18 Juli 1902. (II.)

Moeder! wij kunnen geen woorden vinden om onze gevoelens goed te

schetsen. Alles lijkt onduidelijk, kindergestamel, het hart voelt zoo

rijk, zoo machtig!

O God, ik dank U, zegt aldaar mijn hart, mijn mond, mijn pen, tot ik mij

waan werkelijk in de blauwe hemelen te zijn, waar Hij woont aan wien

mijn dank is gewijd!

Heb ons lief, steeds heel, heel lief, dat hebben wij zoo noodig--onze

weg is zóó moeielijk!

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 69 / 136 题