22 September 1902. (VIII.)

Innig dank voor uwe deelneming in ons leed over het vertrek onzer beste

vrienden. Wij hadden zóó gehoopt, dat u hen nog zou kunnen zien. Uit uw

briefje zien we, dat zij niet naar u hadden kunnen komen. U was in die

dagen, dat zij er waren, juist op Buitenzorg. Wat is u aan 't pretmaken

geweest! Mijn lief, best "Oudje" heerlijk! weer eens jong en vroolijk

geweest! Ik las in de courant, dat het concert der Italianen ter

gelegenheid der races bijzonder mooi moet zijn geweest, en dat Z.Exc. en

hare gasten meermalen blijken van ingenomenheid gaven, ik wist toen

niet, dat onder die gasten liefste was!

't Ligt misschien aan onzen gebrekkigen smaak, maar wij kunnen maar geen

vermaak scheppen in de wedrennen zelf, hoewel wij dol veel van mooie

paarden houden en ze te zien ons een lust is! Doch hen zoo te zien

afjakkeren, wij moeten het nog leeren daarvoor enthousiast te worden;

voor ons hopen wij, dat wij het nooit zullen leeren. Het aardigste

nummer van races vinden wij wel de dames-bendie-race. Dat is een lust om

te zien, jonge meisjes, jong en frisch als de morgenstond, in lichte

toiletjes en bloemen het carré rondrijdend in lichte karretjes met

vurige paardjes.

U moet weten, wij hadden ook eens de weelde gekend, van een race-club te

bezitten. Een paar jaar geleden hebben wij de Japarasche Race-club met

muziek, bloemen en champagne begraven op de toenmalige

residentie-hoofdplaats Pati.

Hoef ik u nog te zeggen, hoe ik _geniet_ van uwe verrukking over het

schermpje! Heerlijk, dat het zóó in uw beider smaak viel! Het is een

heel mooi idee, dat u mij daar aan de hand deed. Zeg u aan Mijnheer, wil

u, dat ik ZEd. bedank voor zijn vertrouwen in mij; ik zal mijn best doen

het niet te beschamen, d.i. uw meiske zal hare krachten eens gaan

beproeven aan dat verlangd artikeltje[1] en zien wat zij daarvan zal

terechtbrengen. Doch een verzoek: Stel u er niet te veel van voor en

heb een beetje geduld! De vorige week heb ik net iemand bedankt, die me

voorstelde het Japarasche houtsnijwerk in de Echo te gaan bespreken. Het

lachte mij wel toe, maar ik heb nog zooveel schrijfwerk, en ik schreef

toen maar terug, dat ik het niet aandurfde, wat nu niet geheel een

verzinseltje is. Die dame zal er over gaan schrijven in de Bataviasche

en Soerabajasche bladen.

[1] Over de houtsnijkunst in Japara. Het stukje werd met photo's van

voortbrengselen dier kunst opgenomen in Eigen Haard van 3 Januari 1903

bl. 11. Het daarbij zonder toestemming afgedrukt portret der drie

zusters kreeg de redactie van eene in Nederland gevestigde vriendin. De

schrijfster legt daarvan in een brief van 7 Juni 1903: "Ik was kregelig

geworden over 't afdrukken onzer portretten, zonder ons er eerst in

gekend te hebben.... Nu ben ik er over heen. Als de taak of mijne

landgenooten er maar door gebaat worden, wat beteekenen dan persoonlijke

onaangenaamheden. _Alles_ voor ons _Volk_!

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 80 / 136 题