Er zullen nieuwe toestanden komen in de Inlandsche wereld; al is 't niet
door ons, dan door anderen; de emancipatie zit in de lucht--zij is
voorbeschikt. En wie 't Lot tot de geestelijke moeder koos van dat
Nieuwe _moet_ lijden. 't Is de eeuwige natuurwet: wie baart moet
barensweeën kennen, maar 't kind, dat we al liefhebben, vóór anderen van
zijn bestaan vermoeden, dat we ontvangen door lijden en smarten, is ons
oneindig dierbaar!
* * * * *
O! niets is ellendiger, dan werkkracht in je te voelen en tot
werkeloosheid te zijn gedoemd. Goddank! Goddank, dat deze _vloek_ van me
is genomen!
Er is kort geleden een professor uit Jena bij ons geweest. Dr. Anton,
met zijne vrouw, in 't belang zijner studie reizende, kwam hier om
kennis met ons te maken.
Ik ben zoo bang, dat men _al_ te veel in me ziet. Ik ben er zeker van,
dat men zich misleiden laat door de bekoring van 't nieuwe en misschien
ook door medelijden. _Nieuw_ zijn we voor _velen_, zelfs voor menschen
van hier, en al wat nieuw is, bekoort min of meer. De professor dacht
ons nog halve wilden, en vond gewone menschen; 't vreemde was alleen de
huidskleur, kleeding en omgeving, en deze gaven aan het gewone een
eigenaardig cachet. Voelen we ons niet aangenaam aangedaan als wij onze
eigen gedachten terugvinden in een ander? En als die ander is een
vreemde, iemand van ander ras, van een ander werelddeel, ander bloed,
kleur, zeden en gewoonten, dan verhoogt dit nog de bekoring van de
geestverwantschap. Ik ben er van overtuigd, dat men niet een kwart
zooveel notitie van ons zou nemen, als wij in plaats van sarong en
kabaja, japonnen droegen; in plaats van Javaansche, Hollandsche namen,
en Europeesch bloed in plaats van Javaansch bloed door onze aderen
stroomde....
Zoo pas kregen we van vriendinnen een paar boeken cadeau, o.a. ook dat
prachtige werk van B. v. Suttner "De wapens neer gelegd".
Ik las verscheidene andere boeken, waarvan vooral "Moderne Maagden" mij
boeide en ontroerde, door 't terugvinden daarin van veel wat ik zelf
gedacht, gevoeld en geleefd heb. Ik kan niet anders zeggen, dan dat
Marcel Prévost _goed_ heeft waargenomen, en uitstekend zijne indrukken,
gedachten en gevoelens weet weer te geven. Ik vind zijn boek heel mooi.
Ik ben nu wel even ver van de oplossing van het groote vraagstuk
gebleven als vóór de kennismaking met "M.M.", maar nooit heb ik zoo
klaar en duidelijk, zoo treffend door waarheid en kracht het doel der
Vrouwenbeweging zien uiteenzetten. Dat de schrijver zich niet van een
zeer kinderachtigen spot heeft onthouden door b.v. alle kampvechtsters
voor de vrouwenbeweging met uitzondering van Fedi en Lea absoluut
leelijk, gebrekkig, mismaakt te laten zijn, neem ik hem niet kwalijk.
Wat een heerlijke woorden, zoo waar en zoo schoon, laat hij Pirnet, de
beminnelijke, mismaakte apostel der vrouwenbeweging tegen het eind van
't boek zeggen; woorden, die helder 't doel der vrouwenbeweging
ontvouwen. Ik heb er dubbel van genoten, omdat de man ze dacht en
schreef. Even vóór ik 't boek las, schreef ik aan mijne twee beste
vriendinnen hier groote brieven. Wanneer ik ze schreef na kennismaking
met "M.M.", zou ik meenen ze te schrijven onder den invloed--indruk van
het gelezene, zoo wonderlijk veel overeenkomst als beide vertrouwelijke
brieven met veel in 't boek hadden.
Ik wou, dat ik hier iemand had om mee te praten over "M.M." Er is veel
daarin, dat ik graag zou willen bespreken met iemand van veel ervaring
en ondervinding.
Ik heb je zoo'n massa te vertellen over de oprichting van scholen voor
Inlandsche meisjes--'t is nu publiek--en nog zooveel andere dingen, doch
ik moet kort zijn vandaag; dit wil ik je toch nog even vertellen, dat 't
plan van Mr. Abendanon overal met groote ingenomenheid wordt begroet.
Veel invloedrijke Europeesche ambtenaren juichen zijne voorstellen warm
toe en van dezen hangt het welslagen van de plannen van onzen vriend af.
Wij hebben veel vrienden onder de Europeesche bestuursambtenaren en deze
zullen 't streven van Mr. Abendanon om de Inlandsche vrouwenwereld op te
heffen uit haar eeuwenlangen ellendigen staat warm steunen; en ook
velen, ons persoonlijk onbekend, dragen de zaak een warm hart toe. Ik
zal je naderhand een copie zenden van de circulaire van Mr. A. aan de
hoofden van gewestelijk bestuur, de oprichting dier scholen betreffend.
"Ten allen tijde is de vooruitgang der vrouw een belangrijke factor tot
volksbeschaving gebleken."
"De intellectueele ontwikkeling der Inlandsche bevolking kan niet
krachtig voortschrijden, indien de vrouw daarbij achterblijft."
"De vrouw, als de draagster der beschaving!" Stella, slaat je hart niet
warm voor onzen vriend?
Er is sedert een half jaar een ernstig streven onder de Inlanders waar
te nemen, om jullie mooie taal te leeren. Vele Europeanen zien dit met
leede oogen aan, doch vele edeldenkende juichen het toe en moedigen het
warm aan. Op verscheidene hoofdplaatsen verrijzen Hollandsche cursussen
als paddestoelen uit den grond, die gevolgd worden door kleine kleuters
zoowel als volwassen mannen, die reeds _jaren_ in staatsdienst zijn.
Vele invloedrijke Regeeringsmannen met den Gouverneur-Generaal aan 't
hoofd, zijn zeer voor de verspreiding der Hollandsche taal onder de
Inlanders als middel om de Inlanders te beschaven en om den Javaan nader
te brengen tot de Hollanders, in wien hij niet den gevreesden, doch
geliefden beschermer moet zien. Zoo zal dan toch de droom van mijn
besten broer en vele edeldenkende Europeanen verwezenlijkt worden. Juich
met me Stella!