En nu, trouwe vriendin, ga ik je, 't spreekt vanzelf, _zéér_ in
_vertrouwen_, 't een en ander mededeelen van onze plannen. De wegen die
ons openstaan om ons een zelfstandig bestaan te verwerven en daarmede
ons tevens nuttig te maken voor onze medemenschen, zijn: dokter,
accoucheuse, onderwijzeres, schrijfster, artiste in de beeldende
kunsten. Andere wegen ook staan ons nog open, om ons een zelfstandig
bestaan te verwerven, maar die zijn door ons niet begeerd, aangezien aan
die betrekkingen geen nut voor onze landgenooten verbonden is. Wat voor
nut b.v. zouden wij voor ons volk kunnen hebben als apothekersbediende,
boekhoudster, telegrafiste, klerk op 't een of ander kantoor en verder
in dien trant? Die werkkringen en 't leven daaraan gebonden trekken ons
niet aan. Wij willen met de verovering van een zelfstandig bestaan
tevens werken aan de _beschaving, opheffing_ van ons volk. Wij willen
een rijk, vol leven hebben. Je weet, dat er bij de Regeering door den
Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid 't plan is aanhangig
gemaakt om voor Inlandsche meisjes scholen op te richten, en bij wijze
van proef voor dochters van Inlandsche grooten een kostschool. Toen wij
verleden jaar van den Directeur zelf van zijn heerlijk plan vernamen,
vroeg zijne vrouw of ik aan die laatste school onderwijzeres wilde
worden. Ik antwoordde daarop, dat ik daar heel, heel veel voor voelde,
maar die taak niet op me kon nemen, aangezien ik daartoe niet opgeleid
was en daarvoor niet berekend ben. Mevrouw zeide toen dat haar man mij
hebben wilde, zooals ik was, om de jonge hartjes te leiden en
karaktertjes te vormen; ik moest met de jonge kinderen als een oudere
zuster omgaan en hun tot voorbeeld zijn. Een zeer vereerende opdracht,
maar had ik geen gelijk om die taak niet op mij te willen nemen, als ik
daartoe geen bevoegdheid (wettelijke) heb? Als ik absoluut eerst er voor
opgeleid wilde worden, zeide Mevrouw, moest ik maar een tijdje naar een
der normaalscholen te Batavia of ergens anders gaan om te studeeren en
aktes te halen, dat was dus geen bezwaar. De vraag was maar, of ik
_wilde_.
Dat mijn Vader daarnaar ooren had, weet ge reeds. Ik zou dan naar
Batavia gaan, waar mij door de directrice der meisjes H.B.S.,[1] die wij
maar eens zagen en spraken, alle hulp en steun bij mijn pogen werd
toegezegd. Die groote hartelijkheid van een half bekende deed ons toch
zoo goed. Dat zij al dadelijk zoo groote sympathie kreeg voor ons
streven, sterkt me zoo! Prachtig! waar zou ik beter leiding en hulp bij
mijne studie kunnen krijgen dan van haar, die aan 't hoofd staat eener
H.B.S. Ongezocht en onverwacht werd mij zoo'n uitstekende hulp in den
schoot geworpen. Ik was in de wolken en dacht dat mijn vertrek naar
Batavia slechts een quaestie van weken, hoogstens enkele maandjes zou
zijn....
Ik heb je ook reeds verteld, dat wij volstrekt niet gefortuneerd zijn,
ofschoon Vader een groot inkomen heeft, maar daarnaast ook groote
uitgaven heeft te doen, zoodat wij nog net genoeg hebben om er kalmpjes
van te leven en onze jongens--jongens moeten vóór alles geholpen
worden!--eene goede opvoeding te geven. Aan financieele bezwaren had ik
ook gedacht; daarom maakte ik bij mezelf een plan op, om zoo de bezwaren
voor mijne opleiding als onderwijzeres te groot mochten zijn (die
opleiding zou mijn Vader 's jaars pl.m. _f_ 1200 kosten, 't
maandelijksch inkomen van Vader; voorwaar geen kleinigheid voor zoo'n
groot huishouden als 't onze) van richting te veranderen en mijne
stappen te richten naar de Dokterschool op Batavia. Tot dokter wordt
men--tenminste _jongens_--vrouwelijke leerlingen zijn er nooit
geweest--_geheel kosteloos_ opgeleid. De studie voor dokter geschiedt
geheel op 's lands kosten. De leerlingen genieten vrije woning, eene
maandelijksche subsidie, waarmede de kosten van voeding en kleeding
bestreden worden, en vrije geneeskundige behandeling.
Op Batavia zijnde, vroeg ik den Directeur van Onderwijs, tot wiens
Departement de geneeskundige school behoort, of er meisjes tot genoemde
school mogen toegelaten worden. Mr. A. heeft er niets tegen, juicht 't
integendeel toe, maar natuurlijk moet 't meisje-leerlinge externe zijn.
