De algemeene grondslagen van het kapitalistisch systeem eenmaal
gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie telkens een
punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der produktiviteit
van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom wordt der
akkumulatie. "Dezelfde oorzaak," zeide reeds Adam Smith, "welke de
loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal, drijft tot verhooging
der produktieve geschiktheden van den arbeid en stelt eene kleinere
hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere hoeveelheid van
produkten voort te brengen." Marx zegt:
"Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van den
bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en geïsoleerd
arbeidende producenten, dewelke zich echter meer kwalitatief, in de
deugdelijkheid, dan kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal
vertoonen, drukt zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid
uit, in de relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke
een arbeider gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van
arbeidskracht, in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen,
waarmede hij funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van
den arbeid.".... "Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van den
arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd meer
grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof
met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg
van de aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen
kant, is de massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee,
minerale mest, draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor
groeiende produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de
in bouwwerken, hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde
hoeveelheid produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij
gevolg, de groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen,
in vergelijking tot de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt
de aangroeiende produktiviteit van den arbeid uit. De toename der
laatste, verschijnt dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding
tot de door haar voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de
grootte-afname van den subjektieven faktor van het arbeidsproces,
vergeleken met zijne objektieve faktoren.
"Deze verandering in de technische samenstelling van het kapitaal,
de groeiing der massa van produktiemiddelen, vergeleken met de massa
van de haar doen-levende arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne
waardesamenstelling, in de toename van het constante bestanddeel der
kapitaalswaarde, op kosten van zijn variabel bestanddeel. Er worden
bijv. van een kapitaal, procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke
50 proc. in produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten
vastgelegd; later, met de ontwikkeling van den produktiegraad
van den arbeid, elke 80 proc. in produktiemiddelen en elke
20 proc. in arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden
groei van het constante deel van het kapitaal, in verhouding tot
zijn variabel deel, wordt bij elke schrede bevestigd, door eene
vergelijkende analyse van de prijzen der waren, hetzij dat wij
verschillende economische tijdperken van eene enkele natie bij
elkaâr vergelijken, of die van verschillende naties, in hetzelfde
tijdstip. De relatieve grootte van het prijselement, die slechts de
waarde van de verteerde produktiemiddelen, of het constante deel van
het kapitaal vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte
van het andere, de arbeid betalende of het variabel deel van het
kapitaal vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen,
in omgekeerde verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie."...
"Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de produktiemiddelen
het eigendom van private personen zijn, waarin de handarbeider, of
geïsoleerd en zelfstandig waren voortbrengt of zijn arbeidskracht
als waar verkoopt,--omdat hem de middelen tot eigenbedrijf
ontbreken--realiseert zich deze voorwaarde slechts door den
groei van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de
maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom
der kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de
produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen
vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele
waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek
kapitalistische voortbrengingswijze"..... "Maar methodes tot
vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den
arbeid, die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd,
methodes tot vermeerderende produktie van de méérwaarde of van het
meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement
van de akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter
voortbrenging van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne
bespoedigde akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van
méérwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de aangroeiende grootte,
van het in 't produktieproces opgaande kapitaal. Deze wordt harerzijds
tot grondslag eener meer uitgebreide voet van produktie, van de haar
begeleidende methodes tot verhooging van de produktiekracht van den
arbeid en tevens tot bespoedigder produktie van méérwaarde. Wanneer dus
telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde
voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt,
veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde
akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen,
naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij
wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische
samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds
kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel.
"Elk individueel kapitaal is een grootere of kleinere concentratie van
productiemiddelen, met een zich daarmede in overeenstemming bevindend
commando, over een grooter of kleiner leger van arbeiders. Het breidt,
met de vermeerderde massa van den als kapitaal funktioneerenden
rijkdom, ook zijne concentratie in de handen der individueele
kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de produktie op groote
schaal, en de specifiek kapitalistische produktie-methoden uit. De
groei van het maatschappelijk kapitaal, voltrekt zich in den groei
van vele, individueele kapitalen. Alle andere omstandigheden als
gelijkblijvend aangenomen, groeien de individueele kapitalen,--en met
hen de concentraties van produktiemiddelen,--in die verhouding aan,
waarin zij aliquote (gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk
totaal-kapitaal vormen. Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels
van de oorsprong-kapitalen los en funktioneeren als nieuwe,
zelfstandige kapitalen. Een groote rol speelt hierbij, onder
anderen, de verdeeling van vermogens in kapitalisten-families. Met
de akkumulatie van kapitaal groeit daarvandaan ook, meer of minder,
het aantal kapitalisten aan. Twee punten karakteriseeren deze soort van
concentratie, welke onmiddellijk op de akkumulatie berust, of veelmeer,
met haar identiek is. Ten eerste: de aangroeiende concentratie der
maatschappelijke produktiemiddelen in de handen van de individueele
kapitalisten wordt, onder overigens gelijkblijvende omstandigheden,
beperkt, door den graad van wasdom in den maatschappelijken
rijkdom. Ten tweede: het in elke produktiespheer vastgelegde
deel van het maatschappelijk kapitaal, wordt verdeeld onder vele
kapitalisten, welke tegenover elkander staan als onafhankelijke, en
met elkander concurreerende warenvoortbrengers. De akkumulatie en de
haar begeleidende concentratie, worden dus niet alleen op vele punten
gesplitst, maar ook de aangroeing van de funktioneerende kapitalen,
wordt doorkruist door de vorming van nieuwe, en de splitsing van oude
kapitalen. Doet zich daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als
de aangroeiende concentratie der produktiemiddelen en van commando's
over arbeid, zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als repulsie
(afstooting) van vele individueele kapitalen onder elkander.
