Het verjaarfeest.
Twee dagen later vierde de gravin haren geboortedag. De zon verrees dien
dag heerlijk aan de kimmen; het geheele luchtruim was helder en
onbewolkt. De jonge graaf bezocht ongemerkt de hermitage--en hoor! daar
sloeg de nachtegaal. Gedurende den geheelen dag kwamen vrienden en
bekenden de gravin gelukwenschen. Toen eerst laat op den avond alle
bezoek had opgehouden, zeide de gravin tot hare kinderen: "komt, nu
moesten wij nog een uurtje van dezen drukken dag in kalme rust bij
elkander zitten!"
Zij ging met hare kinderen in den tuin. Was de dag schoon geweest de
lenteavond was niet minder fraai.
"Wij konden waarlijk het avondeten wel in de hermitage gaan gebruiken!"
riep de jonge graaf uit, die zich hield, alsof hem dit denkbeeld
toevallig voor den geest was gekomen. "Het is daar zoo aangenaam
zitten!"
De gravin had veel behagen in dit voorstel. Gezamenlijk wandelden zij
naar de hermitage en plaatsten zich rondom de tafel, die onder eenen
grooten eik voor dezelve stond. De maan wierp hare stralen door de
takken van den eikenboom, bestrooide, om mij zoo eens uit te drukken,
het voorbijvlietende beekje met flonkerende sterretjes, verlichtte de
kapel op hare eigenaardige, bijna zou ik zeggen, tooverachtige wijze, en
liet hare stralen in het zilverwerk weerkaatsen, dat op de tafel stond.
Behalve de geurige bloemen, die hier geplant waren, genoot men ook den
geur van kostbare gewassen, die in sierlijke potten geplant waren. Men
kon dus in den waren zin des woords zeggen, dat de lucht op deze plek
met geurige kruiden gebalsemd was.
"Hier," aldus ving de gravin aan, "hier voel ik mij zoo regt tevreden en
gelukkig! Hoe weinig beteekenen de gedruischvolle vermakelijkheden der
wereld, in vergelijking met de aangename gewaarwordingen, die mijne
borst thans vervullen! Ja, hoewel vele bezoeken, die ik heden ontving,
gewis van hartelijke vriendschap getuigden, zoo voel ik mij hier,
terwijl wij zoo bij elkander zitten, toch oneindig gelukkiger. Wie kan
eene zaal, hoe prachtig die ook zij, met zooveel genoegen zien, als wij
thans de heerlijke natuur gadeslaan! Hoe onbeduidend zijn de gesprekken,
die gewoonlijk in gezelschappen gevoerd worden, vergeleken bij de
vertrouwelijke mededeelingen van huisgenooten, de leerrijke vermaningen
van ouders in den kring hunner kinderen, de hartelijke woorden, welke
deze hunnen vader, hunner moeder kunnen toevoegen, wanneer geen
vreemdeling onder hen is?"
Allen gaven hunner moeder van harte gelijk; en andermaal betuigden zij
haar, hoe zij het als een onschatbaar geluk beschouwden, dat zij ook
ditmaal het verjaarfeest van eene moeder mogten vieren, die zoo
uitmuntend de zware pligten ten opzigte van hare kinderen waarnam, welke
in haar vergoeding vonden voor het verlies van eenen waardigen vader.
"O, weest braaf, mijne kinderen!" sprak de gravin, "dan is mijn grootste
wensch op aarde vervuld, dan beschouw ik mij als de gelukkigste
moeder!--De tijd vliegt snel voorbij; het goede blijft bestaan. Hoedanig
ook later uw leven moge wezen, hangt nimmer geheel aan het wereldsche,
het vergankelijke! Het is mogelijk, dat gij in zulke maatschappelijke
betrekkingen zult geplaatst worden, waarin men gedurig in gezelschappen
moet verschijnen en zich veel in het openbaar dient te laten zien; mogt
dat het geval zijn, dat hij dan, wiens lot dit is, toch altijd zorge,
zich zelven ook vaak tot ernst te stemmen, dat hij gemoedelijk nadenke;
dat hij God en het doel, waarom wij op aarde geplaatst zijn, voor oogen
houde elke keer, als hij voor kortere of langere oogenblikken zich in
eenzaamheid mag afzonderen! Op eenen zoo schoonen en stillen avond,
gelijk deze, is ons hart altijd tot zoodanig ernstig nadenken het best
geschikt."