Mijn idee was om der Regeering te vragen mij geheel op dezelfde
voorwaarden en met dezelfde voorrechten die de mannelijke leerlingen
genieten, tot de Dokterschool toe te laten. Waar _ieder_ met een beetje
hersens het nut inziet, dat een vrouwelijke dokter--vooral voor de
vrouwen uit 't volk, die liever sterven dan door een dokter aangeraakt
te worden--zal hebben, en de Chef van 't Departement van Onderwijs warm
mijn verzoek zou ondersteunen, is er veel kans, dat de Regeering daarop
gunstig beschikken zal.
Steeds heb ik veel met dit vak opgehad, alleen zie ik op tegen de lange
studie. Voor iemand, die nog geen 20 is, vind ik 7 jaar studie niets,
maar als je dien leeftijd gepasseerd bent, dan vind ik dat heel lang. En
dan om als volwassen meisje in den beginne dag aan dag tusschen jongens
van 13---18 te moeten zitten, en naderhand de eenige vrouw te zijn onder
hoopen mannen, is niet erg aanlokkelijk. Maar dit zijn slechts kleine
bezwaren, waar ik makkelijk overheen zou kunnen stappen. Er is echter
nog iets anders. Vader en mijne vrienden zijn er tegen; gelukkig niet
onvoorwaardelijk. Vader, omdat ik 't eenigste meisje zou zijn onder al
die mannen en jongens--zulk een grap is hier nog nooit vertoond geweest;
en mijne vrienden, omdat ik voor die studie misschien niet de vereischte
zenuwen zou hebben. Dokter is voorzeker een prachtig beroep, doch geen
werk voor iedereen--een krachtig willen en doorzettingsvermogen alleen
zijn niet genoeg voor de studie van dokter, stalen zenuwen zijn ook een
vereischte. Daar maken mijne vrienden zich bezorgd over, doch ik heb
geen vrees. Vader vindt het onderwijs verreweg het beste voor ons; zoo
ook mijne vrienden op Batavia. Zij vinden dat een uitgezocht mooi werk
voor me, waar ik eerst recht op mijn plaats zou zijn. En waar zou ik
beter mijne ideeën kunnen verbreiden, dan daar als opvoedster van het
jonge geslacht, de vrouwen en moeders der toekomst. In de handen van 't
_kind_ ligt de _toekomst_, en in de handen van de _moeders_, het kind,
de _toekomst_. Als _schrijfster_ zou ik op _groote_ schaal aan de
verwezenlijking mijner idealen en aan de opheffing, beschaving van ons
volk kunnen arbeiden, als onderwijzeres slechts in _kleinen kring_, maar
ik zou dan _direct_ kunnen _opvoeden_, en--die kleine kring zou allicht
zich kunnen uitbreiden, mettertijd, navolging vinden, tenminste als het
gegeven voorbeeld _goed_ blijkt te zijn.
Je kent mijne liefde voor de litteratuur en weet, dat 't een illusie van
me is, het eens tot eene beduidende beoefenaarster der letterkunde te
kunnen brengen. Maar men kan geen twee meesters tegelijk dienen, althans
ik zie er geen kans toe, om onderwijzeres te zijn, zooals ik mij dat
voorstel, niet als verstandsscherpster alleen, maar ook als
karaktervormster, den geheelen dag mij met de kinderen bezig houdend, en
dan aan letterkunde te doen. Ik wil één ding maar tegelijk doen, maar ik
wil het _goed_ doen. Entre ces deux mon coeur balance, Stella! Als
dokter of iets anders zou ik misschien geen afstand behoeven te doen van
dat mij zoo dierbaar werk: pennenlikkerij!
[Illustration: Kanarie-laan te Japara.]
Maar ik vind 't onderwijs, de opvoeding van kinderen, die je
toevertrouwd worden, zoo iets ernstigs, heiligs zelfs, dat ik nooit
vrede met mezelf zou kunnen hebben, als ik mij daaraan wijdende, voelde
mijne taak niet zóó te kunnen vervullen, als ik zelf van een _goed_
opvoedster eisch. Als onderwijzeres aan eene kostschool zou ik mij den
geheelen dag met de kinderen moeten bezighouden, zelf 's avonds en 's
nachts zou ik niet vrij zijn, want de kinderen zijn mij _toevertrouwd_.
Vertrouwen legt groote verplichtingen op, zoo'n post brengt groote
verantwoordelijkheid met zich mee. Misschien vindt je mij wel erg
overdreven, maar ik kan niet anders denken, dan dat ik 't een misdaad
acht, mij aan de _opvoeding_ van kinderen, _toekomstdragers_, te wijden,
als ik niet ten volle berekend ben voor die groote taak, in mijn oog zoo
hoog en heilig. En geen tevredenheidsbetuiging mijner chefs zou me vrede
met mezelf kunnen doen krijgen, indien ik dat niet voor mijn geweten
heb.
