Bloemen en wierook zijn nu eenmaal ons Javanen onmisbaar bij alles en
alles.
O! wat een wereld van gedachten en gewaarwordingen roept die Inlandsche
bloemen- en doepageur in me op, telkens als ik hem inadem; hij doet
langvervlogen dagen weder opleven in mijn herinnering, en mij sterk 't
Javaansche bloed voelen dat mijn aderen vult. O! ziel van mijn volk, die
oorspronkelijk zoo mooi was, één gratie, poëzie, deemoed en
nederigheid--wat is er van u geworden? wat hebben de eeuwen, de sleur
van u gemaakt?
Men beweert zoo dikwijls dat wij meer Europeesch dan Javaansch zijn in
ons hart. Weemoedige gedachte! Wij kunnen dan geheel doortrokken worden
en zijn van Europeesche gedachten en gevoelens--maar dat bloed, dat
Javaansche bloed, dat leeft en warm stroomt door onze aderen, kàn nièt
doodgezwegen worden. Wij voelen het bij wierook en bloemengeuren, bij
gamelantonen, bij 't suizelen van den wind door klapperkruinen, bij 't
gekir van berkoetoets.[1] bij 't gefluit op padihalmen, bij 't gestamp
op padiblokken[2]....
Niet voor niets zullen we een menschenleven lang vertoefd hebben in eene
omgeving, die van louter vormen aan elkaar hangt; maar wij hebben de
leêgheid dier vormen leeren inzien, diep, diep 't gemis van inhoud
gevoeld, en de klacht, de wanhoopskreet onzer ziel vernomen en verstaan:
"Wat is vorm zonder inhoud?" Vorm moet volmaken, maar _inhoud_ is
_hoofdzaak_. Toch zit er veel goeds in 't Javaansche volk. O, wat zouden
wij u zielsgraag bij ons willen hebben om u al 't mooie te laten zien,
dat van ons volk is. Als ik iets moois zie, dat specifiek Javaansch is,
denk ik steeds: "wat zou ik Mevrouw A. graag bij ons hebben. Zij zou 't
zoo aardig vinden dat alles te zien, en iemand er bij te hebben, die
haar 't een en ander kan uitleggen dat voor haar misschien raadsel en
mysterie is. Zij zou er van genieten en hetgeen wij bewonderen, kunnen
waardeeren, zij, die zoo'n open oog heeft voor al wat schoon is."
Ons Javaantje, houtsnijder-artist, zooals u hem noemt, heeft weer iets
heel moois voortgebracht. 't Is een doos, met een heel wajang-verhaal
besneden, wajangfiguren op 't deksel aan den boven- en binnenkant, en op
alle vier wanden; er is een koker bij, ook met wajangfiguren versierd,
bestemd om er een of ander in te bewaren. De doos ga ik aan den
binnenkant met oranje-satijn capitonneeren en plisseeren en met een
zilveren randje afzetten--ook Inlandsch maaksel. Het mag ook wel heel
mooi worden, want 't is bestemd om de portretten van de regenten van
Java en Madoera te bevatten, die der Koningin zullen worden aangeboden.
Een aardig idee, dat huldeblijk, 't is van den besteller van de doos,
den Regent van Garoet, uitgegaan. Men heeft mij vrij spel gelaten, ik
mag voor beide voorwerpen zooveel uitgeven als ik wil, als zij maar mooi
worden.
[1] Berkoetoet = tortelduif.
[2] Padi = rijst in den bolster. Van den bolster wordt de padi ontdaan
door daarop te stampen in een uitgehold stuk hout. Dit geeft in de
desa's een eigenaardige cadans.