Maar--als van dien kant dus verderf lokte--de benauwde dampen werden
zoo dicht, dat ze haar reeds dreigden te bedwelmen, waar moest zij
dàn heen? Waar lag haar thuis?
De flinke Gella, die zelf alles 't beste wist, veel beter dan Vader
en Moeder, en de hulp van Petemoei zelfbewust had afgewezen, stond
daar nu echt, als 't kleine meisje, dat ze feitelijk was, troosteloos
en verlaten, geen raad wetend!--
Arme Gella! Maar ook gelukkige Gella, want nù pas, nu ze in zichzelf
hulpeloos was en klein, kon ze waarlijk geholpen worden. Nù voelde
ze haar machteloosheid van dit oogenblik niet alleen, maar ook haar
ongehoorzaamheid, haar zelfoverschatting van dezen ochtend en van
zoo menigen dag eerder.--
De trouwe Schaduw was op zijn post en volgens de bevelen zijner
meesteres nam hij Gella nu aan de hand en voerde 't geheel van streek
zijnde kind, dat zijn leiding ternauwernood bespeurde, veilig en
zeker naar huis.
Van dien dag af werd Gella een ander persoontje. Bij haar eerstvolgend
bezoek overtuigde haar Petemoei er zich tot haar vreugde van.
Nooit echter vergat Gella, hoe oud ze ook werd, 't lied, dat voor
haar zoo beslissend was geweest.