De illusie van mijn Vader, als zijn dochtertje dan toch absoluut _iets_
worden wil en zich nuttig wil maken voor anderen, is dat ik eens
directrice word eener meisjeskostschool; ook van mijne vrienden is dat
eene illusie. En gij, Stella, wat wenscht ge voor mij? Welken weg zoudt
gij gaarne door mij ingeslagen zien? Zeg 't mij eerlijk en oprecht, zeg
mij onomwonden uwe meening, van jou verwacht ik _niets anders_. Gij hebt
u steeds een goede, oprecht welmeenende vriendin betoond. Doe 't nu ook.
Er heeft zich nog een andere uitweg voor ons geopend. Een ons
persoonlijk onbekende zendeling-dokter, van goeden naam en gevestigde
reputatie, die veel van ons van onze vrienden hoorde, bood zich uit
eigen beweging aan, zoo wij er lust toe gevoelen" ons _geheel kosteloos_
tot accoucheuses op te leiden. Van eene andere zijde werd ons ook de
gelegenheid geboden. Dat stemt ons zoo dankbaar! Ge hebt zeker wel eens
gehoord of gelezen van de groote Inlandsche Christengemeente
Modjowarno--in de residentie Soerabaja? In "Maatschappelijk werk in
Indië", congresverslagen, Vrouwenarbeidtentoonstelling, komen de naam
van dien zendeling-dokter[2] en Modjowarno verscheiden malen. voor. Dat
vroedvrouwen hier in Indië schreeuwend noodig zijn, hebt ge zeker reeds
meer gehoord. Jaarlijks sterven er op Java of geheel Nederlandsch-Indië
gemiddeld 20,000 kraamvrouwen en 30,000 pasgeboren kinderen wegens
gebrekkige verloskundige hulp. Op dat gebied is er voor ons dus een
uitgestrekt arbeidsveld om onze zusters tot nut en zegen te zijn.
Wij voelen ook _heel veel_ voor de zaak, maar het zou logen zijn, om te
beweren, dat acchoucheuse zijn eene illusie van ons is. Doch 1000 maal
liever accoucheuse te worden, dan afhankelijk te zijn van familieleden,
gezwegen nog van een gedwongen huwelijk.
Van Vader hebben wij de toestemming om naar Modjowarno te gaan en ons
voor accoucheuse te bekwamen, als andere wegen ons door omstandigheden
afgesloten zijn. Andere familieleden zijn er fel tegen; zij vinden dat
werk _te min_ voor onze aristocratische handen!! Onze vrienden ook
zouden het ten zeerste betreuren, indien wij dien weg moesten inslaan,
maar hun reden is zooveel edeler, o, zoo oneindig hooger. Ze zouden 't
zoo _hard_ voor ons vinden, omdat wij _andere illusies_ hebben. In
beginsel zijn ze niet tegen ons gaan naar Modjowarno, ze vinden het werk
daar hoog en edel. Maar of wij ons doel van vóórlichten en voorbeeld
geven daarmee zouden kunnen bereiken? Waar zelfs in 't beschaafde Europa
men nog met min of meer minachting neerziet op 't accoucheuse-beroep,
zou Indië, 't aan pracht en praal verknochte Indië, 't mooie van dat
werk kunnen apprecieeren? Het zou alleen het nederige daarvan inzien, en
wat niet hoog is en schittert en geurt, acht mijn arm land 't aankijken
niet waard. Dat wij zelf niets om die minachting zouden geven, begrijpt
gij wel, maar de gevolgen daarvan zouden ons niet onverschillig zijn.
Wij willen de baan breken voor de vrijheid en zelfstandigheid der
Javaansche vrouw! Het voorbeeld, dat wij geven, moet door anderen kunnen
worden aangepast. En iets, waar men met minachting op neerziet, zal
_geen_ navolging vinden. Willen wij, dat anderen ons voetspoor zullen
volgen, dan moet 't voorbeeld dat wij geven, iets zijn, dat spreekt,
bewondering afdwingt en tot navolging wekt. Wij hebben hier dus niet op
eigen wenschen te letten, maar wel degelijk rekening te houden met 't
karakter van 't volk, dat wij willen voorlichten en tot voorbeeld zijn.
Er is in den laatsten tijd in Holland en voornamelijk in Den Haag eene
beweging ten leven opgestaan, om de in verval geraakte Indische kunst te
doen opleven en bloeien. De Vereeniging "Oost en West", een spruit van
de Vrouwenarbeidtentoonstelling, waarvan ge zeker al meer gehoord en
gelezen zult hebben, en die er hoofdzakelijk is om de belangen aller
Indischen te behartigen, heeft eene afdeeling voor de kunst, waarin
eenige kunstenaars van naam zitting hebben.
