Als wij liefhebben, dan moeten wij heel blij en dankbaar zijn, als het
voorwerp onzer liefde veel liefde geniet, èn geven èn ontvangen. Is het
niet? Als wij liefhebben, dan is onze liefste wensch, dat onze liefste
gelukkig is. En _gelukkig_ is degene, die veel liefheeft en veel wordt
geliefd. Ik spreek hier niet van eene liefde tusschen man en vrouw; 't
is een teer punt, en ik kan er niet over oordeelen. Ik spreek hier van
eene liefde, die men voor _velen_ kan gevoelen, hoewel voor de eene weer
op een andere wijze dan voor een ander.
Of is 't zelfzucht van mijzelf, als ik van anderen, die ik liefheb, en
mij wederkeerig liefhebben, verwacht, dat zij zich zullen verheugen in
mijn geluk, ook als dat bestaat uit het wegschenken van mijn hart aan
een ander?