1 Augustus 1901. (VIII.)

Bloemen en wierook zijn nu eenmaal ons Javanen onmisbaar bij alles en

alles.

O! wat een wereld van gedachten en gewaarwordingen roept die Inlandsche

bloemen- en doepageur in me op, telkens als ik hem inadem; hij doet

langvervlogen dagen weder opleven in mijn herinnering, en mij sterk 't

Javaansche bloed voelen dat mijn aderen vult. O! ziel van mijn volk, die

oorspronkelijk zoo mooi was, één gratie, poëzie, deemoed en

nederigheid--wat is er van u geworden? wat hebben de eeuwen, de sleur

van u gemaakt?

Men beweert zoo dikwijls dat wij meer Europeesch dan Javaansch zijn in

ons hart. Weemoedige gedachte! Wij kunnen dan geheel doortrokken worden

en zijn van Europeesche gedachten en gevoelens--maar dat bloed, dat

Javaansche bloed, dat leeft en warm stroomt door onze aderen, kàn nièt

doodgezwegen worden. Wij voelen het bij wierook en bloemengeuren, bij

gamelantonen, bij 't suizelen van den wind door klapperkruinen, bij 't

gekir van berkoetoets.[1] bij 't gefluit op padihalmen, bij 't gestamp

op padiblokken[2]....

Niet voor niets zullen we een menschenleven lang vertoefd hebben in eene

omgeving, die van louter vormen aan elkaar hangt; maar wij hebben de

leêgheid dier vormen leeren inzien, diep, diep 't gemis van inhoud

gevoeld, en de klacht, de wanhoopskreet onzer ziel vernomen en verstaan:

"Wat is vorm zonder inhoud?" Vorm moet volmaken, maar _inhoud_ is

_hoofdzaak_. Toch zit er veel goeds in 't Javaansche volk. O, wat zouden

wij u zielsgraag bij ons willen hebben om u al 't mooie te laten zien,

dat van ons volk is. Als ik iets moois zie, dat specifiek Javaansch is,

denk ik steeds: "wat zou ik Mevrouw A. graag bij ons hebben. Zij zou 't

zoo aardig vinden dat alles te zien, en iemand er bij te hebben, die

haar 't een en ander kan uitleggen dat voor haar misschien raadsel en

mysterie is. Zij zou er van genieten en hetgeen wij bewonderen, kunnen

waardeeren, zij, die zoo'n open oog heeft voor al wat schoon is."

Ons Javaantje, houtsnijder-artist, zooals u hem noemt, heeft weer iets

heel moois voortgebracht. 't Is een doos, met een heel wajang-verhaal

besneden, wajangfiguren op 't deksel aan den boven- en binnenkant, en op

alle vier wanden; er is een koker bij, ook met wajangfiguren versierd,

bestemd om er een of ander in te bewaren. De doos ga ik aan den

binnenkant met oranje-satijn capitonneeren en plisseeren en met een

zilveren randje afzetten--ook Inlandsch maaksel. Het mag ook wel heel

mooi worden, want 't is bestemd om de portretten van de regenten van

Java en Madoera te bevatten, die der Koningin zullen worden aangeboden.

Een aardig idee, dat huldeblijk, 't is van den besteller van de doos,

den Regent van Garoet, uitgegaan. Men heeft mij vrij spel gelaten, ik

mag voor beide voorwerpen zooveel uitgeven als ik wil, als zij maar mooi

worden.

[1] Berkoetoet = tortelduif.

[2] Padi = rijst in den bolster. Van den bolster wordt de padi ontdaan

door daarop te stampen in een uitgehold stuk hout. Dit geeft in de

desa's een eigenaardige cadans.

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 40 / 136 题