Weet u wie de wajangs steeds voor ons teekent? U raadt 't nooit. Een
gamelan-bespeler van ons. Verwonderlijk, hoe die man dat kan, en zoo
keurig. Maar 't schijnt dat teekenkunst inheemsch is in Japara; kleine
katjoengs, karbouwenjongetjes, teekenen keurig wajangs, in 't zand, op
den muur, op bruggen, brugleuningen.
De muur achter ons huis zit steeds volgekrast met wajangfiguren. Als de
brugleuningen vandaag gewit worden, zitten zij morgen al weer vol
wajangfiguren, geteekend met houtskool of een stukje roode baksteen,
door naakte, bemodderde aapjes.
't Is wel makkelijk voor ons, om een teekenaar in onze omgeving te
hebben; willen wij 't een en ander hebben, dan hoeven wij 't maar te
zeggen en uit te leggen.
Nu is de houtsnijder bezig aan iets moois, n.l. een boekenkast van
djatihout, met sonohouten randjes. De deur, die uit één glazen ruit
bestaat, wordt gevat in een dubbele lijst, twee smalle uitgesneden repen
sonohout op kleine afstanden samengevoegd door wajangs en djatihout; aan
den benedenkant worden de lijsten vereenigd door slangen, die op elkaar
losstormen; het bovenstuk wordt met wajangs besneden; en er komt dan nog
lofwerk op. Het bovenstuk rust bij de deur op twee stijltjes,
uitgesneden en ingelegd met snijwerk van sonohout. Wij zagen iets
dergelijks op Mantingan, het graf van den Sultan van Mantingan ('t ligt
een half uur rijdens of iets meer van hier); geen houtsnijwerk, maar
pleisterwerk en in de muren gemetseld. 't Zijn oudheden van China
afkomstig, waar de Sultan geweest was.
Daar is een heel verhaal aan verbonden. Het is een heilig graf; wij
gaan er nog al eens naar toe. Een Chinees was den Sultan uit China
hierheen gevolgd; hij ligt daar ook begraven. Naast zijn graf groeit een
patjéboom. Aan dien boom is een wonderkracht toegeschreven. Kinderlooze
vrouwen, die gaarne een kind zouden krijgen, gaan er naar toe, brengen
den Sultan bloemen en wierookoffers. Als er een patjévrucht op 't graf
van den Chinees valt, moeten de vrouwen ze oprapen, daarvan roedjah
maken en eten. Haar wensch zal dan vervuld worden. Men heeft ons namen
genoemd van personen, die daar baat bij vonden.
Edie heeft gelijk, 't Javaansche volk is een volk van sagen en
sprookjes!
Men zegt, dat kinderen, waarmee de Sultan van Mantingan de kinderloozen
zegent, allen meisjes zijn! Arme kinderloozen! Wij zullen naar een
heilig graf zoeken, dat de wereld met jongens zegent; er zijn al veel te
veel vrouwen op de wereld!
Hemeltje, wat ben ik aan 't dwalen geweest. Ik schreef over die kast en
vergat ze geheel. Dat mooie meubel is bestemd voor zusje Kardinah, een
cadeau van de familie Ovink. Zuske boft er bij!
Verleden maand zijn twee vuurschermen klaargekomen, voor een controleur,
die naar Holland gaat. Prachtige dingen--ook met wajangfiguren--het
eene, uit drie blaadjes bestaande, is geheel van djattihout gemaakt; en
het andere uit één blad djatti hout, gevat in donker sonohouten
omlijsting. Prachtig, gewoon!
