HOOFDSTUK V: TYR.

De god van den oorlog.

Tyr, Tiu of Ziu was de zoon van Odin, en, volgens verschillende

mythologen, was zijn moeder Frigga, de koningin van de goden, of een

schoone reuzin wier naam onbekend is, maar die de verpersoonlijking

was van de onrustige zee. Hij is de god van de krijgseer, en een van

de twaalf hoofdgodheden van Asgard. Ofschoon hij er geen speciale

woning schijnt te hebben gehad, was hij altijd welkom te Vingolf of

Valhalla, en zat op een van de twaalf tronen in de groote vergaderhal

van Gladsheim.

Gladsheim, de hal, die is uit goud gewrocht,

Waar, in een cirkel, twalef stoelen staan

Van goud, in 't midden Odins troon het hoogst.

Balder Dood (Matthew Arnold).

Als de god van moed en oorlog, werd Tyr dikwijls door de verschillende

volken van het Noorden aangeroepen, die zich, tot hem, evenals tot

Odin, wendden, om de overwinning. Dat hij naast Odin en Thor stond,

blijkt uit zijn naam Tiu, die aan een van de dagen der week is

gegeven, Tiu's dag, wat in het moderne Engelsch is geworden Tuesday

(Dinsdag). Onder den naam Ziu, was Tyr de voornaamste god van de

Suaven, die oorspronkelijk hun hoofdstad, het tegenwoordige Augsburg,

Ziusburg noemden. Dit volk, den god vereerende zooals het dat deed, was

gewoon hem te huldigen in de gestalte van een zwaard, zijn kenmerkend

attribuut, en hield hem ter eere groote zwaarddansen, bestaande uit

verschillende figuren. Soms vormden de deelnemers twee lange lijnen,

kruisten hunne zwaarden, met de punten naar boven, en noodigden den

stoutmoedigsten onder hen uit vliegensvlug er over heen te springen. Op

andere tijden hielden de krijgers hun zwaardpunten dicht bij elkander

in den vorm van een roos of een wiel, en als deze figuur volkomen was,

noodigden zij hun aanvoerder uit op het dus gevormde kruispunt van

vlakke, schitterende zwaarden te gaan staan, en dan droegen zij hem

er op in triomf door het legerkamp. De zwaardspits werd verder als

zóó heilig beschouwd dat het gebruik werd er eeden op te zweren.

Komt herwaarts, heeren,

En legt uw handen neder op mijn zwaard;

Dat nooit g' iets zeggen zult van wat gij hoordet,

Zweert bij mijn zwaard het."

Noorsche mythen uit de Edda's en de sagen · 第 13 / 46 题