2 November 1900. (II.)

Een goddelijk geheimpje ga ik u toefluisteren, liefste, dat naar ik hoop

en vertrouw _binnenkort géén geheim meer zal zijn_! Ach! wat ben ik

gelukkig! sluit me innig in uw armen, druk me aan uw hart, dierste, kus

mij, wensch mij geluk! 't Was géén bleeke hersenschim, geen ijdel

droombeeld, dat ik najaagde; luister, o, Moedertje, _ik mag me vrij en

zelfstandig_ maken! ik _mag iets_ worden! Sedert gisteren is 't mij als

of ik niet meer leef, niet meer op de aarde ben, maar ver van huis in

den hemel der gelukzaligen!

Ik mag! ik mag! ik mag! heb ik al meer dan duizend keeren herhaald, en

ik herhaal 't nog steeds. O, alles juicht en jubelt in me; dat kunt u

zich wel begrijpen, niet waar Moedertje, u, die mij kent tot in 't

diepst van mijn hart en weet wat een stormen kort geleden daarin hebben

gewoed. Wat een angst en helsche pijnen heb ik in de laatste maanden

uitgestaan; 't was een afschuwelijk ellendige tijd, dien ik heb

doorgeworsteld. Doch 't was goed geweest--die harde innerlijke strijd

heeft me gesterkt!

O, Moedertje, als de zaak op Batavia en die op Modjowarno in orde komen,

zal 't een _harde_ strijd worden voor me. Naar beide trekt mijn hart;

aan den eenen kant--in uwe nabijheid te komen; dan samen te zijn met de

zusjes, die zeker op Modjowarno komen, als de ingewonnen informaties

bevredigend zijn--buiten wonen op een eenvoudig plaatsje, ver van 't

stadsgewoel en kleinzielig menschengedoe, temidden van eenvoudige

harten, reine zielen, die leven in een atmosfeer van mooie, heilige,

zich aan anderen gevende Liefde--en 't andere...?

"Niets dat te gemakkelijk, te laks is verkregen, kan lang waarde en

bekoring hebben voor ons", zegt Mevrouw Abendanon.

Doch laat ik nu mijn hoofd nog niet breken over de keuze--kalmpjes aan,

zoo komen wij er wel--overhaasting bederft meestal. Ik zal goed 't

stemmetje hier binnen afluisteren en naar wat 't zegt, zal ik in overleg

met hetgeen het hoofd zegt, handelen: is 't zoo goed, Moedertje?

[Illustration]

[Illustration: Riviergezicht (Tjiliwong) Depok.]

Door duisternis tot licht: Gedachten over en voor het Javaansche volk · 第 32 / 136 题