DE FABRIEK.

Na de beschouwing van den invloed der machine op de maatschappelijke

voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke verhoudingen,

wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek, waarbij hij

het principieele verschil uiteenzet, tusschen de kapitalistische

werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de industrieele fabriek,

die met de stoommachine wordt gedreven.

"In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider zich

van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de machine;

ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit, welker

beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur vormden

de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek bestaat

een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden daarbij

als levende aanhangsels ingelijfd"....

"Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet alleen

arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het

kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen,

maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar

eerst met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en

handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat,

treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider

als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden

arbeid overheerscht en hem uitzuigt."

"De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den

gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige

samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei

geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige

discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksrégime

vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht,

dus tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en

arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren,

ten volle doet ontwikkelen.".... "De fabrieks-codex, waarin het

kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,--zonder de anders door

de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog

veel geliefder vertegenwoordigende stelsel,--privaat-rechtelijk

en eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische

karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces,

die noodig werd door de coöperatie op groote schaal en de aanwending

van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In

de plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek

van den opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in

geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van

de fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten,

zoo mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier

slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid

verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad,

door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het

ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.;

afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste

machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare

industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de

maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem

broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal,

tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden

van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan ruimte, lucht, licht en

aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen levensgevaarlijke of voor

de gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces;

om van inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te

spreken. Noemt nu Fourier,--zoo eindigt Marx zijne analyse van de

fabriek,--ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?"

Karl Marx en zijne voorgangers · 第 56 / 72 题