5 Maart 1902. (VIII.)

Weet u wie de wajangs steeds voor ons teekent? U raadt 't nooit. Een

gamelan-bespeler van ons. Verwonderlijk, hoe die man dat kan, en zoo

keurig. Maar 't schijnt dat teekenkunst inheemsch is in Japara; kleine

katjoengs, karbouwenjongetjes, teekenen keurig wajangs, in 't zand, op

den muur, op bruggen, brugleuningen.

De muur achter ons huis zit steeds volgekrast met wajangfiguren. Als de

brugleuningen vandaag gewit worden, zitten zij morgen al weer vol

wajangfiguren, geteekend met houtskool of een stukje roode baksteen,

door naakte, bemodderde aapjes.

't Is wel makkelijk voor ons, om een teekenaar in onze omgeving te

hebben; willen wij 't een en ander hebben, dan hoeven wij 't maar te

zeggen en uit te leggen.

Nu is de houtsnijder bezig aan iets moois, n.l. een boekenkast van

djatihout, met sonohouten randjes. De deur, die uit één glazen ruit

bestaat, wordt gevat in een dubbele lijst, twee smalle uitgesneden repen

sonohout op kleine afstanden samengevoegd door wajangs en djatihout; aan

den benedenkant worden de lijsten vereenigd door slangen, die op elkaar

losstormen; het bovenstuk wordt met wajangs besneden; en er komt dan nog

lofwerk op. Het bovenstuk rust bij de deur op twee stijltjes,

uitgesneden en ingelegd met snijwerk van sonohout. Wij zagen iets

dergelijks op Mantingan, het graf van den Sultan van Mantingan ('t ligt

een half uur rijdens of iets meer van hier); geen houtsnijwerk, maar

pleisterwerk en in de muren gemetseld. 't Zijn oudheden van China

afkomstig, waar de Sultan geweest was.

Daar is een heel verhaal aan verbonden. Het is een heilig graf; wij

gaan er nog al eens naar toe. Een Chinees was den Sultan uit China

hierheen gevolgd; hij ligt daar ook begraven. Naast zijn graf groeit een

patjéboom. Aan dien boom is een wonderkracht toegeschreven. Kinderlooze

vrouwen, die gaarne een kind zouden krijgen, gaan er naar toe, brengen

den Sultan bloemen en wierookoffers. Als er een patjévrucht op 't graf

van den Chinees valt, moeten de vrouwen ze oprapen, daarvan roedjah

maken en eten. Haar wensch zal dan vervuld worden. Men heeft ons namen

genoemd van personen, die daar baat bij vonden.

Edie heeft gelijk, 't Javaansche volk is een volk van sagen en

sprookjes!

Men zegt, dat kinderen, waarmee de Sultan van Mantingan de kinderloozen

zegent, allen meisjes zijn! Arme kinderloozen! Wij zullen naar een

heilig graf zoeken, dat de wereld met jongens zegent; er zijn al veel te

veel vrouwen op de wereld!

Hemeltje, wat ben ik aan 't dwalen geweest. Ik schreef over die kast en

vergat ze geheel. Dat mooie meubel is bestemd voor zusje Kardinah, een

cadeau van de familie Ovink. Zuske boft er bij!

Verleden maand zijn twee vuurschermen klaargekomen, voor een controleur,

die naar Holland gaat. Prachtige dingen--ook met wajangfiguren--het

eene, uit drie blaadjes bestaande, is geheel van djattihout gemaakt; en

het andere uit één blad djatti hout, gevat in donker sonohouten

omlijsting. Prachtig, gewoon!