Allen zwegen thans; want allen voelden, dat de gesprokene woorden van
gewigt waren voor geheel hun leven.
Daar liet de nachtegaal zich eensklaps hooren!--Verbaasd luisterde de
gravin naar den heerlijken vogel, en zij sprak geen enkel woord, totdat
hij weer zweeg. Toen zeide zij niet zonder aandoening: "mijne goede
kinderen, ik dank u hartelijk voor dit lieve bewijs van uwe hartelijke
genegenheid voor mij! En toch haddet gij het vogeltje niet moeten
opsluiten! Vondt gij zelven het niet een weinig wreedaardig?--Doch, ik
heb uwe liefde hieruit kunnen opmaken, en dat is genoeg! Daarom blijf ik
u hartelijk dankbaar; maar aan het vogeltje moet gij thans zijne
vrijheid teruggeven!"
"Dat is reeds in vrijheid!" antwoordde haar zoon vrolijk. "Zie zelve
maar, het zit ginds op den boom! Het heeft sedert een paar dagen zijne
woning in dit boschje opgeslagen. Het is nu al geheel gewend; en ik
denk, dat wij hem wel elke lente bij ons zullen zien terugkomen. Wij
zullen hem ten minste vriendelijk genoeg ontvangen!"
"Maar hoe is dat mogelijk?" vroeg de gravin. "Ik hoorde den nachtegaal
hier vroeger nooit; en zelfs de oudste lieden weten niet, dat hier ooit
nachtegaals genesteld hebben."
"Ik wil u het raadsel oplossen, lieve moeder!" antwoordde haar zoon.
"Gij hebt dikwijls uw verlangen te kennen gegeven, dat een nachtegaal
dit uw lievelingsplekje door zijn bekoorlijk gezang mogt veraangenamen.
De arme herdersknaap, die ons onlangs, toen ons rijtuig beschadigd was,
den weg naar dien wagemaker wees, heeft mij het middel aan de hand
gedaan om dezen uwen wensch te vervullen."
Daarop deelde hij haar alles mede, en herinnerde haar tevens, dat zij op
dien bewusten avond, naar den nachtegaal luisterende, had gezegd, dat
het haar wel honderd gulden waard was, dien heerlijken vogel in het
boschje achter haar slot te hebben. "De knaap," zoo vervolgde hij, "ving
die woorden gretig op, en heeft sedert uw verlangen bevredigd."
"En daarom, liefste moeder!" voegde hij ten slotte daarbij, "daarom
hopen wij, dat gij de wijze goed zult keuren waarop wij onze vijftig
guldens besteed hebben. Hadden wij evenveel goudstukken bezeten, wij
hadden die even gaarne weggegeven, als wij u daarmede een klein genoegen
konden aandoen! De knaap zou het, wel is waar, voor minder geld ook
gaarne gedaan hebben, doch wij dachten aldus: al had de arme jongen ons
deze aangename dienst eens niet bewezen, dan zou hij deze weldaad toch
verdiend hebben. Wij hebben hem eene weldaad bewezen, die voor zijn
geheele leven vruchten zal dragen; ja, welligt zelfs voor zijn toekomend
leven. Misschien zal hij, een braaf en geacht handwerksman geworden
zijnde, nog dankbaar aan ons terugdenken en onze asch zegenen, wanneer
wij reeds lang in het graf rusten."
Diep ontroerd antwoordde de gravin: "lieve; beste kinderen, gij hebt
braaf en edel gehandeld! Met hoeveel genoegen ik den nachtegaal ook op
het oogenblik gehoord heb, hoe innig mij bij die gelegenheid uwe
kinderlijke liefde ook streelde, toch roert het mij nog oneindig meer
dat ik bij u allen een hart ontdek, hetwelk edelmoedig genoeg is om eene
somme gelds, die enkel voor uw genoegen bestemd was, op te offeren, en
uw eigen vermaak dadelijk te vergeten, wanneer gij een ander genoegen
kunt aandoen. Kinderen, uwe moeder wil uw voorbeeld volgen!
Familiefeesten, zoo als dit, kunnen niet schooner gevierd worden, dan
door weldadigheid jegens hulpbehoevenden! Hem, van wien alles komt,
kunnen wij onze dankbaarheid nooit beter bewijzen, dan door alles wat in
ons vermogen is, aan te wenden om ongelukkigen te helpen en te redden!"