Goede tijding!
Ik mag! ik mag! ik mag! wensch me geluk! druk me in gedachte aan uw hart
en lees 't geluk in mijne stralende oogen! Liefste, _ik mag voor
onderwijzeres studeeren_! Ik heb met Vader gesproken! hem verteld, wat u
mij vroeg, toen u hier waart! En vader vond 't _uitstekend_, vond 't
_prachtig_! Ik mag weer in de klasse gaan zitten, om er later vóór te
gaan staan, als ik daartoe de bevoegdheid verworven heb.
_Mogen_ en _willen_! _willen_ en _mogen_! mooier combinatie kan er niet
zijn! en _kunnen_ moet 't trio volmaken!
_Willen_ is _kunnen_, nietwaar?
O! ik ben zoo gelukkig! en ik weet, dat u beiden zich innig met me
verheugt in mijn geluk.
Ik ben nu nog _niets_, dat is waar, maar ik _mag iets_ worden, heerlijk!
"Hoop, vertrouw en wees moedig". Deze uwe woorden staan me voortdurend
voor den geest, en hebben me vergezeld, toen ik zooeven naar Vader
toeging om hem te spreken. Ik was heel kalm, en opgewekt zelfs, als had
ik al een vaag voorgevoel, dat 't onderhoud gelukkig voor me zou
afloopen.
Vader vond 't idee, onderwijzeres te worden aan de Inlandsche
meisjesschool eenig mooi! Hoe zacht en vriendelijk sprak hij mij toe! o,
ik heb mij in hem dan toch niet vergist; en hij heeft zijn kind _lief_
en begrijpt haar volkomen!
Ik heb aan den rand van een afgrond gestaan en gestaard in de donkere,
peillooze diepte! Voorbij dit alles, voorbij I Liefde
heeft mij er over heen gedragen. Ik zou de heele wereld aan mijn hart
willen drukken van pure blijdschap. Vader's toestemming en zegen heb ik,
en daarmee is het eerste en grootste struikelblok op de te betreden
levensbaan afgewenteld, opgeruimd!