Die kunstafdeeling is voornemens een kunstenaar of kunstenaren (op 't
gebied van beeldende kunst) naar Indië uit te zenden om de Indische
kunst in 't algemeen en de batikkunst in 't bijzonder op te helpen, haar
te zuiveren van vreemde inmenging, als Europeeschen invloed enz., die
haar in verval doet geraken. De belangstelling in Holland voor de
Indische kunst is gewekt door de uitstekend geslaagde tentoonstellingen,
die Oost en West van Indische kunsten gehouden heeft. In het buitenland
ook begint de Indische kunst, inzonderheid de batikkunst, bekend te
worden.
Ik meen je reeds verteld te hebben, dat Roekmini veel aanleg en zeker
ook talent voor teekenen heeft, en het haar grootste illusie is om
schilderes te worden. Daartoe is een opleiding in Europa _vereischt_ en
die is voor haar helaas onbereikbaar! Althans uit eigen middelen zullen
wij nooit zusje's droom in verwezenlijking kunnen helpen brengen. Je
raadt nu zeker wel, waarheen we willen. Wij willen ons met Oost en West
in verbinding stellen en van de Vereeniging gedaan zien te krijgen, dat
mijne zuster hare illusies verwezenlijken kan; dat zij direct of
indirect door Oost en West in staat gesteld wordt de Haagsche teeken- en
schilderacademie te bezoeken om later op Java zich geheel te wijden aan
onze kunst. Wie zou zich beter aan de belangen van de Javaansche kunst
kunnen wijden, dan een kind van dat volk zelf, wie de liefde voor de
Inlandsche kunst is _aangeboren_ en _niet aangeleerd_? Als kind van de
Javaansche natie zelf, zou Roekmini _overal toegang_ kunnen krijgen,
waar de Europeaan, hoe goed het ook met de Javanen meenend, een gesloten
deur vinden zou. Wij kennen eenige personen, die in 't bestuur zitten
van Oost en West en van de kunstafdeeling der vereeniging.
Als onze pogingen schipbreuk lijden, dan wil R. zich bekwamen tot
accoucheuse. Zij wil òf schilderes òf accoucheuse worden, maar wat ze
doet, wil ze _goed_ doen. Daarom wil ze, als 't lot haar 't
verloskundig vak aanwijst als middel van bestaan en om zich nuttig voor
de Gemeenschap te maken, moeite doen om in Europa voor dat vak te worden
opgeleid. In Holland zou ze zich tot eene volledige verloskundige kunnen
bekwamen, en de moeders hier, als ze hare studiën zal hebben voltooid,
van groot nut zijn.
De doktoren kunnen haar hier slechts tot vroedvrouw opleiden, die onder
toezicht van een dokter werkt. En 't maakt in de oogen van ons helaas
voor groote idealen en verheven denkbeelden weinig vatbare volk, dat
alleen glans en glorie eert, groot verschil of ze zich hier of in Europa
tot accoucheuse heeft bekwaamd. In Europa gediplomeerd, zou men _niet_
op haar werk neerzien, en zou haar voorbeeld allicht navolging vinden.
Van de Regeering willen we gedaan zien te krijgen, om R. op hare kosten
in Holland tot verloskundige te doen opleiden. Hiertoe willen we de hulp
van Professor Hector Treub in Amsterdam en Dr. Stratz in Den Haag
inroepen, mannen die reeds menig keer de lans hebben gebroken voor de
allergebrekkigste verloskundige hulp in Indië, waardoor jaarlijks
duizenden _onnoodig_ sterven. Ook van de Volksvertegenwoordiging is de
aandacht op deze zaak gevestigd door van Kol, als ik mij niet vergis.
Dit Kamerlid komt in Indië; ik hoop hem te zien en te spreken te
krijgen; mijn broer kent hem heel goed.
De Regeering in Indië heeft reeds stappen gedaan om verbetering in dien
treurigen toestand te brengen. Alle doktoren op Java krijgen van de
Regeering eene maandelijksche subsidie, die zich willen belasten met de
opleiding tot vroedvrouw van al degenen, die zich daarvoor aanmelden.
Deze krijgen gedurende haren leertijd eene subsidie van de Regeering ter
bestrijding van verblijfkosten, enz., en na geëxamineerd te zijn, worden
ze door 't land bezoldigd.
Het plan van zus R. is om, wanneer ze hare studie van verloskundige in
Europa zal voltooid hebben, op Java een cursus in dat vak te openen. Op
de kundigheid der doktoren, die hier daarin les geven, valt niets af te
dingen, maar wat beteekent knapheid in 't te onderwijzen vak, als men
zich niet goed verstaanbaar kan maken aan de leerlingen, omdat
onderwijzer en leerling ieder een andere taal spreken? Bijna zonder
uitzondering zijn de doktoren hier de landstaal weinig of niet machtig.
