De rijkdom der maatschappijen, in welke de kapitalistische
produktiewijze heerscht, doet zich aan ons voor, als eene ongehoorde
verzameling van waren, de individueele waar als zijn elementairen
vorm. Marx begin daarom "Das Kapital" met de analyse van de Waar.
Een Waar is een arbeidsprodukt, dat niet voor het eigen gebruik,
hetzij van den producent of van met hem verbonden menschen, maar
voor den ruil tegen andere produkten, wordt voortgebracht. Het
zijn dus geen natuurlijke, maar maatschappelijke eigenaardigheden
die een zeker produkt tot waar maken. Aan de maatschappelijke rol,
de maatschappelijke funktie kan men 't zien of een produkt Waar is
of niet.
In de kapitalistische maatschappij nu, nemen in steeds stijgender mate
de arbeidsprodukten de vorm van Waren aan. Wanneer heden ten dage nog
niet alle arbeidsprodukten bij ons tot Waren zijn geworden, dan is
dit deswegens omdat nog resten van vroegere produktiewijzen door de
tegenwoordige heenloopen. Ziet men nu hiervan af, dan kan men zeggen
dat tegenwoordig alle arbeidsprodukten, de vorm van Waren aannemen.
Wij kunnen de tegenwoordige produktiewijze niet begrijpen, wanneer
ons niet helder voor oogen staat, hoe het karakter van de Waar is in
de huidige produktiewijze.
"In de produktie betrekken de menschen zich niet alleen op de
natuur. Zij produceeren, doordien zij op eene bepaalde manier
tezamenwerken en de resultaten daarvan, tegen elkander ruilen. Om
te produceeren, komen zij in bepaalde verhoudingen en betrekkingen
tegenover elkander te staan en alleen binnen het raam van deze
maatschappelijke betrekkingen en verhoudingen, vinden hunne
betrekkingen tot de natuur, heeft de produktie plaats."
Al naar het karakter der produktiemiddelen, kunnen natuurlijk deze
maatschappelijke verhoudingen waarin de producenten tegenover elkander
komen te staan; de voorwaarden waaronder zij hunne produkten ruilen
en aan de totaal-handeling der produktie deelnemen, verschillend
zijn. Met de uitvinding van een nieuw oorlogsinstrument, het geweer,
veranderde ook noodwendig de gansche inwendige organisatie van het
leger; veranderden de verhoudingen, waarin de individuen een leger
vormden en als leger werken konden; wijzigde zich ook de verhouding
van de verschillende legers tot elkander.
De maatschappelijke verhoudingen waarin de individuen produceeren,
de maatschappelijke produktieverhoudingen wijzigen zich alzoo;
veranderen, naarmate dat er verandering en ontwikkeling komt in
de produktiemiddelen, de produktiekrachten in het algemeen. De
produktieverhoudingen als geheel, vormen datgene wat men de
maatschappelijke verhoudingen, de maatschappij noemt en wel een
maatschappij op eene bepaalde, historische hoogte van ontwikkeling;
een maatschappij met een eigenaardig, verschillend karakter.
In de kapitalistische maatschappij, met hare privaat-produktiewijze,
hare voortbrenging door elken ondernemer afzonderlijk en de daaruit
noodwendigerwijs voortvloeiende private verhouding, waarin de ruilers
tegenover elkander zijn komen te staan; de produktie vervolgens,
niet ten eigen behoeve, niet om het produkt zelf, maar om den winst,
heeft de Waar noodwendigerwijs een ander karakter en een andere
beteekenis, dan in eene voorafgaande, eene andere samenleving,
met andere produktie-verhoudingen en krachten en een andere,
maatschappelijke wijze van ruilen.
In de private produktiewijze, gelijk het kapitalisme van onzen tijd
haar heeft geschapen, arbeidt elk, oogenschijnlijk voor zichzelve,
en de manier waarop ieder aan het produkt van den ander komt schijnt
niet geweten te kunnen worden aan het karakter van hunnen arbeid,
maar aan de eigenaardigheden van het produkt-zelf.
De verhoudingen dier personen onder elkander, gelijk zij door
het maatschappelijk karakter van den arbeid worden bepaald,
verkrijgen, onder de heerschappij van de warenproduktie den
schijn van verhoudingen van dingen, namelijk: van produkten onder
elkander. Zoolang de produktie een direkt maatschappelijke was, was
zij onderworpen aan de bepaling en aan de leiding van de maatschappij
en lagen de verhoudingen der producenten, onder elkander, duidelijk
voor de hand. Zoodra evenwel de arbeid tot privaat-arbeid werd,
die onafhankelijk werd bedreven; zoodra de produktie daardoor tot
een planlooze werd, verschenen de verhoudingen der producenten tot
elkander, als verhoudingen van produkten. Van nu af lag de bepaling
van de verhouding der producenten onderling, niet meer bij hen
zelf. Deze verhoudingen ontwikkelden zich, onafhankelijk van den wil
der menschen, de maatschappelijke machten groeiden hen over het hoofd,
zij verschenen voor de naïeve beschouwingswijze uit vroegere eeuwen,
als goddelijke machten, zooals zij later voor klaardere koppen,
machten der "natuur" geworden waren. Aan de natuurvorm der Waren,
werden nu eigenschappen toegeschreven, van een mystiek karakter,
omdat zij niet uit de verhoudingen der producenten onderling konden
worden verklaard. Marx noemt dit verschijnsel, de erkenning van
het "fetichisme dat den arbeidsprodukten aankleeft, zoodra zij als
Waren worden geproduceerd en dat daarom van de Waar onafscheidelijk
is. Dit fetichistisch karakter van de Waren-wereld ontspruit... uit
het eigenaardig maatschappelijk karakter van den arbeid, die Waren
voortbrengt.
"Gebruiksgoederen worden in het algemeen slechts Waren, omdat zij
produkten der van elkander onafhankelijk gedreven privaat-arbeid
zijn. Het complex van deze privaat-arbeid vormt den maatschappelijken
totaal-arbeid. Daar de producenten eerst weder met elkander in
een maatschappelijk contakt komen door middel van den ruil hunner
arbeidsprodukten, komt ook het specifiek maatschappelijk karakter
van hunnen privaat-arbeid, eerst weder in dezen ruil aan den dag."