III.

De herdersknaap volbrengt het plan naar wensch.

De knaap, die der grafelijke familie tot gids had gediend, heette Dirk

Snel. Hoe laat het ook door het onverwachte oponthoud was geworden, toch

ging hij zijnen zieken vader nog bezoeken, die wel twee uren verder

woonde. Tot zijn innige vreugde vond hij den beminden man oneindig

beter, en zelfs buiten alle gevaar. Hij stelde den laatste aanstonds het

rijke geschenk ter hand, dat hij van de gravin had ontvangen, en ging

vervolgens met goed vinden van zijnen vader het een en ander koopen, dat

den zieke zou verkwikken. Hij bragt te dien einde wittebrood, eene

flesch wijn, en een paar pond vleesch mede; welk laatste artikel hij

dadelijk op het vuur zette, om voor den zieke eene krachtige soep klaar

te maken.

Zoodra den volgenden dag de zon opkwam, begaf onze Dirk zich naar het

bosch, waar hij den nachtegaal den vorigen avond zoo heerlijk had hooren

slaan, toen hij het reizende gezelschap langs het voetpad geleidde. Het

was hem naauwkeurig bekend waar het nest van den nachtegaal was. Er

stond te midden van loofrijk geboomte een oude, holle boom. Daar moest

hij het nest zoeken. Het nestje bestond van buiten uit dorre bladeren en

stroohalmpjes, maar de binnenzijde was met kleine vederen, haar en

andere zachte stoffen regt aardig voor de jongen in orde gebragt. Toen

hij het nest de laatste keer had gezien--zulks herinnerde hij zich

duidelijk--lagen er vijf kleine eijeren in, die van eene bruinachtig

groene kleur waren. Toen hij het nu beschouwde, zag hij, tot zijne

groote vreugde, dat de eijeren alle waren uitgekomen, zoodat er nu vijf

jongen in het nest lagen. Thans liep hij haastig naar Sterreveld, om de

plaats in oogenschouw te nemen, werwaarts hij het nest wilde brengen.

Ook deze beantwoordde aan zijne verwachting.

Dienzelfden dag gelukte hem, de beide oude vogels op te vangen. Nu

haalde hij het nest voorzigtig uit den boom, en borg dat met de beide

oude vogels in eene kooi, waarna hij zich met zijne vangst naar

Sterreveld spoedde.

Eerst laat in den avond kwam hij aldaar aan, en werd, gelijk de jonge

graaf hem beloofd had, door den tuinman regt vriendelijk ontvangen.

Naast het slot stond een liefelijk boschje. Behalve eiken en beuken vond

men er ook nog allerlei andere boomen in. De aardige lanen, die

kronkelend door dit boschje liepen, waren netjes met wit zand bestrooid.

Hier en daar vond men een tafeltje met tuinstoelen, terwijl midden in

het boschje eene ronde plek was opengelaten, alwaar allerlei fraaije

bloemen met veel smaak geplant waren. In eenen hoek van het boschje,

waar schilderachtige heuveltjes waren aangelegd en het loof der boomen

als in elkander was gegroeid, stond eene aardige hermitage. Deze

hermitage geleek veel naar eene kapel, die in zeer ouden stijl was

gebouwd.

Een beekje, dat schuimend van de hoogte afliep, stroomde, helder als

kristal, voorbij de hermitage, en het bekoorlijke geklater, dat men

hoorde, maakte deze stille en eenzame plaats nog aangenamer. Dit was het

lievelingsplekje van de gravin, alwaar zij zich vaak met een boek of

eenig handwerk kwam nederzetten, wanneer hare dochters in de muziek of

taalkennis onderrigt ontvingen. Daarom had haar zoon deze plaats

uitgekozen.

Ongeveer honderd schreden van die hermitage stond, in het digte groen

der boomen, digt bij het beekje, een oude boom, die er nagenoeg juist

zoo uitzag, als de holle boom, op welken Dirk het nest van de

nachtegaals had gevonden. De laatstgenoemde, die goed op alles gelet en

hier vooruit reeds alles in gereedheid had gebragt, begaf zich nu in den

nacht met zijne kooi derwaarts, terwijl de maan helder scheen, plaatste

het nest op den bewusten boom naauwkeurig zoo, als het op den anderen

had gezeten, en liet de ouden daarop vliegen. De jonge graaf, die hem

uit nieuwsgierigheid had vergezeld, zag met veel genoegen, hoe schrander

Dirk bij alles te werk ging, en prees hem zeer over zijne behendige

uitvoering.

Den volgenden morgen verborg de knaap zich in het groen, en luisterde,

of de oude vogels hunne jongen kwamen voederen. Het duurde niet lang, of

de jongen begonnen van honger luid te piepen--en kort daarna had hij het

onuitsprekelijke genoegen, de oude vogels naar het nest te zien vliegen

en hen de jongen te zien voederen. "Nu is de zaak geheel in orde!" riep

hij juichend uit, ijlde naar den jongen graaf en bragt dezen het welkome

berigt. "Binnen twee dagen," zeide hij, "zult gij den nachtegaal stellig

hooren zingen!"

"Nu, dat is goed!" antwoordde de jongeling, "en de vijftig gulden liggen

voor u gereed. Blijf nog een oogenblik hier, dan zal ik u het geld ter

hand stellen en kunt gij het nog heden naar huis brengen."

Mijne jonge lezers zullen zich wel eenigzins verwonderen, dat een

zestienjarige jongeling zoo maar vijftig gulden kon wegschenken; dan hij

had zijn plan, waarmede hij zijne moeder op haren geboortedag wilde

verrassen, aan zijne zusters medegedeeld, waarop ook deze van ganscher

harte hare spaarpenningen bij elkander hadden gelegd, ten einde aldus de

beloofde som bijeen te brengen.

De nachtegaal Verhalen voor de jeugd · 第 9 / 33 题