Balder Dood (Matthew Arnold.)

Dit antwoord was zeer bemoedigend want de geheele Natuur beweende het

verlies van Balder, en zeker was er niets in de geheele schepping dat

niet een traan schenken wilde. Zoo verliet Hermod blijde Hel's donker

gebied, den ring Draupnir bij zich, dien Balder aan Odin terugzond,

een geborduurd karpet van Nanna voor Frigga, en een ring voor Fulla.

De terugkomst van Hermod.

De vergaderde goden verdrongen zich angstig rondom Hermod zoodra

hij terugkwam, en toen hij zijn boodschappen en geschenken had

overgebracht, zonden de Aesir herauten naar alle deelen van de wereld

om alle bezielde en onbezielde dingen te smeeken dat zij zouden weenen

over Balder.

Ga snel door heel de wereld nu, en smeek

Te weenen al wat leeft en wie er leeft

Om Balder, opdat dus hij weer ons koom'!

Balder Dood (Matthew Arnold).

Noordwaarts, Zuidwaarts, Oostwaarts en Westwaarts reden de herauten,

en als zij voorbij kwamen vielen tranen van elken plant en elken boom,

zoodat de grond gedrenkt was met vocht, en metalen en steenen, trots

hun harde harten, weenden ook.

De weg voerde ten slotte naar Asgard, en aan den kant van den weg

was een donkere grot, waarin de boden zagen neergehurkt de gestalte

van een reuzin, Thok geheeten, die volgens sommige mythologen Loki

in vermomming zal zijn geweest. Toen men haar aanspoorde een traan

te storten, bespotte zij de herauten en vluchtend in de donkere

schuilhoeken van haar grot, zei zij dat geen traan uit haar oogen zou

vallen en dat, wat haar betrof, Hel haar prooi voor goed houden mocht.

Thok nu weende

Met tranen droog

Om Balders dood.

Noch in leven, noch in dood

Gaf hij mij vreugde,

Houde Hel haar buit.

Oudere Edda.

Zoodra de terugkeerende boden in Asgard aankwamen, verdrongen zich de

goden om hen heen om het resultaat hunner zending te hooren; maar hun

gezichten, allen opgewekt in de vreugde van verwachting, werden duister

van wanhoop toen zij hoorden, dat één schepsel geweigerd had zijn

tranen te schenken, waarom zij Balder in Asgard niet meer zouden zien.

Balder, de Schoone, komt niet weer

Uit Hel's gebied in lichter sfeer!

Loki's verraad, dubbel verraad

Is 't wat de Dood ten buit hem laat;

Nooit komt hij uit de duisternis

Tot Ragnarok verschenen is.

Valhalla (J. C. Jones).

Vali de Wreker.

De besluiten van het noodlot waren nog niet geheel volvoerd, en het

laatste bedrijf van het treurspel moet nog kortelijk verteld worden.

Wij hebben reeds gezien, hoe Odin na vele weigeringen er in slaagde

de toestemming van Rinda tot hun huwelijk te krijgen, en dat de

zoon, uit deze verbintenis geboren, bestemd was om den dood van

Balder te wreken. De komst van dit wondervolle kind had nu plaats,

en Vali de Wreker, zooals hij genoemd werd, trad Asgard op den dag

van zijn geboorte binnen, en op dienzelfden dag versloeg hij Hodur

met een pijl uit een bundel dien hij tot dat doel schijnt gedragen

te hebben. Zoo boette de moordenaar van Balder, ofschoon hij een

onbewust werktuig was, voor de misdaad met zijn bloed, volgens de

wet van den echten Noorman.

De beteekenis van de geschiedenis.

De naturalistische verklaring van deze mythe moet men zoeken of in het

dagelijksch ondergaan van de zon (Balder) die beneden de westelijke

golven verdwijnt, weggedreven door de duisternis (Hodur), of in het

eindigen van den korten Noorschen zomer en de lange regeering van

het winterjaargetij. "Balder beteekent de lichte en klare zomer,

als schemering en dag elkander kussen en hand in hand gaan in deze

Noorsche streken."

