HOOFDSTUK XV: VIDAR.

De zwijgende god.

Men verhaalt dat Odin eens verliefd was op de schoone reuzin Grid,

die woonde in een spelonk in de woestijn en dat, toen hij haar

vrijde, hij van haar gedaan kreeg dat zij zijn vrouw werd. Uit deze

verbintenis tusschen Odin (geest) en Grid (stof) kwam Vidar voort,

een zoon die even sterk als stil was, en dien de ouden beschouwden

als een verpersoonlijking van het oorspronkelijke woord of van de

onsterflijke natuurkrachten.

Evenals de goden, door Heimdall, nauw verbonden waren met de zee, waren

zij ook na verwant aan de bosschen en de natuur in het algemeen door

Vidar, die de "zwijgende" genoemd werd en die bestemd was hun ondergang

te overleven en te heerschen over een herboren aarde. Deze god woonde

in Landvidi (het wijde land), een paleis versierd met groene takken en

versche bloemen, gelegen in het midden van een ondoordringbaar oerwoud,

waar de diepste stilte heerschte en de eenzaamheid, door hem bemind.

Overgroeid met struiken

En met hoog gras

In Vidar's wijd land.

Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).

De oude Skandinavische opvatting van den zwijgenden Vidar is inderdaad

zeer grootsch en dichterlijk en werd ingegeven door het woeste

Noorsche landschap. "Wie heeft ooit gezworven door zulke wouden,

vele mijlen ver, in een onbegrensde verte, zonder pad, zonder doel,

tusschen hun geweldige schaduwen, hun gewijde duisternis, zonder

vervuld te zijn met diepen eerbied voor de verheven grootheid der

Natuur, die alle menschenwerk te boven gaat, zonder te voelen de

verhevenheid der idee die den grondslag vormt van Vidar's wezen?"

Vidar's schoen.

Vidar wordt afgebeeld als slank, welgebouwd en schoon, gekleed in

wapenrusting, omgord met een zwaard dat een breed lemmet heeft, en

geschoeid met een grooten ijzeren of lederen schoen. Volgens sommige

mythologen had hij deze eigenaardige voetbedekking te danken aan

zijn moeder Grid, die, wetende dat hij op den jongsten dag zou moeten

vechten tegen het vuur, haar als een bescherming bedoelde tegen het

vurig element, zooals haar ijzeren handschoen Thor had beschut in

zijn strijd tegen Geirrod. Maar andere bronnen zeggen dat zijn schoen

was gemaakt van de lederreepen, die Noorsche schoenlappers hadden

weggegeven of weggegooid. Daar het voornaamste was, dat de schoen

groot en sterk genoeg moest zijn om de scherpe tanden van Fenrils

wolf op den jongsten dag weerstand te bieden, was het een punt van

religieuse verplichting onder Noorsche schoenmakers zooveel stukken

en snippers leer als mogelijk was weg te geven.

De profetie van de Nornen.

Toen Vidar zijn makkers in het Valhalla ontmoette, heetten zij hem

vroolijk welkom, want zij wisten dat zijn groote kracht hun van goeden

dienst zou zijn in tijd van nood. Nadat zij hem vriendschappelijk

hadden onthaald op de gouden meede, beval Alvader hem te volgen naar

de Urdarfontein, waar de Nornen altijd bezig waren met het weven van

hun web. Door Odin ondervraagd aangaande zijn toekomst en Vidars lot,

antwoordden de drie zusters in orakeltaal en uitten elk een zin:

Vroeg begonnen.

Verder gesponnen.

Gedaan wat verzonnen.

Hier voegde haar moeder, Wyrd, de oorspronkelijke godin van het noodlot

bij: Met vreugd nog eens gewonnen. Deze geheimzinnige antwoorden

zouden volstrekt onbegrijpelijk zijn gebleven, had de godin niet

verklaard dat de tijd verder gaat, dat alles moet veranderen, dat

als zijn vader zou vallen in den laatsten slag, zijn zoon Vidar zijn

wreker zou zijn en zou leven om over een herboren wereld te heerschen,

nadat hij al zijn vijanden overwonnen had.

Daar zit Odins

Zoon op het paard;

Zal wreken zijn vader.

Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).

Terwijl Wyrd sprak, sidderden de bladeren van den wereldboom alsof

zij door een koelte bewogen werden, de arend op zijn hoogsten tak

klapte met zijn vleugels, en de slang Nidhug staakte een oogenblik

zijn vernielingswerk aan de wortelen van den Boom. Grid, bij vader

en zoon komend, verheugde zich met Odin toen zij hoorde dat hun zoon

bestemd was de oudere goden te overleven en over den nieuwen hemel

en de nieuwe aarde te heerschen.

Daar wonen Vidar en Vale

In de heilige verblijven,

Als het vuur van Surt is gebluscht.

Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).

Vidar sprak echter geen woord, maar keerde langzaam terug naar zijn

paleis Landvidi, in het hart van het oorspronkelijke woud en, daar,

op zijn troon zittend dacht hij lang na over eeuwigheid, toekomst

en oneindigheid. Als hij hare geheimen peilde, maakte hij ze nooit

openbaar, want de ouden verzekerden dat hij "zwijgend als het graf"

was--een zwijgen, dat aanduidde dat niemand weet wat hem in het

toekomstige leven te wachten staat.

Vidar was niet alleen een verpersoonlijking van de onvergankelijkheid

der natuur, maar hij was ook een zinnebeeld van de opstanding en

de vernieuwing, aanduidend de eeuwige waarheid dat nieuwe loten en

bloesems zullen ontluiken om te vervangen die welke afgevallen zijn.

De schoen dien hij droeg zou zijn verdediging zijn tegen den wolf

Fenris, die, Odin verslagen hebbende, zijn woede tegen hem zou keeren

en zijn vreeslijke kaken zou openen om hem te verslinden. Maar de oude

Noormannen zeiden dat Vidar den dus bekleeden voet zou uitstrekken

tegen de benedenkaak van het monster, en, de bovenkaak vastgrijpend,

met hem worstelen zou totdat hij hem in tweeën had gescheurd.

Daar slechts één schoen vermeld wordt in de Vidar-mythen,

vooronderstellen sommige mythologen dat hij maar één been had, en

de verpersoonlijking was van een waterstraal, die plotseling op den

jongsten dag zou opstijgen, om het woeste vuur uit te blusschen,

dat in den verschrikkelijken wolf Fenris verpersoonlijkt was.

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen · 第 24 / 46 题