De wachter van de goden.
Toen hij eens langs het zeestrand wandelde, zag Odin negen schoone
reuzinnen, de golfmeisjes Gialp, Creip, Egia, Augeia, Ulfrun, Aurgiafa,
Sindur, Atla en Iarnsaxa, in diepen slaap op het witte zand. De god van
de lucht werd zóó bekoord door deze schoone wezens, dat, zooals de Edda
vertelt, hij alle negen huwde, en zij werkten op hetzelfde oogenblik
samen tot de geboorte, van een zoon, die den naam Heimdall kreeg.
'k Ben een kind van negen moeders,
'k Ben een zoon van negen zusters.
Saemunds Edda.
De negen moeders voedden hun kind met de kracht der aarde, de
vochtigheid der zee en de hitte der zon, en deze zonderlinge leefregel
bleek zóó versterkend, dat de jonge god in een verwonderlijk korten
tijd volwassen was, en zich naar zijn vader in Asgard spoedde. Hij
trof de goden aan terwijl zij met trots de regenboogbrug beschouwden,
die zij juist uit vuur, lucht en water hadden gemaakt; nog kan men
deze drie grondstoffen duidelijk zien in haar langen boog, waar de
drie hoofdkleuren schitteren: het rood dat het vuur, het blauw dat
de lucht en het groen dat de koele diepten van de zee aanduidt.
De wachter van den regenboog.
Deze brug verbond hemel en aarde en eindigde onder de schaduw van
den machtigen wereldboom Yggdrasil, dicht bij de fontein, waar Mimir
wacht hield, en de eenige belemmering om ten volle van het prachtige
schouwspel te genieten, was de vrees dat de vorstreuzen er over heen
zouden gaan en zoo in Asgard binnendringen.
De goden hadden besproken dat het geraden was een betrouwbaren wachter
aan te stellen, en zij heetten den nieuweling welkom als iemand die
volkomen geschikt was om die ernstige taak te vervullen.
Heimdall nam gaarne de verantwoordelijkheid op zich, en van nu af
aan hield hij dag en nacht de wacht over den regenboogweg die naar
Asgard voerde.
Bifröst in 't oosten blonk in kleuren rein;
En op zijn top, in blanksten schijn,
Bleek Heimdall op zijn post te zijn.
Oehlenschläger.
Ten einde hun wachter in staat te stellen de nadering van een
vijand van verre te zien, gaven de goden hem zóó scherpe zintuigen,
dat--zooals men zegt--hij het gras op de heuvelhelling en de wol op
den rug van het schaap kon hooren groeien; dat hij honderd mijlen ver
zoowel 's daags als 's nachts duidelijk kon zien; en bij dit alles
had hij minder slaap noodig dan een vogel.
Bij angst'ge reuzen meer bekend
Dan hij die zit in rust omhoog,
Wachter der lucht, en sluit geen oog.
Lied van Skirner.
Heimdall werd verder toegerust met een schitterend zwaard en een
wonderbare trompet, Giallar-hoorn geheeten, en de goden bevalen
hem er op te blazen als hij hun vijanden zag aankomen, zeggende dat
de klank er van alle wezens in den hemel, op aarde en in Niflheim
zou wekken. De laatste hevige stoot er in zou de komst van den dag
aangeven waarop de laatste strijd zou gestreden worden.
Ten strijd zijn de goden geroepen
Door den ouden
Giallar-hoorn,
Luid blaast Heimdall,
Zijn klank is in de lucht.
Saemunds Edda.
Om dit instrument, dat een zinnebeeld was van de wassende maan, altijd
bij de hand te hebben, hing Heimdall het aan een tak van den Yggdrasil
boven zijn hoofd of liet het zinken in de wateren van Mimirs bron. In
deze bron lag het naast Odins oog, dat een zinnebeeld was van de maan
wanneer zij vol is.
Heimdalls paleis, Himinbiorg geheeten, lag op het hoogste punt van
de brug, en hier bezochten de goden hem dikwijls om te smullen aan
de heerlijke mee die hij hun voorzette.
't Wordt genoemd Himinbiorg,
Waar Heimdall, zegt men,
Heeft woning en heerscht.
Daar de wachter drinkt
In still' oude hal
Vroolijk goede mee.
Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).
