De machine maakt den arbeider overbodig, dat is met de kapitalistische
produktiewijze, tot een onloochenbaar feit geworden. "Een groote
reeks van burgerlijke economen," zegt Marx, "neemt aan, dat
alle machinerie die arbeiders verdringt, steeds tegelijkertijd en
noodwendig een, daaraan gelijkblijvend kapitaal, tot werkverschaffing
van aan hetzelve identieken arbeid vrij doet komen. Dit kapitaal,
althans opgevat in den zin van levensmiddelen, welke de arbeiders
verteerd zouden hebben, wanneer zij aan den arbeid gebleven waren,
en dat nu de behoefte heeft arbeid voor deze vrijgekomen groepen van
arbeiders in het leven te roepen, ten einde daarna door hen te worden
geconsumeerd". Deze theorie die van de "compensatie", gelijk zij in
de engelsche economie van Mc. Culloch, Torrens, Senior, John Stuart
Mill e. a. wordt geheten, wordt door Marx scherp gecritiseerd. Het
werkelijke, door het economisch optimisme, geparodieerde feit zegt
Marx, is dit: de door de machinerie verdrongen arbeiders, worden uit
de werkplaats op de arbeidsmarkt geworpen en vermeerderen aldaar,
het getal der reeds voor kapitalistische uitbuiting disponibele
arbeidskrachten".... "De uit de eene tak van industrie geworpen
arbeiders, kunnen gewis in een andere werk vinden! Vinden zij dat,
en wordt daardoor den band tusschen hen en de met hen vrijgekomen
levensmiddelen weder aangeknoopt, dan geschiedt dit door middel
van een nieuw, er aan toegevoegd kapitaal dat naar belegging haakt,
geenszins echter door middel van een reeds vroeger gefunktioneerd
hebbend en thans in machinerie veranderd kapitaal"...
"Verder trekt elke tak van industrie jaarlijksch een nieuwe
menschenstroom aan, die haar zijn contingent, ter regelmatige
vervanging en wasdom, levert. Zoodra de machinerie, een deel van de
tot dusver in eene bepaalde tak van industrie werkende arbeiders,
vrij doet komen, wordt ook het plaatsvervangingscontingent op nieuw
verdeeld en in andere takken van arbeid geabsorbeerd, terwijl de
oorspronkelijke slachtoffers in het overgangstijdperk, grootendeels
verworden en omkomen"....
"Dat de machinerie, waar zij noodzakelijkerwijs arbeiders uit een tak
van produktie verdringt, eene toename van arbeidskrachten in een andere
tak te voorschijn kan roepen, is een werking, zegt Marx, die met de
"compensatie-theorie" niets van doen heeft. De machine schept een
nieuwe soort van arbeid, niet alleen door het bouwen van machines; maar
met de uitbreiding van het machinebedrijf in een tak van industrie,
wordt ook dadelijk de produktie in andere takken van het bedrijf
opgevoerd, die welke er de produktiemiddelen voor moeten leveren."....
"Het onmiddellijke resultaat der machinerie is, de méérwaarde en
tegelijk daarmede de produktenmassa waarin zij zich vertoont, dus met
de substantie waarop de kapitalistenklasse benevens haren aanhang
teert, die maatschappelijke groepen zelven, te vergrooten. Haren
groeienden rijkdom en het relatief gestadig verminderend getal van,
voor de produktie der eerste levensbehoeften benoodigde arbeiders,
brengen met nieuwe weeldebehoeften, tegelijk nieuwe middelen ter
hunner bevrediging voort. Een grooter deel van het maatschappelijk
produkt, verandert zich in surplus-produkt en een grooter deel van
dat surplus-produkt, wordt in verfijnder en vermenigvuldigder vormen,
gereproduceerd en verteerd. Met andere woorden dus: de produktie van
de weelde neemt toe."
