De vlugge god.
Een andere zoon van Odin was Hermod, zijn speciale dienaar, een
schitterende en schoone jonge god, die begaafd was met groote snelheid
van beweging en daarom als de snelle of vlugge god werd aangeduid.
Maar een was er, van alle goden d' eerste,
In snelheid, Hermod werd zijn naam genoemd,
Het vlugst was hij.
Balder Dood (Matthew Arnold).
Wegens deze belangrijke eigenschap deed Hermod doorgaans bij de
goden als bode dienst, en op een enkel teeken van Odin was hij altijd
bereid om zich naar welk deel der schepping ook heen te spoeden. Als
een bijzonder bewijs van gunst gaf Alvader hem een prachtig pantser
en een helm, die hij dikwijls aandeed als hij ging deelnemen aan het
gevecht, en soms vertrouwde Odin aan zijn zorg toe de kostbare speer
Gungnir, en gebood hem die over de hoofden der strijdenden te werpen,
die op het punt waren den slag te wagen, opdat hun moed tot moordende
woede zou worden aangezet.
Laat ons Odin bidden
In ons te varen;
Hij geeft en gunt
Den goeden goud;
Hij gaf aan Hermod
Een helm en pantser.
Saemunds Edda.
Hermod had behagen in het gevecht en heette dikwijls "de moedige in
den slag", en werd vereenzelvigd met den god van het Al, Irmin. Men
zegt dat hij soms de Valkyren vergezelde op hun rit naar de aarde,
en vaak de krijgers naar het Valhalla begeleidde, waarom hij beschouwd
werd als de gids der heldhaftige dooden.
Tot hem sprak Hermoden, sprak Brage:
"Wij groeten u uit naam van allen,
Bij de goden bekend om uw moed zijt gij,
En zij nooden u uit in hun hallen.
Owen Meredith.
Hermod's kenmerkend attribuut was, behalve zijn pantser en helm, een
stok of staf, die Gambantein heette, het teeken van zijn waardigheid,
dat hij overal mededroeg.
Hermod en de Waarzegger.
Eens door onbepaalde angsten voor de toekomst gedrukt en van de Nornen
geen voldoende antwoorden op zijn vragen kunnende verkrijgen, beval
Odin Hermod zijn wapenrusting aan te doen en Sleipnir te zadelen, dien
hij, behalve Odin, alleen berijden mocht, en zich te spoeden naar het
land van de Finnen. Dit volk, dat in de bevroren poolstreken woonde,
had--zoo meende men--behalve dat het de koude stormen kon verwekken,
die van het noorden aanwoeien en veel ijs en sneeuw in hun gevolg
meebrachten, groote geheimzinnige vermogens.
De beroemdste van deze Finsche toovenaars was Rossthiof (de
paardendief) die gewoon was reizigers in zijn gebied te halen door
middel van magische kunsten, om hen te berooven en te vermoorden, en
hij vermocht de toekomst te voorspellen, ofschoon hij steeds onwillig
was het te doen.
Hermod, "de snelle" reed vlug noordwaarts, met de opdracht dezen Fin
te zoeken, en in plaats van zijn eigen stok droeg hij Odins runenstaf,
dien Alvader hem had gegeven om alle belemmeringen, die Rossthiof
tegen hem zou mogen in het werk stellen, uit den weg te ruimen. In
weerwil van de schimachtige monsters en de onzichtbare hinderlagen en
valstrikken, kon Hermod de woning van den toovenaar veilig bereiken,
en toen de reus hem aanviel, kon hij hem met gemak overwinnen en
bond hij hem aan handen en voeten, zeggende dat hij hem niet vrij
zou laten eer hij beloofde alles te openbaren wat hij wilde weten.
Toen Rossthiof zag dat er geen kans op ontvluchten was, beloofde hij
te zullen doen als zijn overwinnaar wenschte, en, in vrijheid gesteld,
begon hij dadelijk bezweringen te mompelen. Zoodra deze gehoord werden,
verborg zich de zon achter de wolken, de aarde schudde en beefde,
en de stormwinden huilden, als een troep hongerige wolven.
Naar den horizon wijzende zei de toovenaar dat Hermod moest zien,
en de snelle god zag in de verte een grooten stroom bloed die den
grond rood maakte. Terwijl hij keek naar dien wonderbaren stroom
verscheen plotseling een oude vrouw en een oogenblik later stond een
klein kind naast haar. Tot verbazing van den god groeide dit kind zóó
wonderbaarlijk snel dat hij weldra volwassen was, en Hermod bespeurde
dat hij stoutmoedig een boog met pijlen zwaaide.
Rossthiof begon nu de voorteekenen te verklaren, die zijn kunst
bezworen had, en hij legde uit dat de stroom bloed den moord van
een der zonen van Odin aanduidde, maar dat als de vader der goden
zou vrijen en veroveren Rinda, in het land der Ruthenen (Russen),
zij hem een zoon zou baren die volwassen zou zijn in een paar uur en
zijn broeders dood wreken zou.
Rind zal baren een zoon,
In de west'lijke hallen;
Hij zal Odins zoon verslaan,
Één nacht oud.
Saemunds Edda.
Hermod luisterde aandachtig naar de woorden van Rossthiof en bij
zijn terugkeer naar Asgard vertelde hij alles wat hij gezien en
gehoord had aan Odin, wiens vreezen bevestigd werden, en die dus met
zekerheid wist dat hij een zoon door een gewelddadigen dood verliezen
zou. Hij troostte zich echter met de gedachte dat een ander van zijn
afstammelingen de misdaad zou wreken en hij dus de genoegdoening zou
krijgen die een echte Noorman altijd verlangde.