Heimdall werd altijd afgebeeld in schitterende witte rusting, en hij
werd daarom genoemd de blinkende god. Hij stond ook bekend als de
lichte, onschuldige en genaderijke god, en alle goden hielden van
hem. Van moeders zijde verwant aan de zee werd hij somtijds tot de
Vana's gerekend; en daar de oude Noormannen, vooral de IJslanders,
wien de omringende zee het belangrijkste element scheen, dachten dat
alles uit haar was voortgekomen, kenden zij hem een alles omvattende
kennis toe en hielden hem voor bijzonder wijs.
Van d' Aesir de schoonste
Zag hij vooruit
Als d' and're Vanir.
Saemunds Edda.
Heimdall werd verder onderscheiden door zijn gouden tanden, die
lichtten als hij sprak, en hem den bijnaam Gullintani (goudtandige)
bezorgden. Hij was ook de fiere bezitter van een vlug, goudmanig paard
dat Gull-top heette, en dat hem heen en weer droeg over de beweeglijke
regenboogbrug. Deze ging hij vele malen per dag over, maar vooral in
den vroegen morgen, en op dit uur droeg hij, als heraut van den dag,
den naam Heimdellinger.
Vroeg reeds op Bifröst
Reed Ulfruns zoon,
De horenblazer
Van Himinbiörg.
Saemunds Edda.
Loki en Freya.
Zijn buitengewoon scherp gehoor was oorzaak dat Heimdall op zekeren
nacht door het geluid van zachte stappen--als van een kat--werd
opgeschrikt; dit geluid kwam van den kant van Freya's paleis,
Folkvang. Heimdall wierp zijn arendsblik door het duister en bespeurde
dat het geluid werd veroorzaakt door Loki, die, heimelijk als een vlieg
het paleis binnengekomen, naar Freya's bed was gegaan en haar blinkend
gouden halsketen Brisinga-men, het zinnebeeld van de vruchtbaarheid
der aarde, wilde stelen.
Heimdall zag dat de godin in haar slaap zóó lag dat niemand met
mogelijkheid de keten kon losmaken zonder haar te wekken. Loki stond
eenige oogenblikken aarzelend naast het bed, en begon toen vlug
de runen te mompelen waardoor de goden naar willekeur hun gedaante
konden veranderen. Toen hij dit deed, zag Heimdall hem kleiner worden,
totdat hij de afmeting en gedaante had gekregen van een vloo, en toen
kroop hij onder de dekens en beet Freya in de zij, zoodat zij anders
ging liggen zonder dat zij wakker was geworden.
De gesp was nu zichtbaar en Loki maakte ze behoedzaam los en maakte
zich van den begeerden schat meester, terwijl hij er dadelijk mee
wegsloop. Heimdall schoot onmiddellijk naar voren om den nachtelijken
dief te vervolgen, haalde hem spoedig in, trok zijn zwaard uit
zijn scheede, om hem het hoofd af te slaan, toen de god zich in een
flikkerende blauwe vlam veranderde. Snel als de gedachte nam Heimdall
de gedaante aan van een wolk en zond een stroom regen neer om het
vuur te blusschen; maar Loki veranderde even snel zijn gestalte in
die van een grooten ijsbeer en opende zijn grooten muil om het water
te verzwelgen. Heimdall, in het geheel niet bang, nam toen eveneens
de gedaante aan van een beer en deed een moedigen aanval, maar toen
het gevecht voor Loki noodlottig dreigde te eindigen, veranderde
deze zich in een zeehond, en Heimdall desgelijks, waarop een laatste
worsteling plaats greep, die hiermede eindigde, dat Loki den ketting
moest teruggeven, die behoorlijk aan Freya weerom kwam.
In deze mythe is Loki een zinnebeeld van de droogte, of van de
verderfelijke invloeden van de te verschroeiende zonnehitte,
die de aarde (Freya) komt berooven van haar schoonsten sier
(Brisinga-men). Heimdall is een verpersoonlijking van den weldadigen
regen en dauw, die, na een poos worstelen met zijn vijand, de droogte,
hem de baas wordt en hem dwingt zijn buit af te staan.
Heimdall's namen.
Heimdall heeft verschillende andere namen, onder welke wij vinden
die van Hallinskide en Irmin, want soms vervangt hij Odin en wordt
vereenzelvigd met dien god, evenals met andere zwaardgoden, Er, Heru,
Cheru en Tyr, die allen beroemd zijn door hun schitterende wapenen. Hij
echter is het meest bekend als de wachter van den regenboog en de god
des hemels en van de vruchtbare regens en den dauw die verfrissching
aan de aarde brengen.