Maleisch, en dan meestal nog heel gebrekkig, is de taal, die de
doktoren tegen 't volk bezigen. _Javaansch_ spreekt nagenoeg geen een
dokter. Bitter weinig Javanen uit 't volk zijn er maar, die Maleisch
verstaan en spreken. Begrijpt ge nu, wat een heksentoer het voor de
doktoren is, om zich in hun gebroken Maleisch verstaanbaar te maken aan
hunne leerlingen, vrouwen, meisjes uit 't volk, die van huis uit
hoegenaamd _niets_ geen _ontwikkeling_ meebrengen, en die behalve haar
moedertaal geen andere kennen en verstaan?
Die moeilijkheden zouden vervallen, indien iemand, die volkomen de
Inlandsche talen machtig is, de taak op zich neemt, Inlandsche vrouwen
tot vroedvrouwen te bekwamen.
R's geboorte zou ook kunnen bijdragen tot het welslagen harer
onderneming. De Inlanders zijn zeer gehecht aan hunnen adel, en wat van
den zoo door 't volk vereerden adel uitgaat, vindt gemakkelijk bij hen
ingang.
24 October, juist twee weken na het afbreken van dezen brief, hervat ik
hem weer. Mijn kaart, tusschentijds verzonden, bracht je reeds op de
hoogte van de treurige omstandigheden, waarin we verkeerd hadden en die
nu gelukkig voorbij zijn. Zooals je reeds weet, is R. gevaarlijk ziek
geweest; tot twee keeren toe hing haar leven aan een zijden draadje;
doch nu is ze Goddank weer aan de beterhand, en gaat met den dag goed
vooruit; vandaag is ze al buiten geweest. Hoe dankbaar en gelukkig we
zijn, dat 't zoo goed met haar afgeloopen is, kan ik je niet zeggen. Ook
zusje Kardinah is weer op de been; zij kan nu al een kwartier achtereen
wandelen en begint weer een kleurtje op hare arme, magere wangen te
krijgen. Wij hebben flink ons deel in ellende gehad.
't Is nu ook overal zoo ongezond van wege de groote droogte. Arm land,
wat zweeft u behalve de gevaarlijke ziekten nog boven 't hoofd? Door de
groote droogte zijn er bijna over het geheele land verscheidene sawahs
mislukt. In het naburige Grobogan is de nood 't hoogst, daar heerscht
_hongersnood_, en met angst en beven ziet men in Demak, waar 26.000
bouws sawahs mislukt zijn en bovendien _hevig_ de cholera woedt, den
komenden westmoesson tegemoet, die het land verdrinkt elk jaar. Arm
land, dat in den oostmoesson uitdroogt door watersnood, en in den
westmoesson verdrinkt door watersnood. Doch ik zal maar niet meer over
die ellende schrijven, maar mijn gesprek van 14 dagen geleden
vervolgen.
Zusje Kardinah wil ook bij het onderwijs komen, en heeft als vakken
gekozen: huishoudkunde en koken. Ons plan is om altijd bij elkander te
blijven en met elkaar samen te arbeiden aan ons gemeenschappelijk doel:
de beschaving van ons volk. Samen willen we, als het Lot ons gunstig is,
een school openen, waarin onderwijs zal gegeven worden in de vakken van
't lager en meer uitgebreid onderwijs, in handwerken, huishoudkunde en
aanverwante vakken, en tevens zal er een cursus aan verbonden worden òf
in kunst (batikkunst, teekenen, enz.) òf in verloskunde.
Tot leerares in de huishoudkunde en koken kan men alleen in Holland zich
bekwamen; zulk eene gelegenheid bestaat er hier _niet_. Kleintje's fort
is eigenlijk _muziek_, en haar liefste illusie was en is nog steeds zich
op de muziek toe te leggen, doch dit is voor haar absoluut onbereikbaar.
En mijne kleine meid heeft afstand gedaan van haren droom; als zij maar
die andere illusie verwezenlijken kan, zal ze al gelukkig zijn. Zij
wenscht zoo zielsgraag wat te kunnen bijdragen tot de opheffing van ons
volk. En als leerares in de huishoudkunde zou ze ontzaglijk veel goeds
kunnen doen. Al meer en meer geeft de Regeering te kennen, dat zij
gaarne het volk en hare ambtenaren _spaarzaam_ zou willen zien.
En waar het huishouden in _vrouwenhanden_ berust, spreekt 't wel van
zelf dat, wil men 't volk spaarzaamheid leeren, men het met de vrouwen
moet beginnen. Wat baat het of de mannen die deugd aanleeren, als hunne
huishoudsters de waarde van 't geld niet kennen? Dit is 't motief dan,
dat we zullen aanvoeren, als we de Regeering 't verzoek doen Kleintje in
de gelegenheid te stellen zich tot leerares in de huishoudkunde te
bekwamen om later op Java een cursus in dat vak te openen. Mijn kleine
zus wil de grootsche taak op zich nemen vrouwen en moeders van de
toekomst op Java zuinigheid of waarde van 't geld te leeren.
