(_Clupea alosa_.)
De elft,
Is een voorwerp, dat men uit 't water delft,
Is er onweer in Maart,
Dan vat men hem vroeg bij den staart,
En wordt hij veel gevangen,
Zoo zegt men: Er zullen veel kersen aan de boomen hangen.--
Cuvier geeft een juiste verklaring,
Dat de elft een lid is van de familie clupea of haring.
En een ieder kan zich vergewissen,
Dat hij behoort onder de weekvinnige visschen,
Hij heeft een instinctmatige trek,
Om op een bepaalden tijd een reisje te doen in Maas, Waal of Lek,
Maar ook in andere groote rivieren,
Gaan ze te zamen rondzwieren,
Doch van zoo'n trekkende karavaan,
Loopt menigen makker tegen de lamp aan,
Die onder 't zwemmen,
Niet gelet heeft op de voetangels en klemmen.--
Door het opgetrokken net,
Dat uit was gezet,
Ligt een elft dra op het doodsbed,
Aangezien het is een vaste wet,
Dat elften buiten water spoedig pier _dood_ zijn,
En bleeke kieuwen krijgen die anders _rood_ zijn.
Karpers toch en aalen,
Behoeven op die wijs, niet zoo gaauw den tol der natuur te betalen.
De elft is of _hom_ of _kuit_,
De eerste munt boven de laatste uit,
En als men ze te koop rondkruit,
Hoort men een schreeuwend geluid,
Te weten: Elf is geen twaalf en twaalf is geen elf,
Dat is maar een straatdeuntje, dat spreekt van zelf,
En moet slechts strekken,
Om de aandacht van 't publiek op te wekken.
Aaltje de zuinige keukemeid,
Leert dat elft op verschillende wijze wordt toebereid,
En als ik 't haar na wou zeggen,
Zou het zijn: kooken, rooken, stoven, bakken en in 't zuur leggen.
Verder wordt door de natuurlijke geschiedenis vermeld,
Dat hij door de liefhebbers op hoogen prijs wordt gesteld,
Anderen daarentegen zeggen: een elft is danig
Vet, magtig, alias tranig.
Men zou nog kunnen mededeelen,
Een elft laat zich door muzikale toonen lokken of streelen,
En menigen visscher meent veel elft te kunnen vangen,
Als hij klokjes of schelletjes boven de netten laat hangen.
Ten slotte, komt er elft in het land,
Dan zegt men niet, zooals van haring, _docters aan een kant_,
Eet dus van elft maar niet te veel,
En pas op de graten in de keel.