9 Januari 1901. (I.)

Er zullen nieuwe toestanden komen in de Inlandsche wereld; al is 't niet

door ons, dan door anderen; de emancipatie zit in de lucht--zij is

voorbeschikt. En wie 't Lot tot de geestelijke moeder koos van dat

Nieuwe _moet_ lijden. 't Is de eeuwige natuurwet: wie baart moet

barensweeën kennen, maar 't kind, dat we al liefhebben, vóór anderen van

zijn bestaan vermoeden, dat we ontvangen door lijden en smarten, is ons

oneindig dierbaar!

* * * * *

O! niets is ellendiger, dan werkkracht in je te voelen en tot

werkeloosheid te zijn gedoemd. Goddank! Goddank, dat deze _vloek_ van me

is genomen!

Er is kort geleden een professor uit Jena bij ons geweest. Dr. Anton,

met zijne vrouw, in 't belang zijner studie reizende, kwam hier om

kennis met ons te maken.

Ik ben zoo bang, dat men _al_ te veel in me ziet. Ik ben er zeker van,

dat men zich misleiden laat door de bekoring van 't nieuwe en misschien

ook door medelijden. _Nieuw_ zijn we voor _velen_, zelfs voor menschen

van hier, en al wat nieuw is, bekoort min of meer. De professor dacht

ons nog halve wilden, en vond gewone menschen; 't vreemde was alleen de

huidskleur, kleeding en omgeving, en deze gaven aan het gewone een

eigenaardig cachet. Voelen we ons niet aangenaam aangedaan als wij onze

eigen gedachten terugvinden in een ander? En als die ander is een

vreemde, iemand van ander ras, van een ander werelddeel, ander bloed,

kleur, zeden en gewoonten, dan verhoogt dit nog de bekoring van de

geestverwantschap. Ik ben er van overtuigd, dat men niet een kwart

zooveel notitie van ons zou nemen, als wij in plaats van sarong en

kabaja, japonnen droegen; in plaats van Javaansche, Hollandsche namen,

en Europeesch bloed in plaats van Javaansch bloed door onze aderen

stroomde....

Zoo pas kregen we van vriendinnen een paar boeken cadeau, o.a. ook dat

prachtige werk van B. v. Suttner "De wapens neer gelegd".

Ik las verscheidene andere boeken, waarvan vooral "Moderne Maagden" mij

boeide en ontroerde, door 't terugvinden daarin van veel wat ik zelf

gedacht, gevoeld en geleefd heb. Ik kan niet anders zeggen, dan dat

Marcel Prévost _goed_ heeft waargenomen, en uitstekend zijne indrukken,

gedachten en gevoelens weet weer te geven. Ik vind zijn boek heel mooi.

Ik ben nu wel even ver van de oplossing van het groote vraagstuk

gebleven als vóór de kennismaking met "M.M.", maar nooit heb ik zoo

klaar en duidelijk, zoo treffend door waarheid en kracht het doel der

Vrouwenbeweging zien uiteenzetten. Dat de schrijver zich niet van een

zeer kinderachtigen spot heeft onthouden door b.v. alle kampvechtsters

voor de vrouwenbeweging met uitzondering van Fedi en Lea absoluut

leelijk, gebrekkig, mismaakt te laten zijn, neem ik hem niet kwalijk.

Wat een heerlijke woorden, zoo waar en zoo schoon, laat hij Pirnet, de

beminnelijke, mismaakte apostel der vrouwenbeweging tegen het eind van

't boek zeggen; woorden, die helder 't doel der vrouwenbeweging

ontvouwen. Ik heb er dubbel van genoten, omdat de man ze dacht en

schreef. Even vóór ik 't boek las, schreef ik aan mijne twee beste

vriendinnen hier groote brieven. Wanneer ik ze schreef na kennismaking

met "M.M.", zou ik meenen ze te schrijven onder den invloed--indruk van

het gelezene, zoo wonderlijk veel overeenkomst als beide vertrouwelijke

brieven met veel in 't boek hadden.

Ik wou, dat ik hier iemand had om mee te praten over "M.M." Er is veel

daarin, dat ik graag zou willen bespreken met iemand van veel ervaring

en ondervinding.

Ik heb je zoo'n massa te vertellen over de oprichting van scholen voor

Inlandsche meisjes--'t is nu publiek--en nog zooveel andere dingen, doch

ik moet kort zijn vandaag; dit wil ik je toch nog even vertellen, dat 't

plan van Mr. Abendanon overal met groote ingenomenheid wordt begroet.

Veel invloedrijke Europeesche ambtenaren juichen zijne voorstellen warm

toe en van dezen hangt het welslagen van de plannen van onzen vriend af.

Wij hebben veel vrienden onder de Europeesche bestuursambtenaren en deze

zullen 't streven van Mr. Abendanon om de Inlandsche vrouwenwereld op te

heffen uit haar eeuwenlangen ellendigen staat warm steunen; en ook

velen, ons persoonlijk onbekend, dragen de zaak een warm hart toe. Ik

zal je naderhand een copie zenden van de circulaire van Mr. A. aan de

hoofden van gewestelijk bestuur, de oprichting dier scholen betreffend.

"Ten allen tijde is de vooruitgang der vrouw een belangrijke factor tot

volksbeschaving gebleken."

"De intellectueele ontwikkeling der Inlandsche bevolking kan niet

krachtig voortschrijden, indien de vrouw daarbij achterblijft."

"De vrouw, als de draagster der beschaving!" Stella, slaat je hart niet

warm voor onzen vriend?

Er is sedert een half jaar een ernstig streven onder de Inlanders waar

te nemen, om jullie mooie taal te leeren. Vele Europeanen zien dit met

leede oogen aan, doch vele edeldenkende juichen het toe en moedigen het

warm aan. Op verscheidene hoofdplaatsen verrijzen Hollandsche cursussen

als paddestoelen uit den grond, die gevolgd worden door kleine kleuters

zoowel als volwassen mannen, die reeds _jaren_ in staatsdienst zijn.

Vele invloedrijke Regeeringsmannen met den Gouverneur-Generaal aan 't

hoofd, zijn zeer voor de verspreiding der Hollandsche taal onder de

Inlanders als middel om de Inlanders te beschaven en om den Javaan nader

te brengen tot de Hollanders, in wien hij niet den gevreesden, doch

geliefden beschermer moet zien. Zoo zal dan toch de droom van mijn

besten broer en vele edeldenkende Europeanen verwezenlijkt worden. Juich

met me Stella!

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 33 / 136 题