'k Las zoo pas in de krant, dat eenige Chineesche meisjes het verzoek
gedaan hadden, mede aan 't onderwijzeresexamen te mogen deelnemen!
Hoera!, voor den vooruitgang! Ik was er toch zoo in mijn hum over! De
Chineezen zijn heel streng, wat betreft de handhaving der oude
tradities; nu zien wij maar, dat de strengste en oudste traditie toch
verbreekbaar is! Dat geeft mij moed en hoop!
Wat verlang ik die dappere Chineezinnetjes te kennen! Ik zou zoo gaarne
hare gedachten, ideeën, en gevoelens willen kennen, haar "ziel"!
Ik heb steeds verlangd naar een Chineesch vriendinnetje! Ik zou zoo
graag het zieleleven van zoo'n Chineezinnetje willen kennen! Veel poëzie
zal er zeker in zijn! Hebt ge wel eens een Chineesche bruiloft
bijgewoond?
Ik eens, en zal dat zeker nooit vergeten! Ook de Chineezen gedenken in
vreugde en droefheid hunne afgestorvenen.
Op Semarang heeft een Chineesche millionnair een prachtigen Chineeschen
tuin aangelegd. Hij ligt op een heuvel, en is o, zoo mooi! Kunstmatige
rotsen, grotten, heuveltjes, begroeid met varens, bloemen en
miniatuur-vruchtboompjes worden afgewisseld door parkjes en
slingerpaadjes.
Er staat een mooie koepel te midden van een veelhoekigen vijver, waarin
goerami's en goudvisschen rondzwemmen; er naast staat een heuvel, waarin
een grot is, met een badkamertje; door een wenteltrap, die door die grot
loopt, komt men boven op 't heuveltje, waarop twee miniatuur-tempeltjes
staan, vruchtboompjes en allerhande bloemen groeien en bloeien. 't Is
een werkelijkheid geworden sprookje; alleen de kaboutermannetjes en
zilverschitterende elfjes moeten nog uit de rotsspleten en holen te
voorschijn komen om de sproke te volmaken.
De gedachte is één _poëzie_ en de uitvoering _kunst_! Maar wáár is de
_kunst_ zonder _poëzie_? Al wat goed, wat hoog, wat heilig is, in één
woord al wat _schoon_ is in 't leven, is poëzie!
Wij hebben den Chinees gezien, die dat moois schiep. Een doodgewone,
sjofele baba! Beelden van pleisterwerk, menschen-draken, tijgers, staan
op 't gras verspreid, die ook waren de scheppingen van dien Chinees.
't Is jammer, dat men op de poort, die toegang verleent tot dien
sprookjestuin, twee beelden van Europeesche afkomst heeft geplaatst; dat
verstoort de harmonie.
Zijt ge ook op Batavia geweest, om de Tentoonstelling te zien? Ja,
zeker! En wat zegt gij nu wel van 't bruine ras? Wat zegt ge van zijne
kunstuiting?
O! ik ben zoo gaarne trotsch op mijn volk. Het kan toch wèl wat! Maar
gij, Hollanders moet hen leiden! En dat wilt gij, niet waar?
Wij zijn met kinderen te vergelijken, en gij zijt onze beschermers. Aan
u om ons te leiden, te vormen tot mannen en vrouwen!
Ik geloof, dat gij géén ondankbare pupillen en leerlingen zult hebben!