Zooals in de philosophie en in de wereldbeschouwing Marx'
wetenschappelijke inzichten aanknoopten aan Kant, Fichte, Hegel
en Feuerbach; in de geschiedenisbeschouwing aan Augustin Thierry
en Michelet, zoo knoopten zijne staathuishoudkundige inzichten aan
die van de, eveneens klassieke vertegenwoordigers der burgerlijke
staathuishoudkunde aan. Adam Smith en David Ricardo, beiden engelsche
economen waren zijne voorgangers.
Voornamelijk was het kernpunt van elke principieele economie, het
concipieeren eener waarde-theorie. Deze is ook bij Marx, gelijk bij
elken econoom die een zeker tijdvak in zijn werk vertegenwoordigt,
de spil waarom alles draait. Maar bij Marx bovendien, de bron waaruit
de door hem geformuleerde theorie van de méérwaarde,--de polsader
in de kapitalistische produktiewijze,--wetenschappelijk door hem kon
worden vastgesteld.
Tusschen de "Critiek op de staathuishoudkunde" en "Das Kapital", het
begin en de voortzetting, liggen negen jaren. Het eerste deel van:
"Das Kapital, zur Kritik der politischen Ökonomie" verscheen in 1867;
het tweede deel eerst in 1885, twee jaren na Marx' dood, zoo ook het
derde deel, beiden door Friedrich Engels uitgegeven. De jaren die er
liggen tusschen de "Critiek" en het groote dikke boek "Das Kapital",
waren voor Marx, die van een langdurig, steeds terugkeerend lichamelijk
lijden en van groote finantieele zorgen. Maar dat niet alleen. In die
periode viel ook de persoonlijke aktie van Karel Marx, de oprichting
van en de enorme werkzaamheden verbonden aan de "Internationale",
de stichting die in 1864 te Londen tot stand kwam, ten doel hebbend
de arbeidersbeweging van toenmaals in de verschillende landen, een
internationale band te geven. Marx was hare secretaris en tevens hare
ziel. De noodzakelijkheid om beknopt te zijn, waardoor ook alleen
maar de hoofdpunten van Marx' levenswerk kunnen worden weergegeven,
noopt ons van de "Internationale" en wat Marx er in deed, met een
enkel woord gewag te maken en er niet langer bij stil te staan.
Wij behandelen vervolgens al het economische werk van Marx tezamen. Een
voornaam ding dient hierbij wèl te worden in 't oog gevat.
Marx heeft geen bepaald nieuw nationaal-economisch systeem op
gesteld; hijzelf betitelde zijn werk als "critiek". En iets anders
zou dan ook met Marx' overtuiging en opvatting van de evolutie die de
samenleving doormaakt in de kapitalistische produktieperiode en de,
aan die produktiewijze immanente wetten die haar voortbewegen en tot
oplossing brengen, welker oplossing niet anders kan zijn dan hare
eigene negatie, niet te rijmen zijn geweest.
"Voor Marx," zoo luidt het oordeel van een Russisch critikus, afgedrukt
in den tweeden druk van het eerste deel van "Das Kapital,".... "is
slechts één ding van gewicht: de wet der phenomenen te vinden met
welker onderzoek hij zich bezig houdt. En voor hem is niet alleen de
wet van gewicht die ze beheerscht, voor zoover zij hunnen ontwikkelden
vorm hebben en in samenhang met elkander staan en zooals zij in een
gegeven tijdperk kan worden waargenomen. Voor hem is het ook vóór
alles van gewicht, de wet harer verandering, harer ontwikkeling,
d. w. z. de overgang uit de eene vorm in de andere, uit de eene
orde van samenhang in de andere te vinden. Zoodra hij eenmaal eene
wet heeft ontdekt, onderzoekt hij in détails de gevolgen waarin zij
zich in het maatschappelijk leven demonstreert".... "Dientengevolge
geeft Marx zich slechts moeite voor één ding: door nauwkeurige
wetenschappelijke onderzoekingen, de noodzakelijkheid van bepaalde
orden van maatschappelijke verhoudingen aan te toonen en zooveel
mogelijk onkreukbaar de feiten te constateeren, die hem tot uitgangs-
en steunpunten dienen. Hiertoe is het volmaakt voldoende, wanneer
hij met de noodzakelijkheid van de tegenwoordige orde van zaken,
tegelijk de noodzakelijkheid van eene andere aantoont, waarin de
eerste onvermijdelijk moet overgaan, gansch onverschillig of de
menschen dat gelooven of niet gelooven, of zij zich hetzelve bewust
zijn of niet. Marx beschouwt de maatschappelijke beweging als een
natuurhistorisch proces, dat door wetten geleid wordt, die niet
alleen niet van den wil, het bewustzijn en doel van de menschen
afhankelijk zijn, maar veeleer omgekeerd, welker willen, bewustzijn
en doel er door bepaald wordt".... "Wanneer het bewuste element
in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte rol speelt,
dan spreekt het vanzelf, dat de critiek welker objekt de beschaving
zelf is, minder dan ergens anders, den een of anderen vorm of het een
of andere resultaat van het bewustzijn tot grondslag kan hebben. Dat
wil zeggen: niet de idee, maar het uitwendige verschijnsel alleen kan
dan als haar uitgangspunt dienen. De critiek zal zich beperken tot de
vergelijking en de confronteering van een feit, niet met de idee, maar
met het andere feit. Voor haar is het slechts van gewicht, dat de beide
feiten zooveel mogelijk nauwkeurig onderzocht worden en werkelijk de
een tegenover den ander verschillende ontwikkelingsmomenten vormen,
voor alles is 't voor haar evenwel van gewicht, dat niet minder
nauwkeurig de serie der orden opgespoord wordt, de opvolging en
de verbinding, waarin de trappen van ontwikkeling zich aan ons
voordoen. Maar, zoo zal men daartegen aanvoeren, de algemeene
wetten van het economische leven zijn een en hetzelfde; geheel
onverschillig, of men ze toepast op het tegenwoordige of op het
verleden! Juist dàt loochent Marx. Volgens hem bestaan zulke abstrakte
wetten niet... Volgens zijn meening bezit integendeel elke historische
periode hare eigen wetten.... Zoodra het leven eener maatschappij een
zekere ontwikkelingsperiode overleefd heeft, uit een bepaald stadium
in een ander overgaat, vangt het ook aan door andere wetten te worden
geleid. In één woord het economische leven biedt ons een, aan de
ontwikkelingsgeschiedenis op het andere gebied dat der biologie,
analoog verschijnsel aan...... De oude economen miskenden den aard
van de economische wetten, toen zij dezelven vergeleken met de wetten
der physiek en der chemie..... Een diepere analyse der verschijnselen
bewees, dat sociale organismen zich van elkander evenzoo grondig
onderscheiden als planten en dierlijke organismen. Ja een en hetzelfde
verschijnsel is aan geheel en al verschillende wetten onderworpen,
tengevolge van de verschillende totaal-struktuur dier organismen,
der afwijking van hunne onderlinge organen, van het verschil der
voorwaarden, waaronder zij funktioneeren..... Met de verschillende
ontwikkeling der produktiekrachten wijzigen zich de verhoudingen en
de hen regelende wetten. Daardien Marx zich ten doel stelt, van uit
dit gezichtspunt de kapitalistische maatschappij na te vorschen en te
verklaren, formuleert hij slechts streng wetenschappelijk het doel,
hetwelk ieder nauwgezet onderzoek van het economisch leven hebben kan.
"..... De wetenschappelijke waarde van zulk onderzoek is te vinden
in de opheldering van de bijzondere wetten, welke ontstaan, leven,
ontwikkeling en dood van een bepaald maatschappelijke organisme en
zijn opvolging door een ander en hooger, regelen."