Van kind af aan heb ik veel van leeren gehouden en is 't altijd mijn
grootste en liefste illusie geweest om zooveel te weten en te kennen,
dat ik mij nuttig kon maken voor anderen. Hoe gaarne had ik niet met
onze jongens meê naar de H.B.S. gewild, maar 't werd mij niet toegestaan
helaas! 't Was al heel mooi, dat wij meisjes de lagere Europeesche
school mochten bezoeken; 't was geen adat, dat meisjes ook school
gingen. Wij zijn onze ouders o zoo dankbaar, dat zij met die adat
gebroken hebben, en ons naar school hebben gezonden. De kennis der
Nederlandsche taal is voor ons een onuitputtelijke bron van genot; zij
ontsloot voor ons zooveel schoons, van welks bestaan wij te voren geen
flauw vermoeden hadden.
En dat mooie van andere volken nu, zouden wij o zoo zielsgraag geven aan
ons eigen volk, niet om zijn eigen mooi te verdringen, te vervangen door
vreemde, maar om het te _veredelen_!
Ons volk mede te kunnen helpen opheffen, opvoeren tot hooger zedelijk
standpunt en zoo te komen tot betere, gelukkiger maatschappelijke
toestanden is voor ons een ideaal, allen levensstrijd waard! Hoe daartoe
te komen? waarmede te beginnen? Er moet begonnen worden met 't begin, en
d.i. de _opvoeding_!
O! zoo dikwijls rijst uit 't diepst van ons wezen, telkenmale als droeve
dingen zich aan ons oog vertoonen, smartkreten van lichamelijke en
moreele ellende ons oor bereiken, als een wanhoopskreet de bede op:
"Geef den Javaan opvoeding!" Een heel volk ineens op te voeden is
natuurlijk niet te doen, maar wat wèl kan, is de bovenste lagen er van
zóó op te voeden, dat ze de onderstaanden tot zegen worden!