De god van den oorlog.
Tyr, Tiu of Ziu was de zoon van Odin, en, volgens verschillende
mythologen, was zijn moeder Frigga, de koningin van de goden, of een
schoone reuzin wier naam onbekend is, maar die de verpersoonlijking
was van de onrustige zee. Hij is de god van de krijgseer, en een van
de twaalf hoofdgodheden van Asgard. Ofschoon hij er geen speciale
woning schijnt te hebben gehad, was hij altijd welkom te Vingolf of
Valhalla, en zat op een van de twaalf tronen in de groote vergaderhal
van Gladsheim.
Gladsheim, de hal, die is uit goud gewrocht,
Waar, in een cirkel, twalef stoelen staan
Van goud, in 't midden Odins troon het hoogst.
Balder Dood (Matthew Arnold).
Als de god van moed en oorlog, werd Tyr dikwijls door de verschillende
volken van het Noorden aangeroepen, die zich, tot hem, evenals tot
Odin, wendden, om de overwinning. Dat hij naast Odin en Thor stond,
blijkt uit zijn naam Tiu, die aan een van de dagen der week is
gegeven, Tiu's dag, wat in het moderne Engelsch is geworden Tuesday
(Dinsdag). Onder den naam Ziu, was Tyr de voornaamste god van de
Suaven, die oorspronkelijk hun hoofdstad, het tegenwoordige Augsburg,
Ziusburg noemden. Dit volk, den god vereerende zooals het dat deed, was
gewoon hem te huldigen in de gestalte van een zwaard, zijn kenmerkend
attribuut, en hield hem ter eere groote zwaarddansen, bestaande uit
verschillende figuren. Soms vormden de deelnemers twee lange lijnen,
kruisten hunne zwaarden, met de punten naar boven, en noodigden den
stoutmoedigsten onder hen uit vliegensvlug er over heen te springen. Op
andere tijden hielden de krijgers hun zwaardpunten dicht bij elkander
in den vorm van een roos of een wiel, en als deze figuur volkomen was,
noodigden zij hun aanvoerder uit op het dus gevormde kruispunt van
vlakke, schitterende zwaarden te gaan staan, en dan droegen zij hem
er op in triomf door het legerkamp. De zwaardspits werd verder als
zóó heilig beschouwd dat het gebruik werd er eeden op te zweren.
Komt herwaarts, heeren,
En legt uw handen neder op mijn zwaard;
Dat nooit g' iets zeggen zult van wat gij hoordet,
Zweert bij mijn zwaard het."