Nù was 't stil, angstig stil--geen lied drong tot haar door.--

Wat had Petemoei ook weer gezegd bij 't afscheid?

"Zal je 't versje niet vergeten, kind?"--Gella meende haar stem nog

te hooren, zoo vriendelijk bezorgd, zoo dringend.--

Welk versje?--Wel, dat van vanmorgen--dat de Leeuwerik gezongen had. Of

had deze 't niet gedaan? Was 't dat kleine vogeltje geweest? Gella

wist 't niet, maar wèl wist zij, hoe de woorden van 't lied geklonken

hadden. Heel, heel duidelijk vernam zij ze op dit oogenblik aan

haar oor:

"Al wie zijn eigen weg wil gaan,

ziet dwaallicht vaak voor sterren aan--

en, gaat hij op dat schijnsel door,

dan raakt hij licht van 't rechte spoor!"--

Hoe juist van pas kwam deze waarschuwing 't eigenwijze, op eigen

kracht en inzicht vertrouwende kind!--

Gella slaakte een kreet. Nù wist zij het--nu wist zij het, ginds

strekten zich de verraderlijke moerassen voor haar uit, die met hun

dwaallichten zoo menigen reiziger van den rechten weg hadden gelokt

om hem straks reddeloos te doen omkomen.--

Verteluurtje · 第 25 / 28 题