Een goddelijk geheimpje ga ik u toefluisteren, liefste, dat naar ik hoop
en vertrouw _binnenkort géén geheim meer zal zijn_! Ach! wat ben ik
gelukkig! sluit me innig in uw armen, druk me aan uw hart, dierste, kus
mij, wensch mij geluk! 't Was géén bleeke hersenschim, geen ijdel
droombeeld, dat ik najaagde; luister, o, Moedertje, _ik mag me vrij en
zelfstandig_ maken! ik _mag iets_ worden! Sedert gisteren is 't mij als
of ik niet meer leef, niet meer op de aarde ben, maar ver van huis in
den hemel der gelukzaligen!
Ik mag! ik mag! ik mag! heb ik al meer dan duizend keeren herhaald, en
ik herhaal 't nog steeds. O, alles juicht en jubelt in me; dat kunt u
zich wel begrijpen, niet waar Moedertje, u, die mij kent tot in 't
diepst van mijn hart en weet wat een stormen kort geleden daarin hebben
gewoed. Wat een angst en helsche pijnen heb ik in de laatste maanden
uitgestaan; 't was een afschuwelijk ellendige tijd, dien ik heb
doorgeworsteld. Doch 't was goed geweest--die harde innerlijke strijd
heeft me gesterkt!
O, Moedertje, als de zaak op Batavia en die op Modjowarno in orde komen,
zal 't een _harde_ strijd worden voor me. Naar beide trekt mijn hart;
aan den eenen kant--in uwe nabijheid te komen; dan samen te zijn met de
zusjes, die zeker op Modjowarno komen, als de ingewonnen informaties
bevredigend zijn--buiten wonen op een eenvoudig plaatsje, ver van 't
stadsgewoel en kleinzielig menschengedoe, temidden van eenvoudige
harten, reine zielen, die leven in een atmosfeer van mooie, heilige,
zich aan anderen gevende Liefde--en 't andere...?
"Niets dat te gemakkelijk, te laks is verkregen, kan lang waarde en
bekoring hebben voor ons", zegt Mevrouw Abendanon.
Doch laat ik nu mijn hoofd nog niet breken over de keuze--kalmpjes aan,
zoo komen wij er wel--overhaasting bederft meestal. Ik zal goed 't
stemmetje hier binnen afluisteren en naar wat 't zegt, zal ik in overleg
met hetgeen het hoofd zegt, handelen: is 't zoo goed, Moedertje?
[Illustration]
[Illustration: Riviergezicht (Tjiliwong) Depok.]