Wat mij betreft, ik kan hier klaar komen, d.i. mijn acte halen, doch
altijd is eene opleiding in _Europa_ te verkiezen boven eene in Indië,
voor de algemeene ontwikkeling en verruiming van den blik en zoveel
meer.
In den laatsten tijd vooral geeft de Regeering duidelijk te kennen,
prijs te stellen op de beschaving en ontwikkeling harer ambtenaren, dit
is o.a. sterk gebleken uit de jongste regents-benoemingen, waarbij de
keus der Regeering viel op twee personen, die volgens bestaande
bepalingen--'t opvolgingssysteem van vader op zoon, en zoo er geen zoon
of geschikte zoons zijn dan een ander familielid van den laatsten
regent--er niet voor in aanmerking komen, wijl zij in geen betrekking
staan tot de regenten, die zij opvolgen; maar die jongbenoemde regenten
zijn zeer ontwikkeld, en hebben in _Europa_ hunne opvoeding genoten.
Uit alles en alles blijkt, dat het de Regeering ernst is om Indië te
beschaven en te ontwikkelen, het Javaansche volk in 't algemeen, en in
't bijzonder den Inlandschen adel, waaruit de _meeste_ landsdienaren
worden gerecruteerd, tegemoet te komen in zijne behoefte aan kennis en
ontwikkeling.
De heer Abendanon heeft bereids gezegd: "dat het geen betoog behoeft,
dat de intellectueele ontwikkeling der Inlandsche maatschappij niet
krachtig kan voortschrijden, indien daarbij de vrouw ten achter blijft.
Ten allen tijde is de vooruitgang der vrouw eene belangrijke factor tot
volksbeschaving gebleken".
De meeste Inlanders zien er tegen op hunne dochters naar school te
zenden, omdat _mannen_ er onderwijs geven. _Onderwijzeressen_ moeten er
komen.
Een jaar of 15 geleden zond de Nederlandsch-Indische Regeering op hare
kosten vier Inlandsche jongelieden naar Holland, om daar onder leiding
van een bekwaam hoofdonderwijzer opgeleid te worden tot onderwijzer. De
wil om naar Holland te gaan om daar zich te bekwamen tot onderwijzer om
later, met meer vrucht dan wanneer ze in Indië hunne opleiding genoten
hadden, te werken aan de beschaving hunner landgenooten, was niet uit
hen zelf, maar was uitgegaan van iemand wien de ontwikkeling van Indië
zeer ter harte gaat.
Anders is 't met ons gesteld. Hier is de drang, 't verlangen naar
_Licht_ uit eigen diepgewortelde overtuiging geboren, verkregen door
eigen leed, in medelijden en medevoelen van anderer leed, en nadenken.
* * * * *
Met de uitvoering van onze plannen wachten we slechts op Vader's
toestemming. Vergeeft 't een Vader, Stella, dat hij aarzelt zijne
kinderen aan eene onzekere toekomst prijs te geven. Als de eerste
baanbreeksters hebben wij _allen tegenstand_ en _vooroordeel_ te
bestrijden en te overwinnen, en dat dit niet zonder veel
teleurstellingen en verdriet zal gaan, is zeker.
En welke ouders zullen hunne kinderen niet zielsgraag voor leed bewaren
willen? welke ouders zullen niet met een bezwaard en beklemd hart hun
kinderen aan een moeilijk leven vol strijd en teleurstellingen, dat 't
lot is aller baanbrekers, wijden?
Ik weet niet, of ik wel naar Holland zal gaan om te studeeren, als mij
die gelegenheid geboden werd. 't Is altijd eene groote illusie van mij
geweest, en is 't nu nog, om in Holland te gaan studeeren. Verleden
jaar, toen 't denkbeeld geopperd werd, dat ik thuis zou gaan studeeren,
heb ik er mij met hand en tand tegen verzet. Als ik studeer, wil ik goed
studeeren, en dat kan ik alleen òf in Holland òf op Batavia. Holland is
onbereikbaar voor me, als ik er met eigen middelen komen moet, dus op
Batavia had ik mijn hoofd gezet.
Thuis zou ik niet goed kunnen studeeren, d.i. ik zou mij _niet geheel_
aan de studie kunnen wijden, wat met 't oog op mijn leeftijd wel noodig,
zelfs dringend vereischt is. Huiselijke en conventieplichten zouden me
te veel van mijn werk afhouden. Mij er aan te onttrekken als ik thuis
bleef, is _onmogelijk_. Ik stak dus mijn hoofd op daartegen; dat was
verleden jaar, toen was mijn best Vadertje _gezond_ en _sterk_; nu is
vader het niet meer, helaas!
