U weet wel hoe vurig steeds wij naar Europa verlangd hebben. Wij namen
er vrede mee hier te studeeren, omdat Europa onbereikbaar voor ons was.
Verleden jaar zouden wij al dolgelukkig zijn met Batavia, schoon toen
onze gedachten reeds naar Europa vlogen. Aan de Indische Regeering
wilden we n.l. vragen ons op 's lands kosten naar Europa te zenden;
Roekmini voor de beeldende kunst, om later haar krachten te wijden aan
de wederopbloeiing der Indische kunst, één der middelen tot
volkswelvaart. Kleintje naar de huishoudschool, om later de toekomstige
moeders en huisvrouwen de waarde van het geld en zuinigheid te leeren,
een deugd, die het zorglooze, ijdele, pracht- en praallievende
Javaansche volk zoo noodig heeft aan te leeren. En ik voor het
onderwijs, om den toekomstigen moeders, naast wetenschappen, het begrip
_liefde_ en _rechtvaardigheid_ te leeren, zooals wij dat verstaan hebben
door de Europeanen.
De Regeering wil Java tot welvaart brengen, 't volk spaarzaamheid leeren
en daarmee beginnen met hare ambtenaren. Wat baat het of de mannen
gedwongen worden wat geld op zij te leggen, als de vrouwen, in wier hand
het huishouden berust, de waarde van 't geld niet kennen? De Regeering
wil den Javaan ontwikkelen, beschaven en dwingt om te beginnen de
bovenste laag, d.i. de aristocraten, de Hollandsche taal te leeren. Daar
wordt bij benoemingen nu immers op de ontwikkeling der candidaten gelet.
Maar is een verstandelijke ontwikkeling alles?
Wil men werkelijk beschaven, dan moeten verstandelijke ontwikkeling en
zedelijke ontwikkeling hand aan hand gaan.
En wie kan 't meest voor deze laatste doen, 't meest bijdragen tot de
verhooging van 't zedelijk gehalte der menschheid?--de vrouw, de moeder,
omdat aan den schoot van de vrouw de mensch zijne allereerste opvoeding
ontvangt, het kind daar het eerst leert voelen, denken, spreken. En de
allervroegste opvoeding is niet zonder beteekenis voor 't geheele leven.
Een der ondeugden, die bij den Javaan zoo noodig den kop moet worden
ingedrukt, is _ijdelheid_; dat zal _veel_ bijdragen tot de welvaart van
Java, en wij kunnen daartoe komen alleen door _moreele opvoeding_.
_Zoovele krachten_, die het land en volk tot nut en zegen hadden kunnen
zijn, liggen ongebruikt, omdat de bezitters uit ijdelheid niet
verkiezen daarvan gebruik te maken. De adel lijdt liever bittere armoe
en ellende, dan het goed te hebben, maar te moeten werken, zonder dat
een goudgetinte pajong den hooggeboren kop dekt. De adel minacht alles,
wat niet gedekt wordt door dat zoo begeerde artikel--gouden
zonneschermen!
* * * * *
Ons volk is niet erg vatbaar voor hooge idealen; wij moeten het verbazen
door een voorbeeld, dat _spreekt_ en tot _navolgen dwingt_, willen wij
ons idee van voorgaan en voorlichten bereiken. En daarom naar Holland
gaan--en voor _alles_, voor de studie, voor _ons_ is 't goed, dat wij er
heen gaan, moedertje, help ons gaan!
Als wij afgestudeerd zijn en op Java terugkomen, zullen wij een
internaat openen voor dochters van den adel; als 't kan van
Regeeringswege, zoo niet, dan zullen wij 't van de particulieren gedaan
zien te krijgen, door een geldloterij, of zoo iets.
Er zal wel wat op gevonden worden, als we al zoo ver zijn--voorloopig
hebben we het meest hier thuis uit te vechten, zullen wij met Vader's
toestemming rijker zijn dan een vorst. O! mogen wij die krijgen!
O! 't doet zoo'n pijn, zoo'n pijn. Vreeselijk is 't om een Javaansch
meisje te zijn en een fijnvoelend hart te hebben. Arme, arme oudjes,
welk noodlot was het, die hun zulke dochters gaf, als wij? Wij hopen en
bidden vurig, dat hun een lang leven geschonken wordt, en dat zij later
trotsch kunnen zijn op ons, al loopen wij niet onder een glanzenden
gouden zonnescherm!
Helpt, vrienden, ons van hier te gaan, om te werken aan de
verwezenlijking onzer idealen. Er zal een begin gemaakt worden aan het
einde van dat groote onrecht, dat duizenden vrouwen- en kinderharten
heeft doen bloeden.
Ik wil mij goed op de Nederlandsche taal toeleggen, ze volkomen onder de
knie hebben, dat ik met ze doen kan wat ik wil--en dan zal ik trachten
door middel van mijne pen de belangstelling van hen gaande te maken, die
ons kunnen helpen, bij ons pogen om verbetering te brengen in 't lot der
Javaansche vrouwen.
"Arme dwazen", hoor ik u zeggen, "wil je met je beidjes aan dat
reuzengebouw schudden, wil je het omverhalen?"
Wij zullen er aan schudden, Moedertje met al onze kracht, al zal slechts
één steen er uit vallen, wij zullen ons leven dan niet vergeefsch
beschouwen. Wij willen voor wij daartoe overgaan, eerst trachten ons de
medewerking te verzekeren, van al is 't slechts één van de beste en
ontwikkeldste mannen van Java. Wij willen ons in verbinding stellen met
onze ontwikkelde, vooruitstrevende mannen, hun vriendschap trachten te
verwerven, en daarnaast hunne medewerking. Niet tegen de mannen binden
wij den strijd aan, maar tegen oude, overgeleverde meeningen, adats, die
niet meer deugen voor ons Java van de toekomst, waarvan eenige anderen
met ons de voorloopers en voorloopsters zijn. Door alle tijden heen
hebben de baanbrekers, op welk gebied ook, 't hard te verantwoorden,
_wij weten het_. Heerlijk is 't een ideaal, een roeping te hebben. Noem
ons gekken, dwazen, al wat u maar wil; wij kunnen niet anders, 't zit
ons in 't bloed. Grootvader was baanbreker, toen hij een halve eeuw
geleden zijn zoons en dochters een Europeesche opvoeding gaf. Wij hebben
't recht niet om _dom_ te zijn; om _niets_ te zijn. Adeldom verplicht!
Excelsior! Nu kunnen wij ons nog niet in verbinding stellen met onze
mannen van de jonge garde. Wij zullen dadelijk verdacht gemaakt worden.
Vriendschap tusschen ongetrouwde vrouwen en mannen, getrouwd of
ongetrouwd, acht men onbestaanbaar. Later als wij onze onafhankelijkheid
veroverd hebben, kunnen wij 't doen. Mijn broer kent ze allemaal,
persoonlijk of door correspondentie. Wij weten, dat er mannen zijn, die
beschaafde, denkende vrouwen apprecieeren. Ik heb een man, hooggeplaatst
Inlandsch ambtenaar, hooren zeggen, dat het zoo'n groote hulp en steun
is voor den man, wanneer de vrouw beschaafd en ontwikkeld is.