DE OUDE NOTEBOOM.

Ze waren met een troepje van zes op de zonnige speelplaats der school

aan het touwtje springen, dicht bij 't hooge hek van latwerk, waar

je den noteboom door kon zien. Hij stond op een verwaarloosd plekje

grond naast de speelplaats. Daar tierden brandnetels en distels

welig tusschen de meidoorn- en vlierstruiken, waarvan de takken hoog

waren opgeschoten, terwijl de taaie stengels van de klimmende, wilde

boekweit er zich omheen hadden geslingerd. 't Was er een warbosch van

door en in elkaar groeiende struiken en planten, maar de noteboom,

de oude noteboom, stak er met zijn eerwaardige kruin machtig boven

uit als een koning, die zijn gebied overziet.

Die noteboom was een groote vrind van de kinderen. Hoeveel neusjes

zich in 't speeluur wel tegen 't latwerk drukten om naar hem te

kijken! Als hij niet zoo'n oude, verstandige noteboom was geweest, zou

hij er bepaald trotsch op zijn geworden, maar nu wist hij wel beter

en begreep hij best, waar 't hun eigenlijk om te doen was--om zijn

noten! De meesten rolden helaas tusschen de brandnetels, maar toch,

een enkele kwam dicht bij 't latwerk te land, zoodat lenige vingertjes,

met takjes en stokjes geduldig peuterend, ze wel naar zich toe konden

halen, en dan die pret om er den groenen bolster af te doen en de

noot te kraken op de steenen, onder den voet, of tusschen sterke,

witte tandjes!--

"Hè nee, 'k schei er uit," zei Mies; "'k word zoo warm van 't

springen!"

"Ik ook. 't Gaat ook niks leuk meer! Die Jo draait zoo vervelend,"

riep Lina, die er genoeg van kreeg, omdat ze telkens "af" was. "Gaan

jullie mee, kijken of er noten zijn?"

"Zeg, daar heb je dat kind van Rietspaan! Net doen of we haar niet

zien."--En Bertha nam Truus en Gonne bij den arm en draaide zich

opzettelijk zóó, dat "'t kind van Rietspaan" gelegenheid kreeg de

breede haarstrikken van 't drietal te bewonderen.

"Mag ik meedoen? Wat spelen jullie?" klonk 't op den ietwat zangerigen

toon van een Oostersch kind.

"Niks," antwoordde Lina snibbig.

"Hè, flauw! Je bent toch aan 't touwtje springen! Zie ik toch, ja?"

"Als je 't ziet, waarom vraag je 't dan nog?"

"Nou ja! Zal ik voor jullie draaien?"

"Nee; we scheien er uit."

"Wat gaan jullie dan nou doen?"

Verteluurtje · 第 11 / 28 题