9 Maart 1903 (VIII.)

Wij hebben bericht gekregen, dat het schildpad binnen weinige dagen hier

zal zijn en dan gaat de goudsmid er mee naar Solo. Heerlijk, nu zijn er

al drie takken van kunstnijverheid in mijne geboorteplaats aan het

opleven, en wij zijn doende om nog andere op te sporen, en er leven in

te brengen. Zij weten nu, zien in, dat het ons doel is, _henzelven_ tot

welvaart te brengen; zij begrijpen hun voordeel, en apprecieeren ons

werk, door met lust en ijver mede te werken. Al wat wij voor hen doen,

zou nutteloos zijn, als zij niet begrepen, dat wij het _goed_ met hen

voor hebben, en _hun_ welvaart voor oogen hebben. Ik ben dankbaar, dat

zij dit begrijpen!

Het is heerlijk om te zien, hoe er _leven_ komt in die takken van

nijverheid. De dringin-werksters[1] beginnen op groote schaal te werken,

en zelfs in de _kampong_, om het Maleische kamp, doen Inlanders er aan.

Het gaat dus _goed_. De goudsmid heeft meer knechts en _leerlingen_

genomen. En er zijn knapen, die zich voor het houtsnijwerk-vak laten

opleiden. Eén feit heb ik vooral met groote vreugde begroet. Er is onder

die leerlingen een knaap van de _kota_, dus geen kind van

Blakang-Goenoeng, het houtsnijwerkersdorp. Andere leerlingen zochten

wij, maar die ééne uit de kota kwam zichzelven er voor aanmelden. Dat is

het ware! en zoo'n heerlijk, verblijdend teeken! Ik ben er erg dankbaar

voor!

De kleintjes hier zullen ons werk voortzetten, als wij er niet meer

zijn; wij zullen haar leiden van uit de verte, zoolang zij nog leiding

behoeven.

* * * * *

Iemand klaagde ons over ondankbaarheid, en over den haat der menschen

onderling. Wij zeiden hem, dat als hij verdriet had over de

ondankbaarheid der menschen, dat _zijn eigen schuld was_.

Hij keek ons met groote oogen aan en vroeg: "Mijn schuld, als de

menschen ondankbaar tegenover mij zijn?" "Ja, uw schuld, als u daarover

verdriet hebt; want wij moeten nooit het goede doen, om dankbaarheid te

oogsten, doch het goede doen, enkel en alleen omdat het _goed_ is, en

wij daarin zelfvoldoening vinden.

Ik denk en geloof, dat 't beste middel om zelf gelukkig te zijn en

daarbij anderer leven mooi te maken is, dat wij zóóveel mogelijk

trachten te begrijpen. Hoe meer wij begrijpen, hoe minder verbittering

er is in ons, hoe liefdevoller, rechtvaardiger ons oordeel is voor

anderen. Dit laatste maakt anderer leven mooi, en het eerst ons eigen;

niet verbitterd zijn, is gelukkig zijn.

Hij vroeg ons ook:

"Wat zou er gebeuren, als je iemand ontmoette, waarvoor je hart klopte?"

"Ik zou blij en dankbaar zijn, want dat zou beteekenen, dat ik een

geestverwant ontmoette, en hoe meer geestverwanten wij vinden, hoe beter

voor onze zaak en des te liever is het ons."

"Een geestverwant zal je _nooit_ ontmoeten."

Kras gezegd; òf hij stelde onze mannen zóó laag, òf hij stelt mij

overdreven hoog!

Wist hij maar, dat ik zoo juist een enthousiastischen brief kreeg van

een mij onbekenden, jeugdigen geestverwant. Ik zal u dien brief bij

gelegenheid eens zenden; hij is van een leerling der Inlandsche

artsenschool. Een spontane uiting van sympathie, naar aanleiding van het

stukje in Eigen Haard, dat u inleidde. Zoo echt jongensachtig--jòng in

zijn gloeiend enthousiasme, maar daaruit sprak ontegenzeggelijk een niet

alledaagsche geest--een degelijke ondergrond schemerde er door.

Auteurswedde, dat onbekende menschen zich vriend voelen met iemand,

wiens woord hun hart trof! Ik vind 't een heerlijk idee, dat u 't was,

die mij onder mijn waren naam in 't publiek binnenleidde. Zulk een

inleiden door iemand, die men zielslief heeft, moet zegenend zijn.

En als dat stukje eenig succes heeft gehad, dan schrijf ik dat toe aan

de omstandigheid, dat het door uwe handen 't licht zag. Er is mij veel

wedervaren naar aanleiding daarvan, maar het heeft zijn doel niet

gemist; voor onze artisten heeft het eenig succes gehad. Er zijn naar

aanleiding daarvan eenige niet onbelangrijke aanvragen naar houtsnijwerk

gekomen.

[1] "Dringin" is een bepaalde werkwijze waardoor verkregen worden doeken

met hetgeen in Nederland genoemd worden "moesjes".

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 97 / 136 题