"De vermeerdering van produktie- en levensmiddelen, bij relatief
afnemend getal arbeiders, drijft weder tot uitbreiding van den arbeid
in industrietakken, welker produkten als kanalen, warendokken, tunnels,
bruggen etc., slechts in den verren toekomst vruchten dragen. Er vormen
zich, hetzij direkt op den grondslag der machinerie, hetzij op een
daarmede gelijkstaand, algemeen stadium van industrieele omwenteling,
geheel nieuwe takken van produktie en dus nieuwe terreinen voor
den arbeid."
"Ten slotte veroorlooft de buitengewoon verhoogde produktiekracht, in
de spheren van de groot-industrie, vergezeld als zij gaat van intensief
en extensief verhoogde uitbuiting van de arbeidskracht in alle overige
produktiespheren, een steeds grooter deel van de arbeidersklasse,
als onproduktief in gebruik te nemen en aldus de oude huisslaven,
onder den naam van "dienstbare klasse", zooals lakeien, dienstboden,
livreiknechts enz., op steeds massaler wijze te reproduceeren."
Marx critiseert ook vervolgens de theorie, dat de machinerie, nadat de
schriktijd van hare invoering en hare ontwikkeling afgeloopen was, ten
slotte bewezen heeft, het aantal arbeiders te vermeerderen in plaats
van te verminderen. Dat is, zegt hij, zeker waar maar die toename,
was niet minder eene toename van grooter en steeds aangroeiender
levensonzekerheid bij de arbeidende klasse!
De ongehoorde, stootenderwijs verkregen rekbaarheid van het
fabriekswezen en zijne afhankelijkheid van de wereldmarkt, brengen
noodwendig koortsachtige produktie voort, waarmede dan eene volgende
overvulling van de markten, met de daarop contrakteerende verlamming
intreedt. Het leven der industrie, zet zich om in een elkander
opeenvolgende reeks tijdperken, van middelmatige levendigheid,
prosperiteit, overproductie, crisissen en stagnaties. Voor den arbeider
beteekent deze kringloop, het gestadig zweven tusschen overarbeid en
werkeloosheid, volkomen onzekerheid van den arbeid en de loonshoogte,
kortom van zijn gansche levenspositie in het algemeen.
Het groot-industrieele bedrijf heeft de oude verhoudingen
der huisindustrie gerevolutioneerd. Deze revolutie wordt nog
bespoedigd door de, met de algemeene invoering en ontwikkeling van
de fabriek noodzakelijk geworden, fabrieks- en arbeidswetgeving. "De
arbeidswetgeving," zegt Marx, "deze eerste bewuste en planmatige
terugwerking van de maatschappij op de natuurlijke gestalte van haar
produktieproces, is, zooals wij hebben gezien, evenzoo een noodzakelijk
produkt der groot-industrie, als katoenen garens, self-actors en de
electrische telegraaf dat zijn."
Marx gaat hier verder, historisch de werking na van de arbeidswetgeving
en komt tot deze conclusie:
"Daar waar de veralgemeening van de fabriekswetgeving, als physiek
en geestelijk beschuttingsmiddel der arbeidersklasse, onvermijdelijk
geworden is, bespoedigt zij aan den anderen kant.... de verandering van
verstrooide in arbeidsprocessen op grooter, maatschappelijker schaal,
dus de concentratie van kapitaal en de alleenheerschappij van het
fabrieksregiment. Zij verstoort alle traditioneele en overgangsvormen,
waarachter zich de heerschappij van het kapitaal nog gedeeltelijk
heeft kunnen verstoppen en zet er voor in de plaats, zijn direkte,
onverkapte heerschappij."....
"Met de spheren van het kleinbedrijf en der huisarbeid vernietigt
zij de laatste toevluchtsoorden "der overtolligen", en daarmede
de bestaande veiligheidsklep van het gansche mechanisme der
samenleving. Door de materieele voorwaarden en met de maatschappelijke
combinatie van het produktieproces, doet zij de tegenspraken en
antagonismen van zijn kapitalistischen vorm rijpen, en daarmede
ook gelijktijdig, de elementen tot vorming eener nieuwe en de
omwentelingsmomenten, ter verstoring der oude samenleving geboren
worden."