4 Maart 1903 (VIII.)

Ik ben _erg naar_ geweest. Dagen lang had men hier in angst over mij

gezeten, en had ik de afschuwelijkste pijnen. Goddank, die ellende is nu

achter den rug, 't leed is weer geleden. O! en wat een onnoozel

middeltje heeft mij van die pijnen bevrijd. Wij hebben het opgeteekend

voor onze verzameling, die later onzen kinderen ten goede zal komen.

Gisteren ben ik weer begonnen te werken; 't gaat best; en vandaag ben ik

voor 't eerst eens weer meê uit rijden geweest. Roerend was Vader's

dankbaarheid er over. Ik zat natuurlijk naast hem, en Vader hield mij

aldoor vast, als vreesde hij me te verliezen. Dat waren

weelde-oogenblikken, kostbare herinneringen, voor mij een talisman voor

de toekomst! O, wij hebben allen zóóveel geleden, physiek en moreel.

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 96 / 136 题