Geen een zei: "wat zou dat--'t is immers "'t kind van Rietspaan" maar!"

Er waren ook meisjes uit andere klassen bij gekomen; allen stonden er

nu in de grootste spanning naar te kijken, hoe Doortje, zoo vlug alsof

't een dagelijksche toer voor haar was, weer over het hek klauterde.

Een beetje bedremmeld om 't aangegroeide publiek, liep Doortje op de

zes met 't springtouw toe. Wat zag ze er uit met de blaren in haar

gezichtje, de beschramde handen en de leelijke scheur in haar jurk!

"Daar," zei ze en ze liet de punten van haar boezelaar los, zoodat

al de noten over den grond rolden. "Voor jullie!"

De meisjes keken, alsof ze Latijn had gesproken.

"Toe dan, raapt ze op," zei Doortje, terwijl ze de te veel naar 't

hek gerolde noten terugschopte. En toen, snibbig tegen een kind uit

de laagste klas, dat wou bukken: "Blijf d'r af, jij--is niet voor jou!"

"En--en--jij hebt ze gehaald," stotterde Mies nu. Jo, Truus en Lina

waren al aan 't oprapen.

"O, wat een hoop! Kijk toch eens, Mies!"

Nu lagen ze alle zes op den grond. Zakken en blouses werden volgestopt

en juist perste Gonne de laatste in haar zak toen de bel luidde.

"Hier," zei Mies haastig en ze wou Doortje een handvol

toestoppen. "Waarom heb je zelf niet meegegrabbeld?"

Maar Doortje hield haar handen op den rug. Ze schudde van neen en

keek bepaald heel donker, toen Mies ze haar wou opdringen.

Op 't zelfde oogenblik kwam één der groote meisjes Doortje zeggen,

dat ze bij de Directrice moest komen.

"Nu krijgt ze zeker een standje," zei Mies halfluid, terwijl ze

Doortje nakeek, die zoo blij wegliep, alsof haar in plaats van een

standje een cadeautje wachtte. "Toch vreeselijk goedig van haar,

ons al die noten te geven!"

"Ja; heb je ooit zoo'n mal schaap gezien?" vroeg Gonne lachend,

waarna ze op haar luidruchtige manier 't gebeurde aan meisjes, die

er niet bij waren geweest, ging vertellen.

De andere drie kwamen er ook bij loopen, maar Jo voegde zich bij Mies.

"Zeg, 'k vind het vreeselijk sneu, dat ze haar toch heeft gezien. Zou

ze erg boos wezen?"

Mies haalde haar schouders op.

"Weet je, Jo, 'k heb er erg 't land over, dat we Doortje altijd zoo

hebben geplaagd; ze is toch eigenlijk wel een aardig kind en--"

Verteluurtje · 第 13 / 28 题