"Deze versplintering van het maatschappelijk totaal-kapitaal, in
vele individueele kapitalen, of deze repulsie van zijn onderdeelen
van elkander, werkt zijne attraktie tegen. Het is hier niet
meer de eenvoudige, met de akkumulatie identieke, concentratie
van produktiemiddelen en het commando over den arbeid, het is de
concentratie van reeds gevormde kapitalen, de opheffing van hunne
individueele zelfstandigheid, de onteigening van kapitalist door
kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige grootere
kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste daardoor,
dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en
funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus
niet door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of
de absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal
zwelt hier, in eene hand tot een groote massa aan, omdat het daar,
in vele handen, verloren gaat. Dit is de eigenlijke centralisatie,
in onderscheiding met akkumulatie en concentratie."
Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de
attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door
Marx niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn
werk. Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven:
"De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der
waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus,
(onder overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit
van den arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de
produktie heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan
de kleinere. Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling
van de kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het
individueele kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn
normale voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen
dringen zich daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote
industrie nog maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De
concurrentie werkt hier onvermoeid voort, in direkte verhouding
tot het aantal, en in omgekeerde verhouding, tot de grootte der
rivaliseerende kapitalen. Zij eindigt steeds met den ondergang van
vele kleine kapitalisten, welker kapitalen, deels overgaan in handen
van den overwinnaar, deels ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich
nog met de kapitalistische produktiewijze een gansch nieuwe macht,
het credietwezen, dat in zijn begin op den achtergrond,--als de
bescheidene helper van de akkumulatie,--nu naar binnen sluipt langs
onzichtbare draden, de over de oppervlakte der samenleving, in grootere
of kleinere massa's verspreide geldmiddelen, in handen van individueele
of met elkander geassocieerde kapitalisten trekt, maar dan schielijk
een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den concurrentiestrijd, om zich
ten slotte in een reusachtig sociaal mechanisme, dat tot centralisatie
van kapitalen dient, te veranderen."
"De centralisatie," zegt Marx verder, "vervolkoment het werk der
akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in staat stelt,
de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit laatste resultaat
nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de centralisatie;
hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den gewelddadigen
weg van annexatie,--waar zekere kapitalen op zoo overwegende wijze
gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij diens individueele
cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen tot zich
trekken,--of dat de versmelting der reeds gevormde, respektievelijk
in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de geleidelijke
aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen geschiedt--de
economische uitwerking blijft dezelfde. De aangegroeide uitdijding
van de industrieele établissementen, vormt overal het uitgangspunt
voor een omvattender organisatie der totaal-arbeid van velen; voor
een breeder ontwikkeling harer materieele drijfkrachten, d. w. z. voor
de voortschrijdende revolutioneering van individueele, en volgens de
traditie gedreven produktie-processen, in maatschappelijk-gecombineerde
en wetenschappelijk-gedisponeerde produktieprocessen."
Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel
langduriger proces is, dan de centralisatie. "De wereld," zegt
hij, "ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten
wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht
had, opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De
centralisatie daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar
gespeeld, door middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl
de centralisatie, aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en
bespoedigt, breidt zij uit,--en bespoedigt zij gelijktijdig,--de
omwentelingen in de technische samenstelling van het kapitaal, die
deszelfs constant deel, doen vermeerderen op kosten van zijn variabel
deel en daarmede de relatieve vraag naar arbeid doen verminderen.
"De door centralisatie, over nacht als het ware, tezaâm gesmede
kapitaal-massa's, reproduceeren en vermeerderen zich gelijk de anderen,
slechts vlugger, en worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor
de maatschappelijke akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang
der maatschappelijke akkumulatie, dan zijn daar--heden ten dage--de
werkingen der centralisatie stilzwijgend onder begrepen."