Heerlijk, dat zooveel vraag is naar ons Japarasch houtsnijwerk. Verbeeld

u wat wij op ons dak kregen: er is bederf getreden in de Japarasche

houtsnijwerkindustrie, doordat dochters van een hooggeplaatsten

Inlandschen ambtenaar aldaar steeds voortgaan de houtsnijders naar

Europeesche modellen en motieven te laten werken. Het heeft in een der

bladen gestaan. We stonden er verstomd van te kijken, toen wij dat

hoorden, daar wij altijd gedacht hadden, dat wajang specifiek Indisch

was, en nu blijkt 't, dat wij ons vergist hadden, dat 't iets Europeesch

is, want dat waren de modellen en motieven van de kaboepaten afkomstig.

Maar vergissen is menschelijk, niet waar? en wij zijn maar menschen,

Javanen nog wel. 't Was een heele toer geweest om onze artisten over te

halen wajangpoppen te snijden. Ze waren doodsbenauwd dat de

wajanggeesten op hen vertoornd zouden worden. Eerst toen Vader hun

verzekerde, dat Vader alle verantwoordelijkheid op zich nam, en de toorn

en de wraak der geesten hèm alleen zullen treffen, hem, den lastgever,

en niet hen, die slechts uitvoerders waren van zijn wil, wilden zij.

Vermakelijk was het! zoo is het met meer dingen.

't Was ook heel moeielijk geweest om eenige foto's in de kampong te

maken. Het bijgeloof zegt, dat men zijn eigen leven kort, als men een

portret van zich maken laat, en een photograaf is een groot zondaar; al

de portretten, die hij maakt, zullen in het hiernamaalsche hem om levens

vragen.

Toen wij met een photograaf in een kampong kwamen, begonnen eenige

vrouwen te huilen, maar toen er eindelijk één moedige was, die _durfde_,

droogden zij hare tranen, en toen wij weer eens terugkwamen, boden zij

zich aan, om gefotografeerd te worden.

Zoo is 't met alles, hè liefste; één moet _durven_, voorbeeld geven!

Zusje R. is bezig een portret van zusje K. als bruid te maken. Zij

teekende 't uit 't hoofd. De bovenlip en neus willen nog niet goed

lijken; het overige kan er mee door, vooral de bruidstooi heeft zusje

aardig gedaan. Zij wil probeeren het op een bord na te boetseeren, op de

wijze zooals u 't ons beschreef. Van zusje Kartinah heeft ze in haar

schetsboek een aardig portretje gemaakt. Aardig toch, dat ze al die

dingen doet, zonder 't ooit geleerd te hebben, maar zij is ook een kind

van Japara, waar zelfs karbouwenjongens teekenen kunnen. Bevoorrecht

land toch dat Japara! U weet niet hoe trotsch wij op ons lieve woon

zijn! En velen, die hier moeten zijn, verwenschen het noodlot, dat hun

naar dit onmogelijke oord voerde. Verschil van smaak!

Nu even een "ijdelheidskwestie". Onlangs vroeg ik eene Hollandsche

schrijfster haar oordeel over ... mijn Hollandsch. Verleden week kreeg

ik een briefje van haar en daarin gesloten een schrijven aan eene andere

Hollandsche dame, aan wie ze juist haar oordeel zeide over mijn

Hollandsch, toen zij mijn brief ontving. Hoe toevallig toch en aardig!

Ik was blij natuurlijk! Een week tevoren kreeg ik door tusschenkomst van

eene vriendin, van eene andere Hollandsche dame, redactrice van een

vooruitstrevend vrouwenorgaan, eene aanbieding, om medewerkster aan haar

blad te worden, om de 14 dagen een brief er voor te schrijven. Mijne

vriendin had die dame over ons gesproken, en zij voelde veel voor ons

streven, en wilde gaarne door middel van haar blad wat voor de

Javaansche vrouwen doen. Ook zij was van oordeel dat een kind van het

Javaansche volk zelf haar stem moest laten hooren, om de Hollanders een

beteren kijk op het Javaansche volk te doen krijgen, en hun sympathie te

doen opvatten voor dat volk. Ik wil dolgraag, maar moet natuurlijk eerst

toestemming van Vader hebben, en ik heb er goede hoop op, die te

krijgen.

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 56 / 136 题