Wij hebben bericht gekregen, dat het schildpad binnen weinige dagen hier
zal zijn en dan gaat de goudsmid er mee naar Solo. Heerlijk, nu zijn er
al drie takken van kunstnijverheid in mijne geboorteplaats aan het
opleven, en wij zijn doende om nog andere op te sporen, en er leven in
te brengen. Zij weten nu, zien in, dat het ons doel is, _henzelven_ tot
welvaart te brengen; zij begrijpen hun voordeel, en apprecieeren ons
werk, door met lust en ijver mede te werken. Al wat wij voor hen doen,
zou nutteloos zijn, als zij niet begrepen, dat wij het _goed_ met hen
voor hebben, en _hun_ welvaart voor oogen hebben. Ik ben dankbaar, dat
zij dit begrijpen!
Het is heerlijk om te zien, hoe er _leven_ komt in die takken van
nijverheid. De dringin-werksters[1] beginnen op groote schaal te werken,
en zelfs in de _kampong_, om het Maleische kamp, doen Inlanders er aan.
Het gaat dus _goed_. De goudsmid heeft meer knechts en _leerlingen_
genomen. En er zijn knapen, die zich voor het houtsnijwerk-vak laten
opleiden. Eén feit heb ik vooral met groote vreugde begroet. Er is onder
die leerlingen een knaap van de _kota_, dus geen kind van
Blakang-Goenoeng, het houtsnijwerkersdorp. Andere leerlingen zochten
wij, maar die ééne uit de kota kwam zichzelven er voor aanmelden. Dat is
het ware! en zoo'n heerlijk, verblijdend teeken! Ik ben er erg dankbaar
voor!
De kleintjes hier zullen ons werk voortzetten, als wij er niet meer
zijn; wij zullen haar leiden van uit de verte, zoolang zij nog leiding
behoeven.
* * * * *
Iemand klaagde ons over ondankbaarheid, en over den haat der menschen
onderling. Wij zeiden hem, dat als hij verdriet had over de
ondankbaarheid der menschen, dat _zijn eigen schuld was_.
Hij keek ons met groote oogen aan en vroeg: "Mijn schuld, als de
menschen ondankbaar tegenover mij zijn?" "Ja, uw schuld, als u daarover
verdriet hebt; want wij moeten nooit het goede doen, om dankbaarheid te
oogsten, doch het goede doen, enkel en alleen omdat het _goed_ is, en
wij daarin zelfvoldoening vinden.
Ik denk en geloof, dat 't beste middel om zelf gelukkig te zijn en
daarbij anderer leven mooi te maken is, dat wij zóóveel mogelijk
trachten te begrijpen. Hoe meer wij begrijpen, hoe minder verbittering
er is in ons, hoe liefdevoller, rechtvaardiger ons oordeel is voor
anderen. Dit laatste maakt anderer leven mooi, en het eerst ons eigen;
niet verbitterd zijn, is gelukkig zijn.
Hij vroeg ons ook:
"Wat zou er gebeuren, als je iemand ontmoette, waarvoor je hart klopte?"
"Ik zou blij en dankbaar zijn, want dat zou beteekenen, dat ik een
geestverwant ontmoette, en hoe meer geestverwanten wij vinden, hoe beter
voor onze zaak en des te liever is het ons."
"Een geestverwant zal je _nooit_ ontmoeten."
Kras gezegd; òf hij stelde onze mannen zóó laag, òf hij stelt mij
overdreven hoog!
Wist hij maar, dat ik zoo juist een enthousiastischen brief kreeg van
een mij onbekenden, jeugdigen geestverwant. Ik zal u dien brief bij
gelegenheid eens zenden; hij is van een leerling der Inlandsche
artsenschool. Een spontane uiting van sympathie, naar aanleiding van het
stukje in Eigen Haard, dat u inleidde. Zoo echt jongensachtig--jòng in
zijn gloeiend enthousiasme, maar daaruit sprak ontegenzeggelijk een niet
alledaagsche geest--een degelijke ondergrond schemerde er door.
Auteurswedde, dat onbekende menschen zich vriend voelen met iemand,
wiens woord hun hart trof! Ik vind 't een heerlijk idee, dat u 't was,
die mij onder mijn waren naam in 't publiek binnenleidde. Zulk een
inleiden door iemand, die men zielslief heeft, moet zegenend zijn.
En als dat stukje eenig succes heeft gehad, dan schrijf ik dat toe aan
de omstandigheid, dat het door uwe handen 't licht zag. Er is mij veel
wedervaren naar aanleiding daarvan, maar het heeft zijn doel niet
gemist; voor onze artisten heeft het eenig succes gehad. Er zijn naar
aanleiding daarvan eenige niet onbelangrijke aanvragen naar houtsnijwerk
gekomen.
[1] "Dringin" is een bepaalde werkwijze waardoor verkregen worden doeken
met hetgeen in Nederland genoemd worden "moesjes".