Vergeef 't eene dochter, Stella, als zij eens, wanneer haar de
gelegenheid mocht geboden worden, haren hartewensch te vervullen,
waaraan in de toekomst veel heil voor anderen kon verbonden zijn,
daarvan afziet, omdat haar hart zich niet losmaken kan van een vader,
die geheel haar leven lang voor haar één liefde en toewijding is; wien
zij alles, wat zij is, dankt; en die, met eene zwakke gezondheid
sukkelend meer dan ooit hare _toewijding_ en _liefde behoeft_. Stella,
ik ben _kind_, ik ben _dochter_, niet de _vrouw_ alleen, die met hart en
ziel verlangt zich geheel te geven, te wijden aan een schoon, grootsch
werk dat tot nut en zegen zal strekken voor velen; ik ben ook kind met
de innigste banden der teederste liefde en warmste dankbaarheid gehecht
aan een ouden, grijzen vader, _oud_ en _grijs_ geworden in de zorgen
voor zijn kinderen, waarvan ik hem misschien 't liefst ben, omdat onze
karakters zooveel punten van aanraking hebben, wij zoo één zijn in
denken en voelen. Stella, gij die mijne groote liefde voor hem kent, en
daarnaast mijne liefde voor hetgeen ik als onze _roeping_ beschouw, en
van mijne innige gehechtheid aan mijne dierbare zusjes weet, zult kunnen
begrijpen. wat een zwaren tweestrijd 't mij zal geven, als ik eens voor
de twee keuzen zal staan: mijn vader, afscheiding van de zusjes, voor 't
grootste gedeelte afstand doende van mijne roeping, òf afscheiding van
mijn vader, vereeniging met de zusjes, mij geheel gevende aan onze
roeping!
Vader is _zwak_ nu, heeft _dikwijls oppassing_ en _steeds toewijding_
noodig, mijn _eerste_ plicht is mij aan _hem_ te _wijden_.
Noem 't een klein belang, maar o, Stella, ik zou nooit een oogenblik
rust kunnen hebben, als ik mijne roeping volgend, ver van Vader zijnde,
hem _lijdend_ en _hulpbehoevend_ wist!
Schoon, edel is 't werk, waartoe wij ons geroepen voelen, ons te wijden
aan _groote_ belangen, te werken aan de opheffing van de verdrukte
Inlandsche vrouw, van het Inlandsche volk, kortom iets te beteekenen
voor de Gemeenschap, te werken aan de eeuwigheid; maar ik zou 't nooit
voor mijn geweten kunnen verantwoorden, wanneer ik mij aan anderen
gevend en wijdend, mijn armen ouden Vader, die toch de eerste rechten
heeft op mij, alleen liet lijden en sukkelen, terwijl hij mij _noodig_
heeft.
Een der ideeën, die ik verbreiden wil is: heb _eerbied_ voor al wat
_leeft_, voor zijne _rechten_, zijne _gevoelens_; zonder noodzaak en met
noodzaak toch te schromen anderen zelfs 't geringste leed te doen; het
gansche idee is, onze medeschepselen zooveel wij 't vermogen voor _leed_
te bewaren, en alzoo hunne levens helpen te vermooien; en dan daar is
een hooge, heilige plicht, die heet _dankbaarheid_.
Zou ik deze ideeën ingang bij mijn volk kunnen doen vinden, indien ik,
die ze verkondigde, ze in de praktijk _negeerde_?
Mijn kinderplicht mag ik niet verzaken, maar ook niet de plichten, die
ik tegenover mezelve heb te vervullen, vooral niet als mijn
zelfverwezenlijking niet alleen eigen geluk insluit, maar ook nut zal
hebben voor _anderen_. De quaestie is nu de twee _groote plichten_, die
ik te vervullen heb, en die _lijnrecht_ tegenover elkaar staan, zooveel
mogelijk met elkaar te doen harmonieeren. De oplossing van dit vraagstuk
is voorloopig, dat ik mij aan mijn vader wijd, en toch de studie niet
verzaak. Ik ga hier thuis dan zelf studeeren voor 't onderwijs, zoover
als men 't door zelfstudeeren, gerugsteund door krachtig willen en
volharding, brengen kan. Om de hoofdacte te behalen, moet men eerst in
't bezit zijn van de hulpacte en een bewijs van twee jaar voor de
klasse te hebben gestaan. Zelf heb ik reeds lang over dit plan
nagedacht, maar Mevrouw Abendanon heeft 't den doorslag gegeven, toen ze
eenigen tijd geleden ook met dat idee aankwam. Al wachtende op verdere
beslissingen van 't grillige Lot, gaan wij drieën zelf studeeren; welk
vak 't Lot de zusjes ook aanwijzen zal, het geleerde zal haar steeds te
pas komen.