Heimdall deelde ook met Bragi de eer van de helden in het Valhalla
welkom te heeten, en, onder den naam van Riger, gold hij als de
goddelijke voorvader van de verschillende groepen, die het menschelijke
geslacht uitmaken, zooals blijkt in het volgende verhaal.
De geschiedenis van Riger.
"Heilige kind'ren,
Groot en klein,
Zonen van Heimdall".
Saemunds Edda.
Heimdall verliet op zekeren dag zijn plaats in Asgard om op aarde
te dalen zooals de goden gewoon waren. Hij was niet ver gegaan, toen
hij aan een armelijke hut op het zeestrand kwam, waar hij aantrof Ai
(overgrootvader) en Edda (overgrootmoeder), een arm maar waardig paar,
dat hem gastvrij uitnoodigde om hun eenvoudig maal varkensvleesch te
deelen. Heimdall, die zich Riger noemde, nam verheugd deze invitatie
aan en bleef bij het paar drie dagen, terwijl hij hen veel leerde. Na
verloop van dien tijd hervatte hij zijn reis. Kort na zijn bezoek,
baarde Edda een donkeren, dikken jongen, dien zij Thrall noemde.
Thrall toonde weldra buitengewone physieke kracht en een grooten aanleg
voor allen zwaren arbeid; en toen hij groot geworden was, nam hij tot
vrouw Thyr, een zwaar gebouwd meisje met door de zon gebruinde handen
en platte voeten, die, evenals haar man, vroeg en laat werkte. Vele
kinderen werden dit paar geboren, en van hen stamden alle slaven van
de noordelijke landen af.
Zij hadden kind'ren
En leefden gelukkig;
Z' omheinden landen,
Bemestten 't ploegveld,
Hoedden varkens,
Weidden geiten,
Groeven veen.
Rigsmál.
Na de arme hut op de kale zeekust te hebben verlaten was Riger
het land ingegaan, waar hij spoedig aan bebouwde velden kwam en een
aanzienlijke boerderij. Deze vriendelijke woning binnentredend vond hij
Afi (grootvader) en Amma (grootmoeder) die hem gastvrij uitnoodigden
te gaan zitten en mede te eten van het eenvoudige maar overvloedige
maal dat zij zouden gebruiken.
Riger nam de uitnoodiging aan en hij bleef drie dagen bij zijn gastheer
en gastvrouw, terwijl hij hun intusschen allerlei nuttige kennis
mededeelde. Na zijn vertrek uit hun huis baarde Amma een blauwoogigen
forschen knaap, dien zij Karl noemde. Toen hij groot werd spreidde hij
enorme kennis van landbouwzaken ten toon, en te zijner tijd trouwde
hij een vlugge en huishoudelijke vrouw, Snor geheeten, die hem vele
kinderen baarde, van wie het ras der landbouwers afkomstig is.
Hij groeid' op,
Gedijde flink;
Hij temde ossen,
Maakte ploegen;
Bouwde huizen,
Maakte schuren,
Maakte wagens
En dreef den ploeg.
Rigsmál.
Nadat hij dit huis van het tweede paar had verlaten, vervolgde Riger
zijn reis, totdat hij kwam aan een heuvel, waarop een statig kasteel
was gebouwd. Hier werd hij ontvangen door Fadir (vader) en Modir
(moeder), die, wel gevoed en weelderig gekleed, hem hartelijk welkom
heetten, en hem voorzetten lekkere spijzen en heerlijke wijnen.
Riger bleef drie dagen bij dit paar en keerde vervolgens naar
Himinbiorg terug om zijn taak als wachter van de Asa-brug te hervatten;
en spoedig daarop baarde de vrouw van het kasteel een schoonen,
slank gebouwden knaap, dien zij Jarl noemde. Dit kind toonde vroeg
groote liefde voor de jacht en allerlei krijgsmansoefeningen, leerde de
runen verstaan en liefde om groote daden van dapperheid te verrichten,
die zijn naam beroemd maakten en glorie gaven aan zijn geslacht. Man
geworden huwde Jarl Erna, een aristokratisch en slank gebouwd meisje,
dat zijn huishouden met verstand waarnam en hem vele kinderen baarde,
allen bestemd om te regeeren; de jongste van dezen, Konur, werd de
eerste koning van Denemarken. Deze mythe geeft goed aan het sterk
klassegevoel onder de noordelijke volken.
Op groeiden
Jarl's zonen;
Zij temden paarden,
Bogen schilden
Gladden pijlen,
Drilden speren,
Maar Kon, de jongste,
Wist de runen
Eeuw'ge runen
En levensrunen.
Rigsmál.