De zwijgende god.
Men verhaalt dat Odin eens verliefd was op de schoone reuzin Grid,
die woonde in een spelonk in de woestijn en dat, toen hij haar
vrijde, hij van haar gedaan kreeg dat zij zijn vrouw werd. Uit deze
verbintenis tusschen Odin (geest) en Grid (stof) kwam Vidar voort,
een zoon die even sterk als stil was, en dien de ouden beschouwden
als een verpersoonlijking van het oorspronkelijke woord of van de
onsterflijke natuurkrachten.
Evenals de goden, door Heimdall, nauw verbonden waren met de zee, waren
zij ook na verwant aan de bosschen en de natuur in het algemeen door
Vidar, die de "zwijgende" genoemd werd en die bestemd was hun ondergang
te overleven en te heerschen over een herboren aarde. Deze god woonde
in Landvidi (het wijde land), een paleis versierd met groene takken en
versche bloemen, gelegen in het midden van een ondoordringbaar oerwoud,
waar de diepste stilte heerschte en de eenzaamheid, door hem bemind.
Overgroeid met struiken
En met hoog gras
In Vidar's wijd land.
Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).
De oude Skandinavische opvatting van den zwijgenden Vidar is inderdaad
zeer grootsch en dichterlijk en werd ingegeven door het woeste
Noorsche landschap. "Wie heeft ooit gezworven door zulke wouden,
vele mijlen ver, in een onbegrensde verte, zonder pad, zonder doel,
tusschen hun geweldige schaduwen, hun gewijde duisternis, zonder
vervuld te zijn met diepen eerbied voor de verheven grootheid der
Natuur, die alle menschenwerk te boven gaat, zonder te voelen de
verhevenheid der idee die den grondslag vormt van Vidar's wezen?"
Vidar's schoen.
Vidar wordt afgebeeld als slank, welgebouwd en schoon, gekleed in
wapenrusting, omgord met een zwaard dat een breed lemmet heeft, en
geschoeid met een grooten ijzeren of lederen schoen. Volgens sommige
mythologen had hij deze eigenaardige voetbedekking te danken aan
zijn moeder Grid, die, wetende dat hij op den jongsten dag zou moeten
vechten tegen het vuur, haar als een bescherming bedoelde tegen het
vurig element, zooals haar ijzeren handschoen Thor had beschut in
zijn strijd tegen Geirrod. Maar andere bronnen zeggen dat zijn schoen
was gemaakt van de lederreepen, die Noorsche schoenlappers hadden
weggegeven of weggegooid. Daar het voornaamste was, dat de schoen
groot en sterk genoeg moest zijn om de scherpe tanden van Fenrils
wolf op den jongsten dag weerstand te bieden, was het een punt van
religieuse verplichting onder Noorsche schoenmakers zooveel stukken
en snippers leer als mogelijk was weg te geven.
De profetie van de Nornen.
Toen Vidar zijn makkers in het Valhalla ontmoette, heetten zij hem
vroolijk welkom, want zij wisten dat zijn groote kracht hun van goeden
dienst zou zijn in tijd van nood. Nadat zij hem vriendschappelijk
hadden onthaald op de gouden meede, beval Alvader hem te volgen naar
de Urdarfontein, waar de Nornen altijd bezig waren met het weven van
hun web. Door Odin ondervraagd aangaande zijn toekomst en Vidars lot,
antwoordden de drie zusters in orakeltaal en uitten elk een zin:
Vroeg begonnen.
Verder gesponnen.
Gedaan wat verzonnen.
Hier voegde haar moeder, Wyrd, de oorspronkelijke godin van het noodlot
bij: Met vreugd nog eens gewonnen. Deze geheimzinnige antwoorden
zouden volstrekt onbegrijpelijk zijn gebleven, had de godin niet
verklaard dat de tijd verder gaat, dat alles moet veranderen, dat
als zijn vader zou vallen in den laatsten slag, zijn zoon Vidar zijn
wreker zou zijn en zou leven om over een herboren wereld te heerschen,
nadat hij al zijn vijanden overwonnen had.
Daar zit Odins
Zoon op het paard;
Zal wreken zijn vader.
Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).
Terwijl Wyrd sprak, sidderden de bladeren van den wereldboom alsof
zij door een koelte bewogen werden, de arend op zijn hoogsten tak
klapte met zijn vleugels, en de slang Nidhug staakte een oogenblik
zijn vernielingswerk aan de wortelen van den Boom. Grid, bij vader
en zoon komend, verheugde zich met Odin toen zij hoorde dat hun zoon
bestemd was de oudere goden te overleven en over den nieuwen hemel
en de nieuwe aarde te heerschen.
Daar wonen Vidar en Vale
In de heilige verblijven,
Als het vuur van Surt is gebluscht.
Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).
Vidar sprak echter geen woord, maar keerde langzaam terug naar zijn
paleis Landvidi, in het hart van het oorspronkelijke woud en, daar,
op zijn troon zittend dacht hij lang na over eeuwigheid, toekomst
en oneindigheid. Als hij hare geheimen peilde, maakte hij ze nooit
openbaar, want de ouden verzekerden dat hij "zwijgend als het graf"
was--een zwijgen, dat aanduidde dat niemand weet wat hem in het
toekomstige leven te wachten staat.
Vidar was niet alleen een verpersoonlijking van de onvergankelijkheid
der natuur, maar hij was ook een zinnebeeld van de opstanding en
de vernieuwing, aanduidend de eeuwige waarheid dat nieuwe loten en
bloesems zullen ontluiken om te vervangen die welke afgevallen zijn.
De schoen dien hij droeg zou zijn verdediging zijn tegen den wolf
Fenris, die, Odin verslagen hebbende, zijn woede tegen hem zou keeren
en zijn vreeslijke kaken zou openen om hem te verslinden. Maar de oude
Noormannen zeiden dat Vidar den dus bekleeden voet zou uitstrekken
tegen de benedenkaak van het monster, en, de bovenkaak vastgrijpend,
met hem worstelen zou totdat hij hem in tweeën had gescheurd.
Daar slechts één schoen vermeld wordt in de Vidar-mythen,
vooronderstellen sommige mythologen dat hij maar één been had, en
de verpersoonlijking was van een waterstraal, die plotseling op den
jongsten dag zou opstijgen, om het woeste vuur uit te blusschen,
dat in den verschrikkelijken wolf Fenris verpersoonlijkt was.