Viking-vertellingen van het Noorden (R. B. Anderson.)

Heimdall geeft het sein.

Heimdall, deze voorzeggende teekenen bespeurend en hoorend den

schrillen kreet van den haan, bracht onmiddellijk den Giallar-hoorn

aan zijn lippen en blies den langverwachten klank, die door de wereld

werd gehoord. Bij het eerste klinken van verzamelen sprongen Aesir en

Einheriar van hun gouden bedden op en stormden dapper uit de groote

hal, gewapend tot den aanstaanden slag, en, bestijgend hun ongeduldige

paarden, galloppeerden zij over de sidderende regenboogbrug naar het

wijde veld Vigrid, waar, zooals Vafthrudnir lang te voren voorspeld

had, de laatste slag moest plaats hebben.

De verschrikkingen van de zee.

De vreeselijke Midgardslang Iörmungandr werd door de algemeene

beweging gewekt, en met ontzaglijke kronkelingen en trekkingen,

waardoor de zeeën tot zóó hooge golven werden opgezweept als vroeger

nooit de diepte van den oceaan ontrust hadden, kroop hij op het land

en haastte zich om aan den vreeslijken strijd mede te doen, waarin

hij een hoofdrol zou spelen.

In reuzenbocht de slang lag neer

Diep in de zee, tot, vrij van boei,

Hij oprees op het schuimgeloei;

Onder de zwieping van zijn staart

Zwol water, bergenhoog, op 't land.

Toen ijlend wild dwars door het diep

Stortend zijn bloedig schuim in vaart,

Als hagel, aad'mend giftig fel

Doodlijken nevel over d' aard,

Zocht hij door branding heen het strand.

Valhalla (J. C. Jones).

Een van de golven, door Iörmungandr's bewegingen opgezet, maakte

Nagilfar vlot, het noodlottig schip, dat enkel gemaakt was uit de

nagels van die doode menschen, wier verwanten, door de eeuwen heen,

hun plicht verzuimd hadden om de nagels der overledenen te knippen

eer zij ter ruste werden gelegd. Nauwelijks was dit schip vlot, of

Loki ging er op met de vurige bende van Muspells-heim en stuurde het

stout over de stormachtige wateren naar de plaats van het gevecht.

Dit was niet het eenige schip echter dat naar Vigrid koers zette, want

uit een dikke mistbank noordwaarts kwam een ander schip, bestuurd door

Hrym, waarin al de vorstreuzen waren, tot de tanden gewapend en zich

verheugend in den strijd tegen de Aesir, die zij altijd hadden gehaat.

De verschrikkingen van de Onderwereld.

Terzelfder tijd kroop Hel, de godin van den dood, door een spleet van

de aarde uit haar huis onder den grond, op den voet gevolgd door den

Hellehond Garm, den boosdoener van haar vreugdeloos gebied, en den

draak Nidhug, die over het slagveld vloog terwijl hij lijken op zijn

schouders droeg. Zoodra hij landde, heette Loki deze versterkingen

met vreugde welkom en, zich aan het hoofd plaatsend, marcheerde hij

met hen ten gevecht.

Plotseling werd de lucht in tweeën gescheurd en door de vurige bres

reed Surtr met zijn vlammend zwaard, gevolgd door zijn zonen; en toen

zij over de brug Bifröst reden, met het plan om Asgard te bestormen,

viel de roemrijke boog met gekraak onder den tred hunner paarden in.

Door het gebied der lucht,

In blinkend staal, geducht,

En in slagorden rijk;

Ging het, wijl heet gevlam

Uit snelle hoeven kwam,

Voerend zijn stoet vol glans reed Surtur

Tusschen de stroomen woedend vuur.

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen · 第 42 / 46 题