Balders mutserd de zon verbeeldt,

Kleurt den heiligen haard,

Spoedig de laatste vlam er speelt,

Hodur regeert op aard.

Viking-verhalen van het Noorden (R. B. Anderson).

"Zijn door Hodur bewerkte dood is de overwinning van de duisternis

over het licht, de duisternis van den winter over het licht van den

zomer; en de wraak van Vali is het doorbreken van het nieuwe licht

na de wintersche duisternis."

Loki, het vuur, is jaloersch op Balder, het zuivere licht van den

hemel, die de eenige onder de Noorsche goden was welke nooit vocht,

maar altijd klaar was met woorden van verzoening en vrede.

Maar van uw lippen, Balder, nacht of dag,

Heeft niemand ooit een toornig woord gehoord

Aan God of Held, maar gij betoomdet steeds

De anderen, stillend een gerezen twist.

Balder Dood (Matthew Arnold).

De tranen, door alle dingen gestort voor den geliefden god, verbeelden

den lentedauw die komt na de hardheid en koude van den winter, als

elke boom en twijg en zelfs de steenen van vocht druipen; Thok (kool)

alleen toont geen bewijs van teederheid, daar zij diep begraven is

in de donkere aarde en het zonlicht niet meer noodig heeft.

Zooals des winters, als de vorst verdwijnt

Aan 's winters eind, eer dat de lente komt,

Een warme zoelte blaast en dauw begint--

Een enkel uur, dan hoort men 't drupp'len reeds

In alle wouden, en de sneeuw die ligt

Onder de boomen, wordt van vocht doorzeefd,

En van de takken komt de sneeuwlast neer;

Op heuv'len zuidwaarts hellend ziet het oog

Reeds groene plaatsen door de sneeuw in 't rond,

Die grooter worden, vreugde voor den boer--

Zoo werd gehoord alom een stil gedrop,

De dingen weenden, wenschen wederkomst

Van Balder, en den goden deed dit goed.

Balder Dood (Matthew Arnold).

Uit de diepten van hun ondergrondsche gevangenis trachten de zon

(Balder) en de plantengroei (Nanna) den hemel (Odin) en de aarde

(Frigga) te verblijden door hun den ring Draupnir te zenden, het

symbool van de vruchtbaarheid, en het bebloemde kleed, symbool van

het karpet van groen dat de aarde weer zal bedekken en door zijn

bekoring haar schoonheid zal vergrooten.

De zedelijke beteekenis is niet minder schoon, want Balder en Hodur

zijn de zinnebeelden van de strijdende machten van goed en kwaad,

terwijl Loki den verzoeker personifieert.

In iedere ziel de wijze vindt

Geboren Hodur, Balders broeder blind,

Dan neemt hij toe, zijn kracht wordt meer

Want blind geboren wordt elk kwaad, als jonge beer,

Nacht is van kwaad het kleed; maar alle goed

Is steeds gehuld in wâ van licht en gloed.

De drukke Loki, die van ouds verleidt,

Gaat voorwaarts onophoud'lijk, vat altijd

Des blinden moord'naars hand, wiens vlugge speer

Doorboort jong Balders borst, die zon van Valhal's sfeer.

Viking-verhalen van het noorden (R. B. Anderson).

De vereering van Balder.

Een van de meest belangrijke feesten werd gehouden tijdens de

zomerzonnewende of den avond van midzomer, ter eere van Balder den

goede. Want men beschouwde dien dag als den gedenkdag van zijn dood

en van zijn neerdaling in de onderwereld. Op dien dag, den langsten

van het jaar, kwamen de menschen buiten bij elkander, staken groote

vreugdevuren aan en keken naar de zon, die in de hooge Noorsche

streken weinig beneden den horizon daalt eer zij weer opkomt. Van

midzomer worden de dagen langzamerhand korter en de zonnestralen

minder warm, tot de winterzonnewende, die "Moeder nacht" heette,

daar het de langste nacht was van het jaar. Midzomeravond, die eens

ter eere van Balder gevierd werd, heet nu St. Johannesdag, daar die

heilige Balder den goede geheel en al vervangen heeft.

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen · 第 33 / 46 题