zal _passen_,
Om in een menschenhuid te bijten, die niet dikwerf wordt
_gewasschen_.
Een bloedzuiger is verder een van die dieren,
Die de Natuur op den rug met 6 oranje-bruine streepen heeft willen
versieren,
Van achteren aan zijn lijf,
Draagt hij een breede schijf,
Een orgaan,
Om zich vast te _hechten_, te _kruipen_ en met zijn kop in de hoogte
te _staan_.
Van voren,
Heeft hij de machine om de huid van den mensch te doorboren,
Dat uit een _3-tal_ kaken met 180 tanden bestaat,
En een scherp werktuig is, dat er goed door heengaat.--
Zijn ligchaam,
Stellen 100 ringen te zaam,
Hij bezit gevoel en is tot proeven bekwaam,
Want een bloedzuiger houdt
Meer van suiker dan van zout,
En hij heeft in die keuze nimmer fout.
Opdat hij ook goed zou kunnen zien,
Gaf de Natuur hem bovendien,
Oogen ten getale van tien,
Die hij als hij drinkt niet als een haan toe wil sluiten,
Waardoor hij niet zeggen wil, _ik ken het van buiten_
Zooals men toch volgens den Schoolmeester zal mogen _besluiten_.--
Wegens zijn bijzonderen aard,
Is hij reeds meer dan 20 _eeuwen_ vermaard;
En Galenus, en meer van die oude Heeren,
Hebben hem in hun tijd, zeer willen respecteren;
Doch alles verandert, en waar vroeger een bloedzuiger aangewezen
was,
Laat men hem nu maar rondzwemmen in 't _glas_,
Een kruipende
En bloeddruipende
Bloedzuiger heeft een eigenaardige pas,
En geneert zich niet zelfs onder een beddelaken,
Als hij kans heeft een wandeling te maken,
Doch dan is de mensch ook weldra gezind,
Om ten opzigte van onzen vrind,
In praktijk te brengen, die zoekt die vindt,
Tot genoegen van hem, of haar die op het bed ligt,
En dubbel tevreden is, dat hij zijn pligt,
Op de plaats der huid, waar het noodig was heeft verrigt.
Ten slotte:
De internationalen,
Weten u nog van een ander soort van bloedzuigers _veel_ te verhalen,
Dit heeft betrekking op werkloon en kapitalen,
Ze willen onder die voorwerpen zoodanige wezens begrijpen,
Die zooals ze zeggen, hun de keel toeknijpen.