Heerlijk, dat zooveel vraag is naar ons Japarasch houtsnijwerk. Verbeeld
u wat wij op ons dak kregen: er is bederf getreden in de Japarasche
houtsnijwerkindustrie, doordat dochters van een hooggeplaatsten
Inlandschen ambtenaar aldaar steeds voortgaan de houtsnijders naar
Europeesche modellen en motieven te laten werken. Het heeft in een der
bladen gestaan. We stonden er verstomd van te kijken, toen wij dat
hoorden, daar wij altijd gedacht hadden, dat wajang specifiek Indisch
was, en nu blijkt 't, dat wij ons vergist hadden, dat 't iets Europeesch
is, want dat waren de modellen en motieven van de kaboepaten afkomstig.
Maar vergissen is menschelijk, niet waar? en wij zijn maar menschen,
Javanen nog wel. 't Was een heele toer geweest om onze artisten over te
halen wajangpoppen te snijden. Ze waren doodsbenauwd dat de
wajanggeesten op hen vertoornd zouden worden. Eerst toen Vader hun
verzekerde, dat Vader alle verantwoordelijkheid op zich nam, en de toorn
en de wraak der geesten hèm alleen zullen treffen, hem, den lastgever,
en niet hen, die slechts uitvoerders waren van zijn wil, wilden zij.
Vermakelijk was het! zoo is het met meer dingen.
't Was ook heel moeielijk geweest om eenige foto's in de kampong te
maken. Het bijgeloof zegt, dat men zijn eigen leven kort, als men een
portret van zich maken laat, en een photograaf is een groot zondaar; al
de portretten, die hij maakt, zullen in het hiernamaalsche hem om levens
vragen.
Toen wij met een photograaf in een kampong kwamen, begonnen eenige
vrouwen te huilen, maar toen er eindelijk één moedige was, die _durfde_,
droogden zij hare tranen, en toen wij weer eens terugkwamen, boden zij
zich aan, om gefotografeerd te worden.
Zoo is 't met alles, hè liefste; één moet _durven_, voorbeeld geven!
Zusje R. is bezig een portret van zusje K. als bruid te maken. Zij
teekende 't uit 't hoofd. De bovenlip en neus willen nog niet goed
lijken; het overige kan er mee door, vooral de bruidstooi heeft zusje
aardig gedaan. Zij wil probeeren het op een bord na te boetseeren, op de
wijze zooals u 't ons beschreef. Van zusje Kartinah heeft ze in haar
schetsboek een aardig portretje gemaakt. Aardig toch, dat ze al die
dingen doet, zonder 't ooit geleerd te hebben, maar zij is ook een kind
van Japara, waar zelfs karbouwenjongens teekenen kunnen. Bevoorrecht
land toch dat Japara! U weet niet hoe trotsch wij op ons lieve woon
zijn! En velen, die hier moeten zijn, verwenschen het noodlot, dat hun
naar dit onmogelijke oord voerde. Verschil van smaak!
Nu even een "ijdelheidskwestie". Onlangs vroeg ik eene Hollandsche
schrijfster haar oordeel over ... mijn Hollandsch. Verleden week kreeg
ik een briefje van haar en daarin gesloten een schrijven aan eene andere
Hollandsche dame, aan wie ze juist haar oordeel zeide over mijn
Hollandsch, toen zij mijn brief ontving. Hoe toevallig toch en aardig!
Ik was blij natuurlijk! Een week tevoren kreeg ik door tusschenkomst van
eene vriendin, van eene andere Hollandsche dame, redactrice van een
vooruitstrevend vrouwenorgaan, eene aanbieding, om medewerkster aan haar
blad te worden, om de 14 dagen een brief er voor te schrijven. Mijne
vriendin had die dame over ons gesproken, en zij voelde veel voor ons
streven, en wilde gaarne door middel van haar blad wat voor de
Javaansche vrouwen doen. Ook zij was van oordeel dat een kind van het
Javaansche volk zelf haar stem moest laten hooren, om de Hollanders een
beteren kijk op het Javaansche volk te doen krijgen, en hun sympathie te
doen opvatten voor dat volk. Ik wil dolgraag, maar moet natuurlijk eerst
toestemming van Vader hebben, en ik heb er goede hoop op, die te
krijgen.