Wij hebben sedert twee maanden een onderwijzeres op de plaats, in wie
wij eene lieve, hartelijke vriendin gevonden hebben. Zij is nog heel
jong, een flink en degelijk meisje, dat familie en vaderland verlaten
heeft om hier haar brood te verdienen. Zij komt veel bij ons. Toen ik
haar van ons plan vertelde, was zij dadelijk bereid ons in en met alles
te helpen, zooveel ze 't zelf kan. Ze heeft behalve de hulpacte nog acte
Fransch. Dadelijk is ze gaan informeeren, welke leerboeken er op de
normaalscholen op Soerabaja en Batavia gebruikt worden voor de studie
van hulpacte. Over al wat ze aan leerboeken bij zich heeft mogen we
beschikken, en wat ze niet heeft, zullen wij van de familie A krijgen.
Later wil ik ook examen doen in de Inlandsche talen, Javaansch en
Maleisch.
Jammer maar, dat die ellendige ziekengeschiedenis er tusschenbeide is
gekomen, anders waren we nu al flink aan den gang; natuurlijk dat ik al
dien tijd niet in een boek heb kunnen kijken. Annie Glaser, dat is de
onderwijzeres, gaat eerdaags van 't hotel verhuizen naar eene familie
hier; zoodra zij hare zaken geordend heeft, zal ze ons of mij alleen aan
't werk zetten. Mijne arme zusjes mogen nog niets in handen en vooral
niets aan haar hoofd hebben. Zij voelen zich erg ellendig onder dat
nietsdoen, maar handen en hoofd zijn nog zoo moe.
Hoe denk je wel over al deze hoogvliegende plannen?
Als je maar niet zegt: "Mensch, mensch, je zweeft in te hooge sferen",
dan ben ik al tevreden.
Weet ge wat ik gemerkt heb van velen onzer vrienden? dat zij een te hoog
denkbeeld hebben van ons. Zij schrijven ons kundigheden en gaven toe,
die wij _niet_ bezitten. Wij moesten soms wel eens lachen om hun
enthousiasme. 't Spreekwoord "liefde is blind of verblind" is hier van
toepassing. Je moet eens hooren waartoe ze ons al niet in staat achten.
Wij voeten diep onze eigen kleinheid, wanneer onze vrienden ons zoo in
de zon zetten; klein en toch o, zoo dankbaar voor de liefde, die
daaruit spreekt. Een vriend van ons zou gaarne zien, dat ik door mijne
pen werkte aan de opheffing van ons volk. Ik moest een tijdschrift of
zoo iets oprichten, gewijd aan de belangen van 't volk, en daarover de
redactie voeren; of ik moest medewerkster worden aan de voornaamste
dagbladen en tijdschriften in Indië en daarin stukken op pooten
schrijven, die zelfs de vast slapenden moeten wakker schrikken!!! Had ik
geen gelijk met mijne bewering, dat hier 't gezegde "liefde verblindt"
van pas is?
Als ik de hulpacte heb, zal ik wel 't huis uit moeten èn om voor de
hoofdacte te studeeren èn om voor de klasse te staan. Daartoe bieden de
kloosterscholen op Batavia gelegenheid. Je geeft er les in de vakken van
lager onderwijs, en krijgt daarvoor in de plaats eene vrije opleiding
voor de hoofdacte benevens vrije inwoning, kost, bewassching en
geneeskundige behandeling. Maar dit heeft nog tijd; eerst de hulpacte
halen en dan--komt tijd, komt raad!
Een naar idee om van de zusjes te scheiden; zij vinden 't
verschrikkelijk, maar ik niet minder; vooral om te bedenken, dat wanneer
haar toegestaan wordt, wat zij vragen, zij zoo ver van ons en in een
geheel vreemd land zullen zijn. Gelukkig, dat zij daar een broer zullen
hebben, die evenals ik zielsveel van onze zusjes houdt. Die broer is een
en al geestdrift en sympathie voor onze ideeën, waarin hij zijne eigen
denkbeelden terug vindt. Met hem hebben we een verbond gesloten en
wanneer hij zijne studiën zal hebben voltooid, zal hij zich bij ons
komen voegen om samen te arbeiden aan de verwezenlijking van ons
gemeenschappelijk ideaal!
Verrukkelijk is 't, zooals hij opgaat in de ideeën zijner zusters en
daarmee sympathiseert. Zoo iets geeft bezieling, tilt je omhoog en stuwt
je voorwaarts, evenals die heerlijke groote sympathie en innige
belangstelling van je 't ons doen. Er is ook nog een ander jongmensch,
Europeaan, die ons alleen maar door zijne moeder, onze vriendin, kent,
die ook groote sympathie heeft voor onze zaak en daarin levendig belang
stelt. Die groote sympathie en warme belangstelling van vrienden, bekend
en onbekend, zijn ons zoo'n _grooten steun_. Deze zedelijke steun hebben
wij zoo noodig! Geef jij mij dien altijd, hé, Stella?
[1] Mejuffrouw E. van Loon.
[2] Destijds Dr. H. Bervoets.