"Zooals de machinerie het machtigste middel is, om de produktiviteit
van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot voortbrenging eener
waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te verkorten, zoo wordt
zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in de, onmiddellijk
door haar aangegrepen industrieën, tot het machtigste middel
om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking uit, te doen
verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe voorwaarden die
het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige tendens den vrijen
teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe motieven,
tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden arbeid.
"In de eerste plaats maakten, in de machinerie, de beweging en de
aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich zelfstandig, tegenover den
arbeider. Zij wordt aan en op zichzelf, een industrieel perpetuum
mobile, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij daarbij
niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke
bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als
kapitaal,--en als zoodanig bezit de automaat in handen van den
kapitalist bewustzijn en wil,--is het daarom met de tendens behept,
de weêrstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen tot
een minimum van weêrstand terug te dringen. Dezen worden buitendien
nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den arbeid aan
de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den vrouwen-
en kinderarbeid oplevert."....
"De machine produceert relatieve méérwaarde; niet alleen doordien
zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen en deze, indirekt,
door billijkermaking van de in hare reproduktie op te nemen waren,
goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare eerste sporadische
invoering, de door de machinebezitter verwerkten arbeid, omzet
in gepotentiëerde arbeid; de maatschappelijke waarde van het
machineprodukt, boven zijne individueele waarde uit verhoogt en
den kapitalist aldus in staat stelt, met een geringer waardedeel
van het dagelijksch produkt, de dagwaarde van de arbeidskracht
te vervangen. Gedurende de overgangsperioden, die waarin het
machinebedrijf een soort monopolie blijft, zijn daarvandaan de
winsten buitengewoon en de kapitalist zocht deze "eersten tijd van
jeugdige liefde" zoo grondig mogelijk uit-te-buiten, door een zoo
groot mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den
winst verscherpt den geeuwhonger naar méérdere winst.
"Door het algemeener worden van de machinerie, in dezelfde
produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde van het machineprodukt
tot op zijne individueele waarde en maakt zich de wet voelbaar,
dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten voortkomt, welke de
kapitalist door de machine vervangen heeft, maar omgekeerd, uit de
arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid stellen. De
méérwaarde komt slechts uit het variabel deel van het kapitaal voort,
terwijl zij zagen, dat de massa van de meerwaarde bepaald wordt door
twee faktoren: het percentage der meerwaarde en het aantal van de
gelijktijdig in dienst zijnde arbeiders. Bij een bepaalde lengte van
den arbeidsdag, wordt het percentage van de méérwaarde bepaald, door
de verhouding waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke
en in méérarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan het
werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van
het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus
duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging
van de produktiekracht van den arbeid, den méérarbeid ten koste van
den noodzakelijken arbeid uitdijt, dit resultaat slechts kan doen te
voorschijn roepen, doordien 't het aantal van de voor een gegeven
kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het
verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was,
d. w. z. zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie,
dus in constant kapitaal dat geen méérwaarde voortbrengt. Het is
onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen,
als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar één uur
meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren meerarbeid, terwijl de
totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar 24 uur bedraagt. Er
is dus in de toepassing der machinerie, tot produktie van meerwaarde
eene immanente tegenspraak; naardien zij van de beide faktoren der
méérwaarde, die een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene
faktor, het percentage van de méérwaarde slechts dáárdoor kan doen
vergrooten, door den anderen faktor, het getal arbeiders namelijk,
te doen verkleinen."...
"Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie
eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging
van den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo
als het karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op eene
manier revolutioneert, die den weêrstand tegen dezen tendens breekt,
produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger
ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige
arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten
voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de
geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke
en natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan
de economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van
den arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd
van den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de
waardevorming van het kapitaal om te doen zetten."....
Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van
ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus
een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk: