_Zelfbeperking_ heb ik zoo zeer noodig aan te leeren.
Het is uitstekend, dat men mij in den laatsten tijd dikwijls daarop
attent maakt.
Ik kijk mijn schrijfmap dikwijls met heimwee aan, maar ik moet mij
beheerschen; aan mijn schrijflust mag ik niet meer ten allen tijde bot
vieren; dat mag nu slechts een uitspanning voor me zijn.
En nu nog iets prettigs. De schoonmoeder van mijne zuster Soelastri, wil
met groot genoegen ons chaperonneeren,[1] wáár ook; het aangenaamst voor
haar natuurlijk op Magelang, waar zij in familie en vrienden zit, en die
allen vóór de vrije opvoeding zijn. Mijn zwager was er dadelijk voor te
vinden.
[1] Voor de oprichting van een internaat voor Inlandsche meisjes van
goeden huize.