De lotgevallen van den heer van Koslou.
Op herhaald verzoek van August moest zijn gastheer hem zijne lotgevallen
mededeelen. Gaarne voldeed deze daaraan. Wij zullen ze thans ook aan
onze lezers kortelijk bekend maken.
Dirk Snel had als wagenmakersknecht Weenen, Dresden, Berlijn, Hamburg en
Londen doorreisd, en was eindelijk naar Petersburg gekomen. Hij zocht
overal de kundigste meesters op. Het was hem minder om hoog loon te
doen, dan wel om een regt bekwaam wagenmaker te worden. Hij bezocht
tevens slotenmakers, smidsbazen, zadelmakers en andere handwerkslieden,
die ieder het hunne moeten leveren om eenen regt fraaijen wagen te
maken. Met eenen van de beste zadelmakers en eenen gunstig bekenden smid
reisde hij naar Rusland. Spoedig vond hij datgene bewaarheid, wat men
hem vroeger te Londen had gezegd, dat, namelijk, de kunst van het
wagenmaken te Petersburg lang niet op dezelfde hoogte stond als in
andere groote steden. "Ware zulks het geval niet," dacht hij, "dan moest
men in deze stad de fraaije koetsen en gemakkelijke reiswagens niet uit
Londen laten overkomen. Hier zou een kundig werkman dus zijn brood wel
kunnen verdienen!"
[Illustratie]
Hij trad te Petersburg bij eenen wagenmaker in dienst, dien men algemeen
voor den besten hield; en alhoewel deze de Duitsche taal sprak, zoo
besteedde hij toch al zijne vrije uren om de Russische grondig te
leeren. Spoedig bood hij aan, met behulp van zijne twee vrienden, den
zadelmaker en den smid, een staatsierijtuig te vervaardigen, dat even
fraai en degelijk bewerkt zou zijn als een uit Londen. Het rijtuig werd
hem besteld, en het beviel algemeen.
Hierdoor kreeg zijn baas weldra talrijke bestellingen, waarom het loon
van Dirk aanzienlijk verhoogd werd, die tot meesterknecht werd
bevorderd. Na verloop van eenigen tijd maakte zijn baas, die hem vast
aan zich wilde verbinden, een contract met hem, waarbij aan Dirk de
halve winst in alles werd toegezegd. Binnen korten tijd won Dirk
zooveel, dat hij de geheele werkplaats van zijnen meester kon overnemen,
dien hij daartoe wel geneigd vond, omdat de man reeds hoog bejaard was,
geene kinderen had, en zich gaarne van zijne zaken wilde ontdoen, ten
einde zijne overige levensdagen in rust te kunnen doorbrengen.
Langzamerhand werd de werkplaats tot eene groote fabriek uitgebreid en
een uitgestrekt magazijn daarbij getrokken, waarin koetsen en sleden van
allerlei soort te koop stonden. Later huwde Dirk de eenige dochter van
eenen vermogenden koopman, die, even als zijne vrouw, in Duitschland was
geboren. Thans behoefde hij in zijne fabriek niet meer mede te werken.
Hij hield enkel het opzigt over zijne knechts, waarbij het hem
uitmuntend te stade kwam, dat hij van al hunne werkzaamheden eenige
kennis had. Voortaan belastte hij zich ook met de handelszaken van
zijnen schoonvader, hetgeen eenen zoo schranderen en ijverigen man niet
zwaar viel. Na den dood van dezen kwam hij tot het geheele bezit van
diens vermogen, dat meer dan een millioen bedroeg, en bleef de zaken
voortzetten, waarbij hij veel geluk had.
Toen de oorlog met Frankrijk was uitgebarsten, nam hij groote
leveranciën voor het leger op zich. Men was daarbij even tevreden over
zijne stiptheid als over zijne eerlijkheid. Hij ontving den titel van
keizerlijk Russisch financieraad, werd tot den adelstand verheven, en
droeg den naam van zijne aangekochte bezitting Koslou.